Korach

Korach

commentaar BIJ Bemidbar
- Korach
28 Sivan 5784

Mozes versus Korach, de visie van Martin Buber

door 
Rob Cassuto

Bemidbar / Numeri 16:1–18:32

De inlichtingen over de geduchtheid van de bevolking van het land Kanaän, en het besef dat het volk van Israël moreel en militair waarschijnlijk of voorlopig nog lang niet opgewassen was tegen de strijd had een hevige deceptie bij de Israëlieten veroorzaakt en bracht de fundamenten van Mozes' gezag aan het wankelen, zoals we in de vorige parasja hebben kunnen lezen 1. De rebellie van Korach en de zijnen kwam dan ook niet uit het niets. Laten we eens zien hoe Martin Buber in zijn boek over Mozes 2  tegen de opstand van Korach aankijkt.
Het lijkt aanvankelijk een opstand van (een deel van) de Levieten om het priesterschap. Buber ziet, wanneer hij de lagen afpelt, als kern van het verhaal een opstand tegen het gezag van Mozes.

Waarom een opstand ?

Een opstand tegen het gezag van Mozes, niet als priester, want hij is geen priester al gaat hij voor in rituele handelingen; ook niet tegen Mozes als profeet, want daarvoor is hij teveel ook volksleider. Mozes is niet te vangen als priester-profeet, hij is buitencategorie; het gaat om zijn "theo-politieke" leiderschap.
Korach en zijn volgelingen verzetten zich tegen het leiderschap van één man, een leiderschap dat zich uitoefent in naam van God; ze komen er tegen in opstand dat die ene man dan in Gods naam beslist wat recht en onrecht is.

Korachs argument

Korach lijkt een sterk - op het eerste gezicht aansprekend - argument te hebben dat hij aan Mozes zelf ontleent: als het gaat om een Heilige gemeenschap (eda kadosj , dat volgens Buber een ouder goj kadosj dekt), dan is niemand daarboven verheven, ook Mozes niet. Heiligheid, wat is dat? Korach zegt met een nomadische onafhankelijkheidsdrift, iedereen is heilig, er is geen autoriteit, want iedereen is het, niemand kan een ander iets opleggen.

Die redenering gaat op zolang ieder door de ware geest Gods geinspireerd blijft. Dat is natuurlijk nooit het geval. Daarom - aldus Buber - is er een uitverkorene nodig, die het instrument is om door te geven wat God welgevallig is en wat niet, wat blijvend recht en wet is. Niet iedereen kan gelijkelijk uitverkorene zijn, omdat er dan geen sprake kan zijn van recht en wet. Anders is een continuïteit van de heerschappij van God onmogelijk.
Korach lijkt een punt te hebben, want recht en wet - in dit geval onthuld door de bemiddeling van Mozes - zullen op den duur de geïnspireerde geest, waarmee zij ooit gegeven zijn, voor het volk verliezen. Het is een onvermijdelijk proces.
Waar Korach niet aan toekomt is het inzicht, dat wet en recht steeds "moet onderduiken in het verterende en louterende vuur van de geest" om zich te vernieuwen. Korach ervaart alleen de dwang en denkt dat zijn vrijheid in het gedrang komt. Hij denkt dat een individuele en anarchistische vrijheid, onder de noemer van heiligheid, daarvoor in de plaats kan komen.

Mozes’ tragiek

Buber signaleert een fundamentele tragiek: de twee richtingen die de mens kan kiezen. Vanuit zijn wil om niet onderworpen te zijn aan anderen, maar onafhankelijk - iets wat met name bij nomaden zo sterk het geval is.
De keuze is dan: om of zich absolúút over te geven, niet aan een andere mens, maar aan God, óf de weerspannigheid daartegen en de overgave van de mens aan zijn eigenzinnigheid en zijn pogen juist dit als het religieus juiste of zelfs als het heilige te voelen.

Deze tragiek moet Mozes diep gevoeld hebben, hij, die de weg bood naar een heilig volk te zijn, een volk van "priesters en profeten", om in alle vrijwilligheid te betreden, terwijl daartegenover Korach die weg afwees ten gunste van de dwaalweg van de schijn-heiligheid van het autonome ik.
Het moet Mozes diep geraakt hebben om te ervaren hoe zijn volksgenoten in hem niet de Godsman meer konden zien - uit nijd of machtshonger of door welk motief ook bezield – en hoe zij de koers van Israël in levensgevaar brachten, om zoals we later in de parasja lezen mee te maken hoe die volksgenoten letterlijk te gronde gaan.
Op het moment van het horen van Korach's opstandige woorden 'viel hij neer', in een ondeelbaar moment moet hij de rampzalige gevolgen hebben voorvoeld.
Buber benadert deze geschiedenis sterk vanuit het Mozaisch idealisme. Wat hij hier niet zo benadrukt is dat ook het volk steeds weer de stap moest doen om Mozes ook te erkennen, in hem te geloven als de unieke middelaar van Gods woord; m.a.w. om achter de leider en de machtsuitoefenaar steeds de uitzonderlijke, geïnspireerde Godsman te zien.

Sjabbat sjalom!

Noten

1.
In mijn boek REIZEN DOOR DE TORA, deel 2 , heb ik nog andere  optieken op de parasja Korach behandeld en eveneens elders op de website van PaRDeS.

2. Een samenvatting van het boek van Buber (‘Mozes’ Servire) is te lezen op de website van Rob Cassuto en het boek van Sigmund Freud over Mozes is tevens te vinden op de pagina's die beginnen met http://www.robcassuto.com/Mozes.html.

Bewerkt juli 2024

Archives

©2024 Stichting PaRDeS | Privacy | Disclaimer
envelopephoneclockmagnifiercrossmenuarrow-right