Parasha van de Week

Onder de tabs in de rechterkolom vindt u eerder verschenen overdenkingen, verdeeld over de vijf boeken van de Tora.


Parasja Tsav

Enthousiasme is de moeder van de

inspanning, en zonder enthousiasme

zou nooit iets groots zijn bereikt.

Ralph Waldo Emerson

Wajikra /Leviticus 6:1-8:36.


Voordat de Tora overgaat tot de kleine lettertjes in deze parasja, wordt Mozes door God gecommandeerd, ‘Geef Aharon en zijn zonen de volgende instructies, zeggende’. Rashi geeft een verklaring voor de gebiedende wijs van het werkwoord tsav (commanderen) als zijnde ‘een aandrang, voor het huidige moment en tevens voor de komende generaties’.

Aharon wordt gecommandeerd om op te schieten, een lading die sindsdien in elke generatie op ons allen van toepassing is. Ons wordt gezegd om onverwijld aan alle taken aandacht te schenken, of ze nu spiritueel zijn of materieel.

Rabbijn Mozes Chaim Luzzatto, de Ramchal, schrijft in Mesillat Yesharim (Het Pad van de Rechtvaardigen), dat - als iemand wil werken aan het verbeteren van zijn zielskarakter - allereerst de deugd enthousiasme moet worden aangepakt. Het volgende citaat uit zijn boek toont het belang aan om daadkracht en enthousiasme te tonen:

De natuurlijke gesteldheid van een persoon trekt hem sterk naar beneden. Dat is zo omdat  het gewicht dat kenmerkend is voor de aardse substantie die persoon er van weerhoudt om zich in te spannen en om moeite te doen. Daarom moet iemand die zich in dienst wil stellen van de Schepper zichzelf wapenen tegen zijn neiging om lui te zijn en een vurig enthousiasme opbrengen. Als hij blijft steken in zijn neerwaarts trekkende natuur, zal hij ongetwijfeld nooit succes hebben.

Even verder in de Tora, in vers 6, staat: ‘Het vuur op het altaar moet steeds blijven branden, het mag niet doven.’ Dit is een passage die veel meer omhelst dan een louter technische instructie om het vuur op het altaar altijd aan het branden te houden. Het is een levensmotto. In ieders’ hart brandt voortdurend een eeuwige vlam, een innerlijke vonk van enthousiasme, vreugde en verlangen om een goed mens te zijn en in de nabijheid van het goede te komen. Zoals een vuurplaats voortdurend moet worden voorzien van een verse voorraad hout, zo moet iemand  voortdurend zijn innerlijke vuur ‘opstoken’ en het van nieuwe substanties voorzien zodat het niet uit gaat. De substanties die zeker stellen dat het vuur voortdurend blijft branden zijn de Tora, goede daden en goede mensen.

Het chassidische gedachtengoed heeft heel wat te zeggen over dit innerlijke ‘vuur’ in ons. Het kan worden samengevat in de volgende uitspraak: Een chassidische rabbijn werd eens gevraagd hoe hij zich voelde. Hij antwoordde: ‘Ik ben altijd gelukkig en ik ben nooit tevreden’.

Wilt u reageren op dit verhaal? Graag! Klik hier.