

Bemidbar / Numeri 22:2-25:9
Het verhaal van Balak en Bil’am 1 vormt een van de hoogtepunten uit de Tora, zowel uit narratief oogpunt als wat betreft de onderliggende thema's die in het verhaal verweven zitten. Spanning, humor en verwevenheid, al die elementen maken het verhaal tot een pakkende vertelling. Een beetje een Fremdkörper in de Tora. Bijbelwetenschappers veronderstellen, dat het oorspronkelijk een apart boek was, dat in de Tora is opgenomen.
De hoofdpersonen zijn Bil’am en de stem van de Eeuwige. Een diepgaande ambiguïteit kenmerkt de relatie tussen hen.
Kennelijk heeft de sjamaan Bil'am het voorrecht rechtstreeks te kunnen spreken met de Eeuwige; hierin evenaart hij de profeet Mosjee, van wie gezegd wordt dat hij de enige is die ‘van mond tot mond' contact kon hebben met de Allerhoogste. Bil'am heeft vanaf het begin van dit verhaal weet van wat het juiste is om te doen: het verzoek van Balak om Israël te vervloeken meteen afwijzen, dat doet hij, want, zoals de stem van De Eeuwige hem voorhoudt, het volk ‘is immers gezegend’.
De engel en de ezelin
Het verhaal wordt spannend, als onder pressie van hooggeplaatsten en beloften van goud en zilver de profeet toch toestemt. En hij gaat toch op weg. God geeft zelfs toestemming aan Bil'am voor zijn tocht. De Eeuwige ontpopt zich in het verhaal als een raadselachtige tegenspeler, even ambigu als de dubieuze profeet. Ik denk dat we mogen stellen, dat God onze plannen niet tegenhoudt. Gezien vanuit de metafoor van de Altijdzijnde als ouder – wat vele religieuze joden aanspreekt – speelt de stem van de Eeuwige de rol van ouders, die hun kind van onverstandige daden niet weerhouden, wetend dat het door schade en schande wijs moet worden.
Overigens is niet uit te sluiten = in termen van ons moderner jargon = dat waarschuwende tekens vanuit het transcendente tot ons kunnen komen, die mits goed en integer verstaan ons op mogelijk onheil kunnen wijzen. In het verhaal van Bil’am krijgt dat deze vorm: Halverwege blokkeert de gestalte van een dreigende engel met een getrokken zwaard de weg. De beroemde sjamaan annex profeet en ziener ziet het niet. De ezelin waarop hij rijdt ziet het gevaar wel degelijk, wijkt uit in het veld om het gevaar heen en wordt als reactie door Bil’am geslagen. Bij een volgende nauwe passage drukt zij zich tegen de wand en beklemt daarbij Bil’ams voet, hem daarbij overigens voor een wisse dood behoedend. De boze Bil’am slaat haar weer. Bij een derde supernauwe passage gaat ze liggen, drie signalen in toenemende kracht om om te keren, Ondanks de stokslagen en boze klappen van zijn berijder wil zij niet verder
Ervaren ezelberijders – zo hoorde ik eens in een docu over het Noordmarokkaanse Rif gebergte - weten overigens dat een ezel heel intelligent is en een intuïtie voor gevaar heeft dat de mens overstijgt. Ook kinderen en dieren hebben in zekere mate een intuïtie die bij volwassenen hoe geleerd ook is weggekwijnd. De magiër die met al zijn gaven de waarschuwing niet ziet wordt door zijn ezel (of door Eeuwige via haar) terecht gewezen. Bil’am zou kunnen omkeren, de voortekenen van de engel liegen er niet om. Maar hij trekt verder. Hij belooft beterschap maar daar komt niet veel van terecht.
Signalen vandaag
Echt gelachen wordt er zelden in de Tora, maar je kunt er niet aan ontkomen bij de komische kanten van de ezelscene. Er zit in deze scene ook een les. Wij zien zelden of nooit dreigende engelen met zwaarden op ons pad van euvele of rampzalige plannen – zowel in ons persoonlijk leven als in onze samenleving en haar bestuurders. Maar er zijn wel voortekenen en waarschuwingssignalen. Vanuit wetenschappelijke kringen en wie weet vanuit de transcendentie. Voor wie daarvoor open wil staan en niet blind - zoals de overigens hoogopgeleide Bil’am - door willen koersen op een eenmaal ingeslagen pad. Sommige moedigen verheffen hun stem.
Wie was Bil’am?
Bil'am vervolgt zijn weg en de Eeuwige houdt hem niet tegen. Uiteindelijk blijkt hij in drie sessies het volk van Israël niet te vervloeken; integendeel, hij verheerlijkt zowel de spirituele als materiële potentie in verheven vergezichten, conform de woorden die De Eeuwige hem in de mond legt, iets waarvoor Bil’am van te voren al heeft gewaarschuwd: ‘alleen wat God mij in de mond legt kan ik spreken'. In al zijn omkoopbaarheid heeft hij dat stukje integriteit weten te bewaren. Verwonderlijk dat hij geen reden zag om - ook na de ezelincidenten die hem tot ommekeer hadden kunnen bewegen – ook nu na zijn glanzende visioenen over de Israëlieten geen ommekeer te doen. Wellicht zag hij zijn zegenspreuken over Israël beroephalve als medium uitgesproken en was het daarmee uit. Want later had hij als adviseur van Balak nog een zeer kwalijke rol.
Daarvoor moet u zeker de volgende parasjot lezen 2 .
Sjabbat sjalom!
Noten
1. Wie meer wil lezen over deze ambigue figuur van Bil’am en zijn zegeningen verwijs ik naar mijn boek REIZEN DOOR DE TORA, deel 2 en naar mijn andere commentaren op deze parasja op de website van Stichting PaRDeS.
2. Bil'am wordt in midrasjiem van de oude wijzen meestal afgeschilderd als de verpersoonlijking van alle denkbare kwade krachten; hij zou zelfs zijn zwarte kunsten geleerd hebben van verstoten engelen, die hij diep in de ingewanden van de aarde placht te bezoeken. Als een van de weinigen vertolkt Maimonides een genuanceerde visie op Bil’am; hij zou wel degelijk een hoogstaand profeet zijn, maar raakt tenslotte moreel ‘aan lager wal'. Zie o.a. Maimonides' Guide to the Perplexed p. 242. En zie mijn overige commentaren op de ontwikkeling van Bil’am.
RC juli 2024