Tetsawee

Tetsawee

commentaar BIJ Sjemot
- Tetsawè
13 Adar I 5784

De paradox van heilige voorwerpen

door 
Rob Cassuto

Exodus/Shemot 27:20 - 30:11

In de parasjat Tetsawee 1 staan Aharon, de broer van Mosjee, diens schitterende uitdossing en zijn inwijding tot hogepriester centraal; tot in de details wordt het ontwerp beschreven voor de "bigdé Kehuna", de kleding van de priesters.
De Talmoed en Midrasj vertellen ons dat Mosjee er vanuit ging, dat hij als de hogepriester zou dienen voor de tijd dat de Israëlieten door de woestijn zouden trekken. Toen beval de Eeuwige hem zijn broer Aharon met het hogepriesterschap te bekleden en daarvan zou hij enorm overstuur zijn geweest.

Het uiterlijke doet zijn intrede

De Sefat Emet (Yehudah Aryeh Leib Alter 1847–1905, ook bekend onder de naam van zijn belangrijkste werk Sefat Emet, taal van de waarheid) legt uit dat Mosjee overstuur was niet zozeer omdat hij jaloers was op zijn broer, maar eerder omdat hij besefte dat deze machtsoverdracht gepaard ging met een lager spiritueel niveau van het dienen van de Eeuwige.

Hoe kwam Mosjee op dit idee?
Het kwam voort uit het feit dat de priesters voortaan speciale kleding zouden gaan dragen. Tot nu toe was Mosjee als het ware de hogepriester geweest en had hij de dienst verricht in gewone kleren, want speciale kleren waren immers nog niet voorgeschreven! Maar, zoals Mosjee inzag, het gedrag van de Israëlieten had een afstand gebracht tussen de mensen en de Ene. Mosjee brengt dit in verband met de zonde van het gouden stierkalf (in de volgende parasjat Ki Tisa, maar volgens de commentatoren had deze zonde al plaats gevonden vóór deze voorschriften over de Misjkan (tabernakel) 2. Wat dus eerst een geïnternaliseerde persoonlijke band met de Ene was (gesymboliseerd door de eredienst zonder speciale kleding) moest naar het lager niveau gebracht worden van een veruiterlijkte dienst in een speciaal kledingstuk, een extern attribuut (kleren maken de man ).

De Sefat Emet zegt in zijn commentaar op de volgende parasjat Ki Tisa hetzelfde met betrekking tot het hele project van de bouw van het Misjkan:
Het lijkt erop dat de eerste wetstafelen (Loechot) waren bedoeld om te worden geplaatst onder het volk van Israël, zonder de ark en zonder de Misjkan; het was oorspronkelijk de bedoeling, dat de Israëlieten een toestand zouden bereiken van transcendentie van de fysieke wereld; blijkbaar waren ze vóór de zonde (van het gouden stierkalf, het lijkt wel de Joodse erfzonde ) niet gescheiden van de Ene. Pas daarna, toen deze scheiding zich had voltrokken, was de weg terug alleen mogelijk via de Misjkan en zijn heilige voorwerpen.

Heiligheid en afstand


De weg naar heiligheid (in de Joodse, niet in de christelijke betekenis) wordt gekenmerkt door een afstand. Een architectonisch object is tegelijkertijd een schepping en een kritiek op de instelling. De Misjkan is het heiligste object en stelt het hoogste niveau van godsdienst present, dat haalbaar is voor de mens, maar tegelijk symboliseren de muren "het tussenin" om zo te zeggen, een gemis, een tekort in de kern van ons zijn. De wanden dienen als omsluiting, als meest zichtbare object van dit werk van sacrale architectuur, maar tegelijkertijd vormen de muren grenzen, die de vrije toegang tot de binnenruimte belemmeren. Is het enerzijds een trots symbool van de mogelijkheid van relatie met het goddelijke, anderzijds is het ook een herinnering aan het menselijk falen. Zie hoe zelfs vandaag historische sites die spirituele hoogtepunten belichamen, zijn geworden tot de grootste barrières die volkeren uit elkaar scheuren.

Noten

1.  Verschillende commentaren op Tetsawee zijn te vinden in mijn boek    REIZEN DOOR DE TORA    , deel 1 Genesis en Exodus en elders op de website van PaRDeS
Dit commentaar is een vrije bewerking van een deel van het commentaar van Mark H Kirschbaum MD, destijds gepubliceerd op de site van Tikkun.org

2. Rasji ad Sjemot 31:18

RC bewerkt 2024

Archives

©2024 Stichting PaRDeS | Privacy | Disclaimer
envelopephoneclockmagnifiercrossmenuarrow-right