Naso

Naso

commentaar BIJ Bemidbar
- Naso
VOOR Sjawoeot
5 Sivan 5783

Een bonte reeks bepalingen

door 
Rob Cassuto

De parasja Naso 1 vervolgt de uitgebreide beschrijving van de taken van de drie huizen van de Levieten bij het vervoer van de tabernakel. De vorige parasja Bamidbar besloot met de taak van de levitische groep van Kehatieten te beschrijven. Zij moesten met grote omzichtigheid het allerheiligste van de tabernakel inpakken en vervoeren. De parasja Naso gaat verder met de taak van de Gersjonieten. Zij moesten de dekkleden, tapijten, tentdoeken en touwen transporteren. De Merarieten tenslotte waren verantwoordelijk voor het dragen van de planken van de tabernakel, de dwarsbalken, de palen en voetstukken, en de palen van de omheining, met de pinnen en de touwen en wat er verder bij hoort. 8580 levitische mannen tussen de twintig en de vijftig jaar waren bij het transport betrokken, met ieder een eigen taak, dit alles onder scherp toezicht van Mosjee, Aharon en zijn zonen Elazar en Itamar.

De parasja vervolgt met een aantal bepalingen, die er wat willekeurig tussendoor lijken gemixt. Ze hebben allen wel iets te maken met reinheid of zuivering. Zo wordt verordend (5:1 ev) om lepralijders of wie onrein vocht verliest en iedereen die onrein is door contact met een lijk het kamp uit te sturen, kennelijk omdat hun aanwezigheid in het kamp niet verenigbaar is met de heiligheid van de goddelijke inwoning. Wie een rabbijnse discussie hierover wil raadplegen verdiepe zich in het Talmoed traktaat Pesachiem 67a.

Dan volgt een bepaling (5:5 ev), die door de commentatoren wordt uitgelegd als betreffende vergoeding van schade veroorzaakt door iemand die een ander van geld of goed heeft beroofd; als hij zijn misstap bekent moet hij die mondeling belijden en het geld of de waarde van het goed plus 1/5 ervan terugbetalen. Het valt op, dat hier mannen en vrouwen gelijkelijk worden genoemd.

De van overspel verdachte vrouw

De volgende bepalingen hebben ook betrekking op zowel man als vrouw, maar zij dienen om aan een jaloerse of achterdochtige echtgenoot tegemoet te komen. Het betreft het ons tegenwoordig barbaars aandoende ritueel ingeval een man zijn vrouw van overspel op een verborgen plek verdenkt en zij ontkent. Of dat terecht is of onterecht moet worden uitgemaakt bij de priester in een soort ‘waterproef' gecombineerd met een ‘jaloezie-(mincha)offer' van gerstemeel, hetgeen benadrukt dat het een godsoordeel betreft. Het water met stof van de tempelvloer gemengd – het bitter water – wordt door de priester in de verdachte vrouw ingebracht en gaat gepaard met een sacrale formule. Zwelt de buik van de vrouw dan na een tijdje niet op en vallen haar heupen niet in – dwz wordt ze niet ziek en onvruchtbaar – dan is ze kennelijk onschuldig aan het overspel. We moeten wel bedenken, dat de praktische uitvoering hiervan niet vaak zal hebben plaatsgevonden onder invloed van de condities die aan het ritueel werden gesteld. De Rabbijnen bepaalden, dat de vrouw eerst gewaarschuwd had moeten zijn door de man, die al door haar buitensporig gedrag was gealarmeerd. Bovendien moest die waarschuwing door twee getuigen bevestigd zijn. Was werkelijk overspel daarna (bij uitzondering) door één getuige ondanks de verborgenheid geconstateerd dan was ontbinding van het huwelijk al mogelijk en was geen waterproef vereist. Bleef er echter twijfel, dan kon de waterproef plaatsvinden, echter alleen als beide partijen ermee instemden. Dan moest het proces plaatsvinden voor de hoogste rechter, in Jeruzalem dus. Uit Bamidbar 5:31 valt af te leiden, dat de man alleen de waterproef mocht eisen, als hij zelf van onbesproken gedrag was en niet van zijn kant seksueel over de schreef was gegaan 2 . In het Talmoed traktaat Sota bespreken de rabbijnen alle ins en outs van de van overspel verdachte vrouw (de sota) en komen dan aan het eind van het tractaat tot de door hen betreurde constatering, dat er zoveel overspelplegers waren, dat de waterproof is afgeschaft. 3

