Parasha van de Week

Onder de tabs in de rechterkolom vindt u eerder verschenen overdenkingen, verdeeld over de vijf boeken van de Tora.


Parasja Toldot 

Demonisering 

Beresjiet/Genesis 25:19-28:9 

door Rob Cassuto

Een gezinspsycholoog zou over Isaaks familie waarschijnlijk spreken van een gespleten gezin. Vader Isaak en moeder Rebecca hebben ieder hun eigen voorkeur en dragen ieder bij om de disharmonie tussen hun beide zonen te versterken.   
Vanuit het oogpunt van verhaal, intrige en toneel- of filmscenario is het verhaal van de broers vol spannend conflict en ligt het drama voor het grijpen. Esau is dan een onmisbaar en noodzakelijk ingrediënt van het drama.  De tekst goed bekijkend is er niet zoveel  mis met hem. Toegegeven hij is een onstuimige vent, een wildeman, maar ook een goed jager en waarschijnlijk een goede krijgsman (die naar de latere vaderzegen zal leven van het zwaard). Hij is een lastige klant, die naar het idee van zijn ouders de verkeerde vrouwen kiest, maar dat later tracht goed te maken door een kleindochter van Avraham te trouwen. Hij leeft in het moment, een gepassioneerd man. Misschien zou hij nu een stinkend rijke zakenman zijn, een ijzervreter van een kolonel in het leger, een stervoetballer zijn, kundig, toegewijd, populair, een paar jaar geliefd, en later vergeten.   

Jacob is zijn tegenhanger, een rustige man, slim, een vent die vooruitkijkt, wiens ambitie verder reikt dan het moment van nu, een strateeg, die vooruit plant.   

Maar Esau zou in veel rabbijnse ogen het toonbeeld worden van het kwade, van de man die voor het slechte pad kiest. Zijn andere naam Edom – de rode – zou het label worden van alle kwade machten die het op Israël voorzien hadden. Het volk Amalek, afstammend van Esau, Haman de afstammeling van Agag, ook een Edomiet, dan de Romeinen en zelfs Hitler werden door velen gezien in het teken van Esau.   

Vele commentaren en midrasjiem belichten duistere kanten van Esau en schilderen hem af als een onverschillige, liefdeloze, moordlustige man.  Er zijn tal van legenden om Esau geweven, die de slechtheid van Esau in kwade geuren en donkere kleuren beschrijven. (1)

Een voorteken zagen vele uitleggers reeds in het rode haar waarin de baby Esau was gehuld, waarbij de kleur rood als symbool gold van het te vergieten bloed.  Het kan heel goed, dat Avraham Esau nog heeft meegemaakt. Avraham was 100 toen Jitschak geboren werd, 140 toen Jitschak huwde en waarschijnlijk twintig jaar later vader werd. Jacob en Esau waren nog jongens, toen Esau van de jacht terug kwam en de rode soep eiste. De legende wil dat tot dan Esau omwille van zijn grootvader zijn boze neigingen inhield. Maar op die dag dat Avraham stierf, 175 jaar oud, braken bij Esau de duistere krachten los.  Sterker nog, de legende luidt, dat op die dag Esau ook Nimrod had verslagen, de koning die Avraham al had vervolgd en die nog steeds rebelleerde (Nimrod <‘marad'= rebelleren) tegen diens nageslacht en tegen die Ene G-d; Nimrod had het voorzien op Esau, waarbij het tussen hen ook nog zou gaan om het kleed van Adam, dat macht gaf over de wereld en de natuur. Sindsdien zou Esau een machtige mensenhater zijn, die als een ziekte haat om zich heen zou verspreiden.

Mooie schrille verhalen, die op zich al weer roepen om duiding. Duidelijk is dat veel bijbelcommentaar en midrasj uit zijn op het construeren van duidelijke zwart-wit rolmodellen. Aan de ene kant zijn er heilige voorbeelden van het goede – vaak gevonden in Avraham, Isaak en Jacob, Mozes, David etc.  De Oude Wijzen zien graag Jacob als onberispelijk en vroom, al Tora lerend bij de tenten en  zo praatten zij het bedrog van Rebecca en Jacob bij het schijnbare sterfbed van Isaak goed  (2).  Maar – aan de andere kant  – zijn daarmee ook antithetische modellen ontstaan van slechtheid en kwaad.

Die ‘arme' Esau is voorwerp geworden van het laatste. Goed beschouwd is hij toch eigenlijk niet meer dan de ‘gewone mens' met zijn passies, de bully, de macho, de feestvierder, de vreemdganger, licht ontvlambaar, oppervlakkig,  ja misschien de vijand van het ene moment en de vriendelijke buurtgenoot van het volgende moment.

Jacob is ook niet zonder smetten,  hij heeft zijn eigen menselijke tekortkomingen. Hij is de man van de reflectie en verstand, die deze geestelijke attributen eerst verkeerd aanwendt voor list en bedrog en later met zichzelf en zijn broer in het reine komt.  De Tora beschrijft, eerder dan statische portretten van supergoede en intens kwade karakters, de dramatische dynamiek van een proces tussen twee mensen, die de belichaming zijn van twee polen; van geest en lichaam, van verstand en impuls, van reflectie en hartstocht. Beiden zijn aan elkaar gewaagd. Eigenlijk vormen ze een polariteit onder het teken van een overkoepelende eenheid. Ze hebben elkaar nodig, kunnen niet zonder elkaar. Maar Jacob is gekozen als voortzetter van Avrahams erfenis van inzicht in de onverbrekelijke eenheid in de schepping, van rechtvaardigheid en compassie. Hij is gekozen als drager van de missie om het licht van de geest in een donkere en verwarrende wereld niet te laten doven. Maar dat Jacob is gekozen betekent niet, dat Esau is afgewezen, zoals Rabbijn Jonathan Sacks nadrukkelijk betoogt in een diepgaande herlezing van de tekst (3).

Verliezen we dat uit het oog, dan is de basis gelegd voor overdreven heiligverklaring van de een versus demonisering van de ander.

Noten

(1) Louis Ginzberg. Legends of the Jews, Volume 1:6, (1909 CE) In dit verhaal zijn allerlei aggadische vertellingen rond Esau samengevat.
(2) Zie bijvoorbeeld  Radak (Rabbi David Kimchi ,1160–1235) ad Genesis/Beresiet 27:19
(3) In zijn boek ‘Niet in Gods Naam’, Kok, 2016, deel II

Wilt u reageren op dit commentaar? Graag! Klik hier.