Behaälotecha

Behaälotecha

commentaar BIJ Bemidbar
- Behaälotecha
12 Sivan 5783

Mozes en Eros 1)

door 
Rob Cassuto

Bemidbar/Numeri 8:1 – 12:16

De laatste episode in deze parasja 2  beschrijft de aantijgingen van Mirjam en Aharon, tegen hun broer en leidsman van de Israëlieten, Mozes: Bemidbar/Numeri 12:1 Mirjam nu sprak, en Aharon, tegen Mozes, naar aanleiding van de vrouw, de Koesjietische, die hij genomen had; want hij had een Koesjietische tot vrouw genomen. En zij zeiden: Heeft dan de Heere maar alleen door Mozes gesproken? Heeft Hij ook niet door ons gesproken? En de Eeuwige hoorde het.
Wat is hier nu precies aan de hand?

De vrouw uit Koesj; Mozes gescheiden?

Een gangbare (voor mij contra-intuïtieve) uitleg van deze duistere passage in de midrasj, met name door de gezaghebbende middeleeuwse commentator Rasji 3  is, dat de ‘Koesjietische' in het toenmalig taalgebruik gewoon ‘heel speciaal, schoon in uiterlijk en deugd' betekende en dat wijst volgens de middeleeuwse meester op Mozes’ vrouw Tsipora, de dochter van de priester uit Midjan. Het merkwaardige is, dat de mededeling, dat Mozes een vrouw uit Koesj (volgens de rabbijnen dus Tsipora) had genomen niet betekent, dat er een nieuwe vrouw in het leven van de man is gekomen, maar geduid moet worden in de voltooid verleden tijd: hij was gehuwd en nu is hij van zijn gangbare vrouw gescheiden. De leidsman van Israël is blijkbaar overgegaan tot het celibaat! Het was Mirjam opgevallen – zo zegt de midrasj - , dat Tsipora zich niet meer opmaakte zoals de andere gehuwde vrouwen en toen ze haar schoonzuster vroeg waarom antwoordde deze: ‘je broer doet er niet meer aan' (bedoelend: aan seksuele gemeenschap). Een latere midrasj (Tanchoema) verhaalt in nog meer detail: Mirjam stond naast Tsipora, toen ze hoorde hoe Eldad en Medad als profeten het kamp rondgingen (eerder in deze pararasja verhaald Bemidbar 11:26 ev). Tsipora zei toen: “Wee hun vrouwen, als ze de taak krijgen profeet te zijn, want ze zullen scheiden van hun vrouwen, net zoals mijn echtgenoot (Mozes) van mij scheidde”. Profeet zijn is niet te combineren met seksuele omgang is de implicatie. Voortdurende communicatie met God en echtelijke vereniging met de vrouw gaat niet samen.

De relatie tussen de ervaring van Gods nabijheid en seksualiteit.

Deze rabbijnse uitleg uit de vroege middeleeuwen projecteert een belangrijke problematiek in deze scene, een vraag die in vele religies een rol speelt: wordt ervaring van Gods nabijheid belemmerd door toegeven aan de impulsen en ervaringen op het gebied van de  seksualiteit? Sluiten die elkaar uit?  Staat seksuele activiteit spirituele ontwikkeling in de weg of is een combinatie mogelijk? Daarmee hebben de rabbijnen uit alle eeuwen zich intensief beziggehouden. Het in bovengenoemde uitleg veronderstelde celibaat van Mozes staat daarmee aan de ene extreme kant. Volgens Mozes' zuster Mirjam is – in Rasji’s uitleg - die extreme abstinentie van haar broer ook niet nodig. Mirjam komt op voor de opvatting, dat om profeet te zijn je geen celibaat hoeft te beoefenen. Zij en Aharon zijn immers wel getrouwd en net zoals Mozes zijn ook zij profeten met zienersgaven! Dat verklaart volgens Rasji hun uitroep in 12:2:  ‘Heeft dan de Eeuwige maar alleen door Mozes gesproken? Heeft Hij ook niet door ons gesproken?Waaraan Rasjii toevoegt: ‘En wij hebben ons toch niet onthouden van echtelijke gemeenschap!'. Tegelijk komt Mirjam daarmee op voor haar seksegenoot Tsipora en haar recht op echtelijke aandacht later geformaliseerd in de mannelijke plicht periodiek tot zijn vrouw te komen, de mitswa ona.

