Parasha van de Week

Onder de tabs in de rechterkolom vindt u eerder verschenen overdenkingen, verdeeld over de vijf boeken van de Tora.


Parasja Masee-Matot 

Prestige


door Rob Cassuto

Bemidbar / Numeri 30:2-36:13

De parasjot Matot en Masee worden dit kalenderjaar tezamen gelezen.
Het onderwerp van de gelofte en de eed komt ter sprake.
In een aantal passages wordt de oorlog tegen Midjan verhaald. Tenslotte wordt veel aandacht gegeven aan het speciale verzoek van de stammen Reuven en Gad om tegen de oorspronkelijke plannen in een groot stuk van het Transjordaanse in bezit te mogen nemen. In de parasja Masee passeren alle pleisterplaatsen van de veertigjarige zwerftocht door de woestijn nog eens de revue.(1)

We focussen nog eens op de gelofte en speciaal op de gelofte die de rechter Jiftach (Jefta) heeft gedaan als aanvoerder van de stammen Israëls tegen de Ammonieten, zie het boek Sjoftiem/Rechters.

De eerste regels (30, 3) van de parasja Matot luiden: 
Wanneer iemand een gelofte tegenover de Eeuwige doet of een eed aflegt om zich van iets te onthouden, laat hij zijn woord niet schenden, al wat over zijn lippen is gekomen moet hij doen’.
Gelijke bepalingen vinden we in Wajikra/Leviticus 19:12 en Devariem/Deuteronomium 23: 22 en 23.

In het oude Israël was het een ware rage om geloften af te leggen. Het bracht de vaak overijlde afleggers van geloften in moeilijkheden en bezorgde hen materiële en psychische problemen. Al in de Tora zelf wordt de status van geloften gerelativeerd en terughoudendheid aanbevolen, zie Devariem/Deuteronomium 23:23: ‘Maar als u ervan afziet een gelofte te doen, is er geen zonde in u’.

De archetypische overijlde en onwijze belofte is die van de rechter Jiftach (Jefta). Jiftach was een bastaard en zoon van een hoer. Als jongeman werd hij door zijn broers uit huis verdreven en ontwikkelde zich tot bendeleider en geducht krijgsman. Toen de stammen van Israël weer tot afgoden waren vervallen en werden bedreigd door hun aartsvijanden, de Ammonieten, werd Jiftach gesmeekt om aanvoerder en legerleider te worden in de strijd. Hij stemde toe en aan de vooravond van de slag – die hij glansrijk zou winnen – deed hij een gelofte (Sjoftiem/Rechters 11:30-31): Hij beloofde de Eeuwige: ‘Als u de ​Ammonieten​ aan mij uitlevert, dan zal het eerste dat me bij mijn behouden thuiskomst tegemoet komt voor u zijn; dat zal ik als ​brandoffer​ aan u opdragen.’ 

De eerste die hem tegemoet kwam aan het hoofd van vreugdevolle reidansen was zijn dochter. Jefta scheurde zijn kleren en riep: ‘Ik heb de Eeuwige een ​gelofte​ gedaan en daar kan ik niet op terugkomen’.

In drie opzichten is dit een tragedie:
De inhoud van Jiftachs gelofte was overijld en onoverdacht. De midrasj wijdt hier uitgebreid over uit (2). Zo had een onkosjer dier hem tegemoet kunnen komen, een varken, hond of kameel. Een dergelijk offer zou toch een gruwel zijn geweest voor de Eeuwige. De midrasj merkt op, dat Jiftach geen Tora-geleerde was – niet onlogisch voor een ruwgebolsterde bendeleider. Ten tweede: niet alleen was hij geen kenner van de kasjroet, over wat kosjer is en wat niet, bovendien had hij helemaal niet stilgestaan bij de absolute ongewenstheid van mensenoffers. De midrasj laat uit de mond van zijn dochter - die in de tekst van de Tanach zich gewillig lijkt te schikken - dan ook allerlei als verwijt klinkende voorbeelden noemen waarin het gelofte-offer juist niet een mens betreft (o.a. de gelofte van Chana (Hanna) om de baby Sjmoeël (Samuel) aan de Eeuwige te wijden en niet te offeren – beetje achronologisch, want deze gelofte zal pas in de tijd na Jiftachs drama plaatsvinden).

Een derde punt, waar de midrasj op ingaat, is van een opmerkelijke actualiteit. Immers, het is mogelijk om in sommige gevallen in een bepaald  ritueel van geloften ontslagen te worden (3). Misschien was dat in Jiftachs tijd nog niet zo gangbaar, maar voor de commentator is dat niet relevant; hij vraagt zich af: waarom ging Jiftach niet naar de hogepriester Pinchas (4)? Die had hem toch van de gelofte kunnen ontslaan? Waarom bekommerde de hogepriester Pinchas zich niet om de nood van Jiftach en zijn dochter en kwam hij niet tussen beiden om de gelofte ongedaan te maken?

Maar Pinchas voelde zich te hoog verheven, ’ik ben immers hogepriester en de zoon van een hogepriester; zou ik mij moeten vernederen om naar een domkop (am ha-arets) als Jiftach te gaan?’ En Jiftach voelde zich precies zo hoog verheven, ‘ik ben het hoofd van de stammen van Israël en de chef van de rechterlijke macht, moet ik mij vernederen om naar een gewoon burger te gaan?’ De midrasj knoopt aan het verhaal van Jiftach de uitspraak van Misjlee/Spreuken vast (11:30): ‘De vrucht van de rechtvaardige is een boom des levens, en een wijs man vangt zielen (lokeach nesjamot)’.

Misschien mogen we het nu vertalen als: een wijs man zorgt ervoor dat hij geen domme commitments maakt, zich niet door valse trots laat leiden en daardoor het leven van mensen niet in gevaar brengt. Zo zien we, dat de midrasj een eeuwig probleem van de mensheid aankaart: prestige, hoogmoed, valse trots, arrogantie, noem maar op.
Prestigestrijd heeft mensenlevens gekost en dat doet het nog steeds.

Noten:

(1) Zie voor meerdere commentaren op Matot en Masee mijn boek
Reizen door de Tora, deel 2, Van de Berg naar de Rivier, Leviticus, Numeri en Deuteronomium, Mastix Press, 2016

(2) Midrasj Tanchuma Buber Bechukotai 7:1

(3) ‘Wanneer men zich realiseert, dat het onmogelijk is om een gedane gelofte te vervullen, kan men naar een grote geleerde gaan of naar drie leken om de gelofte te laten opheffen. Men moet dan verklaren dat men zich op het moment van het afleggen van de gelofte niet volledig de implicaties daarvan realiseerde. Had men zich dat wél gerealiseerd, dan had men deze gelofte nooit afgelegd. Daarom is de gelofte in dwaling geschied en kan hij opgeheven worden’ (ontleend aan rabbijn mr. Drs. R. Evers, commentaar Matot-Masee, NIK)

(4) Chronologisch gezien kan het Pinchas niet geweest zijn, het drama speelt zo’n driehonderd jaar later

(5) Dezer dagen speelde bijv. de onmacht in de senaat van de Verenigde Staten om een Gezondheidszorgwet aan te nemen, te wijten aan het verlies van prestige, dat de Republikeinen zouden lijden als ze dat in samenwerking met de Democratische partij zouden aanpakken, wat de meest logische oplossing zou bieden.

Wilt u reageren op dit commentaar? Graag! Klik hier.