Parasja Shemini

commentaar BIJ Wajikra
- Sjemini
21 Adar II 5782

Vreemd vuur

door 
Rob Cassuto

Wajikra/Leviticus 9:1 - 12:1

Op de achtste (jom ha-sjemini) dag van de inwijding van het Misjkan, brengen Aharon, zijn zonen en heel het volk verschillende korbanot (offers), zoals Mosjee hen geboden had. Aharon en Mosjee zegenen het volk. De Eeuwige staat het volk toe om Zijn majesteit (kawod) waar te nemen.
Nadav en Avihoe, twee zonen van Aharon bedenken en brengen een nieuw soort offer, dat de Eeuwige niet gevraagd had. Een vuur verteert hen, waarmee duidelijk wordt dat alleen die geboden mogen worden uitgevoerd die Mosjee heeft opgedragen. Mosjee spreekt Aharon toe, die in stilte treurt. Mosjee geeft de kohaniem instructies hoe zij zich moeten gedragen tijdens hun rouw periode, en waarschuwt hen dat zij geen sterke drank mogen drinken voordat zij in het Misjkan dienst gaan doen. 
De Tora geeft de twee kenmerken van een kosjer dier: het heeft gespleten hoeven; het kauwt zijn voedsel, geeft het weer op en herkauwt het nog eens. De Tora specificeert de namen van niet-kosjere dieren die slechts één van beide kenmerken hebben. Een kosjere vis heeft vinnen en makkelijk te verwijderen schubben. Alle vogels die niet voorkomen op de lijst van verboden families zijn toegestaan. 
De Tora verbiedt alle soorten insecten, met uitzondering van vier soorten sprinkhanen. (HSV)
"Alle kruipend gevogelte, dat op vier voeten gaat, zal u een verfoeisel zijn". Een allegorische uitleg van dit verbod om je consumerend in te laten met het kruipend gedierte zou te maken kunnen hebben met het mysterie van het kwaad: hoe we kunnen leven, en zelfs kunnen groeien te midden van de laagste krachten, die op de aarde 'kruipen' ( geparafraseerd naar R. Simon Jacobson).
Verder  worden er details gegeven van het reinigingsproces nadat men in contact is gekomen met ritueel onreine dieren. Het Joodse volk wordt opgedragen zich af te scheiden en heilig te zijn.

Vreemd vuur

De meest opvallende gebeurtenis in deze parasja is de tragedie rond de zonen van Aharon.
Een snelle opeenvolging van gebeurtenissen moet hebben plaatsgevonden tijdens de offerplechtigheden ter inwijding van de tabernakel (Misjkan):
(NBV Waj/Lev. 9:23-10:4) Toen ze weer buitenkwamen, zegenden ze het volk. Daarop verscheen de majesteit van de Eeuwige aan het verzamelde volk. 24 Een felle vlam kwam uit het heiligdom (ik zou vertalen: een vuur ging uit van de Eeuwige) en verteerde het brandoffer en het vet op het altaar. Toen het volk dat zag, begon het te jubelen, en iedereen wierp zich ter aarde.
Aärons zonen Nadav en Avihoe deden gloeiende kolen in hun vuurbak en legden er reukwerk op. Maar het was verkeerd (‘esj zara’, vreemd vuur) vuur dat ze de Eeuwige wilden aanbieden, vuur dat niet voldeed aan de voorschriften van de Eeuwige. 2 Een felle vlam kwam uit het heiligdom en verteerde hen, zodat ze daar, in de nabijheid van de Eeuwige, stierven. 3 Mozes zei tegen Aäron: ‘Dit bedoelde de Eeuwige toen hij zei: “Door degenen die in mijn nabijheid verkeren, toon ik mijn heiligheid. Het hele volk maak ik getuige van mijn majesteit.”’ Aäron zweeg.

Vele vragen liet en laat dit accident open en vele antwoorden van vroeger en nu hebben geprobeerd een verklaring te vinden.
Het meest voor de hand liggend is de uitleg, die de Tora al geeft: Nadav en Avihoe hebben zich niet gehouden aan de voorschriften van de Eeuwige, zoals die waarschijnlijk door bemiddeling van Mosjee zijn gegeven, en hebben op eigen houtje opgetreden. 
Dat de straf zo zwaar was probeert Mosjee dan aan zijn broeder Aharon, de vader van de twee slachtoffers, uit te leggen: ‘Door degenen die in mijn nabijheid verkeren, toon ik mijn heiligheid’.
Dat wil volgens mij zeggen: de meest nabijen dragen de grootste verantwoordelijkheid, ze hebben de zwaarste consequenties te dragen, als de heiligheid niet gerespecteerd wordt.

Het tragische zit vooral in de goede bedoelingen die de twee priesters gehad moeten hebben. 
Er is wel gesuggereerd, dat ze ook wijn gedronken hadden, zoals ook verboden zou gaan zijn bij betreding van het heiligdom (pasoek 9), mede waardoor ze misschien in hun oordeel beneveld waren.( Hoewel ook nobele bedoelingen aan deze mogelijke wijnconsumptie worden toegedicht)
Ook is gesuggereerd, dat zij misschien overambitieuze bedoelingen hebben gehad om Mosjee en Aharon opzij te zetten als leiders van het volk; dat is als interpretatie mijns inziens veel te vrijmoedig. 
Wel valt op dat zij als enige met name worden genoemd in Sjemot (24:9) als metgezellen van Mosjee en Aharon bij het bestijgen van de berg om de Eeuwige te ontmoeten. De beide mannen zagen nu dus voor de tweede keer een manifestatie van de Eeuwige.
In deze extatische beleving moeten zij in een roes zijn geraakt, die hun alle voorzichtigheid uit het oog deed verliezen. Wat mij opvalt is dat als het vuur op het altaar is geschoten in een imposant bliksemgebeuren Nadav en Avihoe eveneens met vuur aan de slag gaan. Er zit daar iets van overmoed in, een hybris, een Icarus-scenario. Ze braken uit het via de mond van Mosjee gegeven systeem in een extatische poging en verbraken het evenwicht met fatale gevolgen.

De uitleggers hebben altijd ook in Nadav en Avihoe hun enthousiaste bedoelingen gewaardeerd en zagen hun zielen in Pinchas weer gemanifesteerd, Aharons kleinzoon Pinchas, die ook op eigen houtje optrad, maar nu met een betere uitslag (Bamidbar/Numeri 25:7) en zelfs Elia is genoemd als nieuwe belichaming van hun zielen.

Archives

©2022 Stichting PaRDeS | Privacy | Disclaimer
envelopephoneclockmagnifiercrossmenuarrow-right