Lech Lecha

Lech Lecha

commentaar BIJ Berésjit
- Lech-Lecha
11 Heshvan 5784

De universele Abraham

door 
Rob Cassuto

Beresjiet/Genesis 12-18  

Jodendom, Christendom en Islam hebben zich altijd verstrengeld met politieke ontwikkelingen en niet met gunstig gevolg. Vooroordelen en onderlinge haat hebben de overhand gehad op verdraagzaam en zelfs voorspoedig samenleven.  De uitbarsting van geweld rond de Gazastrook raakt ons diep in de ziel en de schokgolf van zowel antisemitisme als islamofobie in de rest van de wereld maakt ons ongerust en angstig. Laten we ter gelegenheid van de parasja Lech Lecha 1 de focus eens richten op de oervader van Jodendom, Christendom en Islam, Abraham en de universele en verzoenende aspecten van de patriarch.
Verscheidene passages in de Tora houden in, dat in Abraham de volken van de wereld zullen zijn gezegend (zoals in de eerste zegening in Genesis 12:3, niwrechoe bechá kol misjpachot ha-adama). Bijbelprofessor Umberto Cassuto (20ste eeuw) signaleert: ‘We hebben hier de eerste toespeling op het concept van universaliteit dat inherent is in het geloof van Israël, dat verder ontwikkeld zou worden in de leringen van de profeten' 2 . Niet alleen voor de joden, ook voor andere religies is Abraham een voorbeeld van geloof en een inspiratie voor levenswandel. Zowel in het Christendom als in de Islam wordt hij boven zijn Joodse context uitgetild.

Paulus

De apostel van het Christendom, Paulus, wijdt een bij theologen befaamde passage aan Abraham. In zijn brief aan de Romeinen legt hij de nadruk op het onwankelbare geloof van Abraham in de Altijdzijnde 3 . Als ik het goed begrijp komt het op het volgende neer. Niet omdat Abraham zulke goede daden heeft verricht werd hij door God gerechtvaardigd, niet om zijn verdiensten, maar louter doordat hij op God vertrouwde, dat godsvertrouwen was al genoeg. En omdat hij al gerechtvaardigd werd toen hij zich nog niet had besneden en er sowieso toen nog geen geheel van wettische voorschriften bestond, is ook voor hen die niet besneden zijn – lees de niet-joden c.q. de christenen - het geloof in God – en natuurlijk voor de christenen in Jezus - voldoende en het is voor rechtvaardiging niet nodig, dat je je aan allerlei voorschriften – lees de Joodse wet – houdt.

Koran

In de Koran speelt Abraham een belangrijke rol, in vele passages treedt hij op. Uit een artikel van prof. Karl Josef Kuschel 4  haal ik een belangrijk citaat uit de Koran: ‘O, mensen van het Boek, waarom redetwist gij over Abraham, wanneer de Tora en het Evangelie eerst na hem werden geopenbaard? Wilt gij dan niet begrijpen? Ziet, gij twist over hetgeen, waarvan gij kennis hebt. Waarom twist gij dan (eveneens) over hetgeen, waarvan gij geen kennis hebt? Allah weet en gij weet niet. 
Abraham was noch een Jood, noch een Christen, maar hij was een oprecht Moslim. En hij behoorde niet tot de afgodendienaren.' 5 .
Het blijkt te staan in het hoofdstuk (soera) Al Imraam, o.a. een voor joden weerbarstige verhandeling over ‘het volk van het Boek'. Maar in bovengeciteerd vers ligt wel een helder statement: Abraham ging vooraf aan Tora, Evangelie en ook aan de Koran. Hij was ‘een vriend van God'.

Prof. Kuschel neemt deze soera als uitgangspunt voor zijn pleitrede voor een Abrahamitische spiritualiteit en oecumene. In zijn interreligieuze werk vindt hij zijn grondslag in de verhalen van Abraham, zoals zij verteld worden in de Tora, in het Nieuwe Testament en in de Koran. In de verhalen over Abraham komt – zo stelt hij – iets tot uitdrukking dat als grondhouding van mensen tegenover het heilige, het Absolute, tegenover God ook in andere religies te vinden is: de kracht om op grond van radicaal vertrouwen op God op te breken en iets nieuws te wagen. Dit ziet hij als Abrahamitische spiritualiteit, het radicaal vertrouwen om ondanks de deprimerende geschiedenis van conflict en geweld tussen de religies en tegen de verleiding van berusting in, vol te houden en met erkenning van verschillen steeds te zoeken naar gemeenschappelijke grond.