Scheiding

Overigens kon de man al zonder waterproef bij buitensporig of verdacht gedrag van zijn vrouw het huwelijk ontbinden. Bij geconstateerd overspel van de vrouw was het zelfs verplicht. De zeer losse mogelijkheid voor echtscheiding, die de Tora (Devariem 24:1 3 en de Talmoedgeleerden 4 met name aan de man bieden zijn in de volgende eeuwen ingeperkt door exacte regels omtrent de scheidbrief (get) en verfijnende omschrijving van echtscheidingsgronden en ook kwam er een formulering van de mogelijkheden die ook de vrouw heeft om scheiding aan te vragen en de verplichting van de man die in een aantal gevallen ook toe te staan. Niettemin klinkt in de orthodoxe regels omtrent de scheiding nog duidelijk de patriarchale grondtoon van de Tora door.
In de orthodoxe wereld, met name in Israël, betalen vooral de agoenot (‘geketenden') een hoge prijs; wanneer de man onwillig is een scheidingsbrief te geven blijven de vrouwen geketend aan het huwelijk en kunnen zij niet hertrouwen. In de diaspora is het Joodse religieuze huwelijk – tenminste in reform kringen – vaak de bekroning van het burgerlijk huwelijk, soms pas jaren later. Daar hebben de regels van het burgerlijk familierecht prioriteit.

Overige bepalingen; de nazir en de priesterzegen

We hebben in ons commentaar het accent laten vallen op het begin van de parasja. Maar er staat nog veel meer in. Paragraaf 6 beval de voorschriften over de nazireeër ( nazir ). De nazireeër doet de gelofte geen alcohol of welk druivenproduct ook tot zich te nemen; ook zal hij zijn hoofdhaar niet afscheren en niet in de nabijheid van een dode komen. Ze wijden zich (hun leven of een deel ervan) aan God. Uitgebreider ben ik hierop elders ingegaan. 5


Opeens treffen we dan de schone woorden van de priesterzegen aan (6:22 ev): “De Eeuwige zei tegen Mosjee: ‘Zeg tegen Aharon en zijn zonen dat zij de Israëlieten met deze woorden moeten zegenen “Moge de Eeuwige u zegenen en u beschermen, moge de Eeuwige het licht van zijn gelaat over u doen schijnen en u genadig zijn, moge de Eeuwige u zijn gelaat toewenden en u vrede geven” . Ook hierover elders meer 6 .
Tenslotte volgen vele lange bladzijden met de opsomming van de offers van de leiders bij de inwijding van de tabernakel, het is een bonte stoet van offerdieren en blinkende zilveren en gouden voorwerpen die iedere stam aanbiedt. Het vertrek van de Sinaj is nabij. In de parasja Behaälotecha zal de wolk van de Eeuwige zich verheffen van de tabernakel en zullen de zilveren trompetten schallen als signaal voor het vertrek. 

Noten

1. Meer commentaren op de parasja Naso zie mijn boek  REIZEN DOOR DE TORA  , deel 2 Leviticus, Numeri en Deuteronomium.

2.  Zie het commentaar op deze passages 5:13 ev van Samson Raphael Hirsch: The Pentateuch, Vol IV, Numbers, Judaica Press, 1973. P. 61 ev

3.  Talmoed Sota 48

4.  Dev. 24 : 1: Het volgende kan zich voordoen: Iemand heeft een vrouw getrouwd, maar om een of andere reden is hij ontevreden over haar. Hij schrijft een    scheidingsbrief, die hij bij haar vertrek aan haar meegeeft.

5,  Misjna Gittin 9:10 Bet Shammai says: a man should not divorce his wife unless he has found her guilty of some unseemly conduct, as it says, “Because he has found some unseemly thing in her.” Bet Hillel says [that he may divorce her] even if she has merely burnt his dish, since it says, “Because he has found some unseemly thing in her.” Rabbi Akiva says, [he may divorce her] even if he finds another woman more beautiful than she is, as it says, “it cometh to pass, if she find no favour in his eyes. Jezus was ronduit de strengste leraar, scheiden was uitgesloten, want (Matteus 19:6, met een beroep op Genesis 2:24): Dus, wat God samengevoegd heeft, laat de mens dat niet scheiden.

6.  Op mijn website http://www.robcassuto.com/parasjot2.html#naso

7.  In mijn boek Reizen door de Tora, deel 2, p. 100 ev

Chag sjavoeot sameach!

RC herzien mei 2023

Archives

©2023 Stichting PaRDeS | Privacy | Disclaimer
envelopephoneclockmagnifiercrossmenuarrow-right