Eros door de eeuwen

In het rabbijnse discours door alle eeuwen blijft het spanningsveld van de kwestie ronddwalen; als een paal staat boven water, dat echtelijke gemeenschap een plicht is (Genesis 1:28), tegelijk komt daarmee de vraag: in hoeverre mag die gemeenschap gepaard gaan met genot? Mag je de lust ten volle ondergaan of moet eros binnen de perken gehouden worden, zo niet geheel onderdrukt worden om het contact met de hemel open te houden?
In talmoedische tijden zijn op dit gebied tamelijk milde geluiden te horen.
Zo onderwees Rabbi Josef  4 ‘haar lichaam vraagt direct lichamelijk contact, dwz dat hij haar niet zoals de Perzen behandelt, die hun echtelijke plichten gekleed verrichten. Dit bevestigt een regel van Rabbi Hoena, die verordende dat een echtgenoot die zei: “ik doe het niet tenzij zij haar kleren draagt en ik de mijne”, haar echtscheiding moet verlenen'.


In de middeleeuwen komen we een scala aan opvattingen tegen (deels ook door het christendom beïnvloed). Aan de ene kant ontmoeten we enige tamelijk ‘plezier-tolerante' geleerden als Ibn-Ezra en Rabbi Abraham ben Yosef (Rabad) 5 , welke laatste vier aspecten aan de echtelijke samenleving onderscheidt, die in de komende wereld worden beloond: de procreatie, het welzijn van de foetus, het tegemoet komen aan het genot van de echtgenote en het tegengaan van overspel. Het is zelfs de plicht van de man om zijn vrouw haar genot te bezorgen.


Daarentegen ontpopt Maimonides 6  zich als een strenge meester ten aanzien van lichamelijke genietingen. Deze kampioen van de geestelijke discipline ziet de erotische prikkelingen en sensuele ervaring als afleidend van het doel van het superieure geestelijk genot van het intellect, dat naar eenheid met het goddelijke streeft. Een sterke preoccupatie met zaadlozing buiten de geslachtsgemeenschap
kenmerkt vele middeleeuwse geleerden en ook deze middeleeuwse meester, die lof spreekt van de profeet Elisja, die volgens de Oude Wijzen nooit aan seks dacht en nooit werd betrapt op een nodeloze zaadlozing, terwijl aartsvader Jacob pas zijn eerste zaad stortte ter verwekking van zijn eerstgeboren zoon Ruben.
De lijn van Maimonides heeft zich in de volgende eeuwen in diverse vormen doorgezet. Vele mystieke stromingen gingen behoorlijk tot sterk genotsvijandige tendensen aanhangen. In de sfeer van de kabbala leek het wel of de eenwording met het goddelijke gelijkwaardig, zo niet superieur te achten was aan de seksuele gemeenschap. De echtelijke vereniging met de vrouw is weliswaar een mitswe – de ona , bij voorkeur te verrichten op sjabbat – maar dat moet dan maar snel en met zo weinig mogelijk lust worden volbracht. Opvallend is, dat het mannelijk spiritueel heil vooropstaat.

In het in de 18e eeuw ontstane chassidisme heeft deze tendens zich in sterke mate voortgezet en in verschillende ultravrome stromingen die heden ten dage nog te vinden zijn, zien we dat nog terug. Bij de gelijktijdige niet-chassidische meer op Tora-Tamoed studie gefocuste richtingen (mitnagdiem) in de 19e eeuw zien we een gelijkvormige erotisering van de Tora, waarvan de bestudering verre superieur is aan de huwelijkse genietingen. Het sensuele Hooglied gaat niet over de aardse devotie van het minnespel, maar over de intellectuele vereniging met de goddelijke dimensie.
Grotendeels is het bovenstaande natuurlijk vooral een (wel heel ruwe) schets van de rabbijnse en geleerdenelite van het Joodse volk, dat over het algemeen wat betreft de seksuele mores een lossere mainstream praktijk volgde. Toch mogen we wel stellen, dat het chassidisme in het Oost-Europa van de 18e, 19e en een deel van de 20ste eeuw een grote invloed had op de bevolking.

