Parasha van de Week

Onder de tabs in de rechterkolom vindt u eerder verschenen overdenkingen, verdeeld over de vijf boeken van de Tora.


Soekot 5780

Het Loofhuttenfeest 

Ontleend aan Harvey J. Fields: Een Toracommentaar voor onze tijd

Devariem/Deuteronomium Reëe 16: 13-16 

Vanaf de vijftiende van de zevende maand (Tisjri) wordt, beginnend bij volle maan, zeven dagen lang het Soekotfeest gevierd, het Loofhuttenfeest. De eerste en de laatste dagen zijn heilige dagen met een werkverbod. De Israëlieten moesten op de eerste dag een speciale plantenbundel meebrengen naar de Tempel: bestaande uit een étrog (een ‘citroen’), samen met een tak van de dadelpalm en takken van mirte en beekwilg. En ze moesten soekot, hutten, bouwen en daar gedurende die zeven dagen in eten en slapen, ‘zodat toekomstige generaties zullen weten dat Ik het volk Israël in hutten liet wonen toen Ik het uit het land Egypte bracht’.

Volgens Maimonides moet men de soeka – ondanks het feit dat men haar opsmukt met tapijten en hangende versieringen, en ondanks het feit dat het gebruik van een speciaal, feestelijk servies lovenswaardig is – niet tot een permanent onderkomen maken. (1)

Het tijdelijke karakter van de soeka kan de sleutel zijn tot zijn diepere betekenis. Degenen di ehet Loofhuttenfeest vieren worden er weliswaar aan herinnerd dat de Israëlieten in hutten leefden na hun bevrijding uit Egypte, maar de soeka symboliseert waarschijnlijk ook de aard van het leven van een mens. Dat is althans de opvatting van de joodse filosoof Philo van Alexandrië (20 voor tot 40 na de gangbare jaartelling), die hij uit de doeken doet in zijn bespreking van Soekot. Hij schrijft dat de soeka tot doel heeft je verschillende dingen in herinnering te brengen: ‘In rijkdom je armoede. Wanneer je populair bent en in aanzien staat (...) je onbeduidendheid. Wanneer je een hoge post bekleedt (...) dat je een nederig burger bent. Wanneer je geniet van de vrede (...) de oorlog. Wanneer je je op land bevindt (...) de stormen op zee. Wanneer je wordt omringd door vrienden in de stad (...) diegenen die eenzaam zijn en naar jouw gezelschap snakken’. (2)

Zittend in de tijdelijke soeka, die gebouwd is en versierd is met oogstloof, voelt men niet alleen dankbaarheid voor de gulheid van de natuur, maar is men zich ook bewust van de verschillende seizoenen in het menselijk bestaan – hoe snel een mens de weg aflegt van geboorte naar dood.

Volgens de Zohar, een mystieke tekst, is het niet voldoende om een soeka te bouwen, te versieren, ervan te genieten en om in de soeka te eten, te slapen en te studeren. Men moet deze ervaring ook delen met twee verschillende soorten gasten. Ten eerste de zeven vermaarde joodse helden: Awraham, Jitschak, Jaäkov, Joséf, Mosjé, Aharon en David – elke dag een van hen. Zij zullen de soeka echter niet, aldus de Zohar (Emor 23), automatisch bezoeken. Ze komen alleen als degenen die de soeka hebben gebouwd de andere groep gasten heeft uitgenodigd: de armen en behoeftigen. Anders gezegd, de betekenis van de soeka is ons er aan herinneren dat we ons welzijn en onze voorspoed met anderen moeten delen. Zij moeten worden gedeeld met gasten – vrienden, grote joodse leiders uit het verleden en, niet in de laatste plaats, met de hongerigen en daklozen.

Noten

  1. Misjnè Tora, Soekot 6
  2. The Special Laws 204, 206 - 211

Wilt u reageren op dit verhaal? Graag! Klik hier.