Tora en midrasj

Biedt de Tora in het verhaal van Abraham nog andere episoden, die inspireren tot een vredelievend samengaan van mensen?

Een late midrasj 6  verhaalt hoe een bezorgde Avraham na jaren tot tweemaal toe zijn zoon Ismaël in de woestijn weer opzoekt en een derde keer zich met hem verzoent. Dit verhaal is in de islamtraditie in een aangepaste vorm overgenomen als basisuitleg voor de in de Koran vermelde bouw van de Kabaä door Abraham en Ismaël. Ismaël kreeg twaalf zonen. In Beresjiet/Genesis 25 wordt de laatste episode in het leven van Abraham beschreven. Hij neemt na de dood van Sara waarachtig nog een tweede vrouw, Ketoera – de midrasj zegt: dat is een teruggekeerde Hagar – en krijgt nog zes zonen bij haar. Inderdaad, een vader van vele volken is hij.7
Hij wordt begraven door zijn twee oudste zonen, Isaac en Ismaël (Beresjiet/Genesis 25:9). Aan het graf van hun vader ontmoeten de twee rivalen elkaar weer, dat is een hoopgevende metafoor.

Al eerder is in het leven van Abraham een signaal van een vreedzame oplossing van conflicten gegeven. Als de nog ‘jonge' Abram met zijn neef Lot is vertrokken uit Charan ontstaat er een conflict over de weidegrond voor hun vee. (Beresjiet/Genesis 13). De herders maken ruzie met elkaar. Er is te weinig levensruimte voor beiden. Dan zegt Abraham zoiets als: laten we toch geen ruzie maken, wij zijn immers mannen die broeders zijn! Ligt heel het land niet voor je open? Er is ruimte genoeg voor ons beiden, ga jij naar links dan ga ik rechts en ga jij rechtsaf, dan ga ik linksaf.
Dat kan ook dienen als metafoor: er is ruimte genoeg voor allen, als we dat maar zien en elkaar dat gunnen. Eerst moeten we als joden, christenen en moslims ophouden ruzie te maken en elkaars waarheden aan elkaar op te dringen, stoppen met elkaar te onderdrukken en zelfs te doden. Dan kan een ontmoeting en werkelijke kennismaking zich ontwikkelen. Dan kunnen we elkaar de ruimte gunnen, elkaars verschillen respecteren, Nu klinkt dat allemaal naïef. De laatste tijden lijkt een pluraal samenleven nog ver weg.
Maar toch, misschien gloort er ooit iets als een oecumenisch gebeuren onder het patronaat van Abraham.

Noten

1.  Verschillende commentaren op de parasja Lech Lecha zijn te vinden in mijn boek  REIZEN DOOR DE TORA  , deel 1 Genesis en Exodus, en op mijn website .

2.  U. Cassuto (1883-1951), A commentary on the book of Genesis, part two, from Noah to Abraham, Magnes Press, Jerusalem, 1977, p. 315

3.  Romeinen hfdst 4

4.  Karl Josef Kuschel , ‘Op weg naar een Abrahamitische spiritualiteit en oecumene' in : In de voetsporen van Abraham, vele bijdragen aan symposia 2003 en 2004 te Nijmegen, Damon 2004

5.  Koran, Soera 3 (Al Imraan) 65-68

6.  Pirkee de Rabbi Eliezer, hfdst. 30 e.v.

7.  Zie ook: Marcel Poorthuis, https://marcelpoorthuis.files.wordpress.com/2015/05/poorthuis-hagarswanderingsbetweenjudaismandislam.pdf)

RC bewerkt okt 2023

©2023 Stichting PaRDeS | Privacy | Disclaimer
envelopephoneclockmagnifiercrossmenuarrow-right