Na de Verlichting

Natuurlijk opende voor velen de Verlichting de deuren naar bevrijding uit de ook op seksueel gebied benauwende traditie. De vraag is of de vrijkomende eros rond de overgang van 19e en 20ste eeuw niet ongemerkt in de knellende banden kwam van het van de gojiem overgenomen bekrompen bourgeoisideaal dan wel werd gesublimeerd in het ideaal van de fysiek competente ascetisch-zionistische landbouwpionier (waarmee ik wel heel kort door de bocht een hoofdstuk uit David Biales boek 1 ) comprimeer). De angst voor een vrije seksualiteit bleef eigenlijk daarmee ook buiten de traditioneel religieuze grenzen gehandhaafd.
Tegelijk heeft Sigmund Freud, de Mozes van de psychoanalyse, de oerkracht van de seksualiteit in onze psyche in het licht gezet en daarmee de onontkoombaarheid van deze oerkracht in het leven zijn plaats gegeven.
Intussen mag je zeggen, dat in de tweede helft van de 20ste eeuw het seculiere of liberale dan wel traditionele Jodendom terecht is gekomen in de mainstream van het burgerlijk huwelijk met een redelijk verlichte seksuele moraal.
De krachtige aandrift tot een vervullende ongebonden genieting van het lichamelijke enerzijds en de dringende noodzaak deze in het belang van de maatschappelijke orde te begrenzen anderzijds vormen een spanningsveld dat , vroeger op sacraal niveau werd gemanaged in (vaak zeer benauwend uitgelegde) religieuze geboden. Dat spanningsveld is er nog steeds.

In iedere generatie uit dit zich in nieuwe vormen. In het geliberaliseerde westen zijn in de 60-er jaren van de vorige eeuw knellende banden verbroken. Seksuele en materiële genieting zijn alom gepermitteerd en lijken het summum van het goede leven te vormen. Maar evenzeer dringt zich – misschien vaak ondergronds, ongeweten –   een behoefte op aan begrenzing en containment zich te doen voelen, niet uit angst voor de zonde, maar uit een verlangen om het eigen ik met zijn privébelangen, begeerten en bezit te overstijgen naar een hoger niveau van zingeving (God, zo je wil).

In Israël hebben we enerzijds Tel Aviv, de “poel der zonden”, de samenballing van uitbundige vrijheid; daar wordt het leven in al zijn bonte uitersten gevierd, eros kent daar geen grenzen, anderzijds hebben we Jeroesjalajiem, het centrum van religieuze observantie, van vrome kuisheid, waar oude zeden nog opgeld doen. Misschien moeten we tussen Tel Aviv en Jeroesjalajiem een nieuw gouden midden vinden ergens in de buurt van Modi'ien, waar eros en God 7 zich eindelijk verzoenen.

Noten

1.  Dankbaar is in dit commentaar gebruik gemaakt van Biale, David: Eros and the Jews from Biblical Israel to contemporary America Basic Books, Harper Collins, 1992. Passim

2. Meer commentaren op de parasja Naso zie mijn boek REIZEN DOOR DE TORA  , deel 2 Leviticus, Numeri en Deuteronomium.

3.  Rasji ad loc, Sifrei Bamidbar 99 en 100

4..  Talmoed Ketoebot 48a

5.   Zie David Biale op cit, p. 95ev

6.  Maimonides, Moses: The Guide of the Perplexed (Moreh Nevuchim), translated by M. Friedländer, New York, Dover Publications, deel III, hfst VIII

7.  Natuurlijk: God, zoals wij hem naar ons toe interpreteren

RC bewerkt juni 2023

©2024 Stichting PaRDeS | Privacy | Disclaimer
envelopephoneclockmagnifiercrossmenuarrow-right