Jesaja 54:1-10

commentaar BIJ Dewarim
- Kie Tétsé
11 Elul 5781

Wisselende metaforen rond de vrouw

door 
Rob Cassuto

Tot Rosj Hasjana worden de zogenoemde zeven haftarot van vertroosting (Sjiva de-nechamta)  gelezen, allen uit het tweede deel van het boek Jesaja, waarin vele messiaanse beloften klinken. We zijn nu aangeland bij de haftara bij de parasja Ki tetsee.(1 ) De tekst van de haftara gaat vooraf aan de haftara die we twee weken geleden hebben gelezen., de haftara bij de parasja Reëe. 

Een geliefd beeld dat profeten graag gebruiken is dat van Jeruzalem, resp. Israël als vrouw die haar man (de Eeuwige en zijn voorschriften) heeft verlaten, resp. door haar man verlaten is.
Deze haftara begint met de kinderloze vrouw, die echter nu grootse woorden van troost mag horen over de vele kinderen die ze ondanks alles weer in haar tent mag ontvangen:

541Zing vrolijk, onvruchtbare, u die niet gebaard hebt,
breek uit in gejuich en jubel het uit, u die geen weeën gekend hebt,
want de kinderen van de eenzame zijn talrijker
dan de kinderen van de getrouwde, zegt de Eeuwige.
2Vergroot de plaats voor uw tent,
laat men uw tentkleden wijd uitspannen


De onvruchtbare vrouw is Jeruzalem (Rasji), resp. het overgebleven en gedecimeerde Israël (Ibn Ezra). 
Misschien is de onvruchtbare vrouw een toespeling op andere onvruchtbare vrouwen die toch kinderen kregen, zoals Sara en Chana (moeder van Samuel) (2).  De onvruchtbaarheid is niet letterlijk maar figuurlijk bedoeld en soms wordt de vrouw ook een weduwe genoemd. De wisselende metaforen rond de vrouw laten een driedubbele verlatenheid zien: de vrouw (Israël, Tsion) heeft haar echtgenoot (de God van Israël) verlaten (door andere goden achterna te lopen), de echtgenoot heeft toen de vrouw verlaten en vervolgens hebben haar kinderen (de Israëlieten, Judeeërs) haar verlaten (zijn in ballingschap gevoerd).  Maar … aan dit alles zal een eind komen:

54Voor een klein ogenblik heb Ik u verlaten,
maar in grote barmhartigheid zal Ik u bijeenbrengen.
8In een stortvloed van (andere vertaling: met een klein beetje)(3) toorn heb Ik voor u Mijn aangezicht een ogenblik verborgen,
maar met eeuwige goedertierenheid zal Ik Mij over u ontfermen
.

Een klein ogenblik? Gezien de millennia lange ballingschap zou je dit een ironische uitspraak kunnen noemen. Maar dat ‘ogenblik’, daar zijn de commentaren het over eens moet gezien worden in relatie tot de eeuwigheid van de tijd van verlossing. ‘De dagen van ballingschap, hoeveel dat er ook zijn, zullen een ogenblik lijken vergeleken met de messiaanse tijd’, zegt bijvoorbeeld Abraham Ibn Ezra (12e eeuw).

Misschien kan de presentie van de Eeuwige ons per definitie niet verlaten en is zij ons ook in de meest grote pijn nabij. Maar binnen de materiële wereld die Zij heeft geschapen, zoals die nu eenmaal is, heeft Zij de mens de vrije keuze geschonken, zodat Zij niet anders kan dan tot Haar grote ‘verdriet’ toezien hoe mensen die vrije ruimte al te vaak gebruiken om zichzelf en hun medemensen van kwaad tot erger het lijden aan te doen. Het eist veel reparatiewerk van mensen zelf om in beter vaarwater te komen.

Misschien zijn wij allemaal, Joden en niet-Joden, ballingen op deze aarde, een karavaan van vreemdelingen die al een eeuwigheid op weg is tussen twee oasen. Steeds lijkt de komende oase in zicht maar hij is altijd verder weg dan de horizon. Maar als we er eenmaal zijn aangekomen zal de tocht maar een klein ogenblik lijken te zijn geweest.

noten
(1) Zie voor meerdere commentaren op de parasja Ki tetsee mijn boek
REIZEN DOOR DE TORA, deel 2, Van de Berg naar de Rivier, Leviticus, Numeri en Deuteronomium, Mastix Press, 2016, te bestellen bij bol.com   
(2) Zo Pesikta Rabbati 32:1
Pesikta de Rav Kahana 20:1: Er zijn zeven onvruchtbare vrouwen: Sara, Rivka, Rachel and Lea, Manoach’s vrouw Chana en Tsion
(3) Be-sjetsef ketsef (woede): sjetsef wordt vertaald met of ‘uitstorting’ of ‘een beetje’, het woord komt alleen op deze plaats voor.

Archives

©2021 Stichting PaRDeS | Privacy | Disclaimer
envelopephoneclockmagnifiercrossmenuarrow-right