Wajera

commentaar BIJ Berésjit
- Wajéra
15 Heshvan 5782

Ismaël, niet gekozen, wel geliefd

door 
Rob Cassuto

In de sidra Wajera lezen we hoe Sara Abraham verzoekt om de jongen Ismaël en zijn moeder, Hagar weg te zenden de woestijn in. Ismaël is de eerstgeboren zoon van Abraham en de Egyptische slavin Hagar, die toen Sara onvruchtbaar leek hem als bijvrouw diende. Sara die later onverwacht toch werd gezegend met een zoon wil de aanspraken van haar net geboren Isaac op Abrahams erfenis beschermen tegenover zijn oudere halfbroer. Abraham voldoet met tegenzin aan dat verzoek.

Een slechte naam?

De oude rabbijnen hebben Ismaël – de mythische voorvader van de Arabieren - een slechte naam bezorgd, hij zou een goddeloze en verdorven jongen zijn geweest en zelfs zijn jonge halfbroertje Isaac levensgevaarlijk bedreigd
hebben 2. Als je de betreffende Toratekst echter onbevangen leest, merk je dat die onpartijdig is en ruimte laat voor positievere interpretaties. Zo berust Ismaëls slechte reputatie vooral op de uitleg van Genesis 21:3 (NBV): ‘Sara zag dat de zoon die Abraham bij Hagar, haar Egyptische slavin, had gekregen, spottend lachte‘. Dat spotten staat er in de Hebreeuwse tekst niet, er staat alleen ‘lachte’ (Hebr. metsachek, dezelfde wortel vinden we ook in Isaacs naam, hebr. Jitschak = hij lachte), wat ook een onschuldiger uitleg niet uitsluit. Rabbijn Jonathan Sacks zl benadrukt in zijn boek ‘Niet in Gods naam’, hfst 6, dat de tekst van de Tora weliswaar Isaac als opvolger van Abrahams aanwijst maar Ismaël niet afwijst; ook hem wordt macht, land en een overvloedig nageslacht beloofd. 

Familieproblemen

Sommige moderne (feministische) uitleggers leggen eerder blaam bij Sara en nemen het op voor Hagar 3.  Hoe kon zij een weerloze vrouw met de lage status van slavin, een vreemdelinge bovendien (ger, vreemdeling, klinkt in de naam Hagar, ha-ger, de vreemdeling) met haar kind de woestijn insturen, ondanks dat de Tora (en Abraham, zie het begin van de parasja) gastvrijheid voor en bescherming van vreemdelingen hoog aanslaat? We zien hoe de problemen in de allerminst harmonische families van de patriarchen aanleiding geven tot ook nu nog herkenbare problemen. Ook de families van zoon Isaac en kleinzoon Jacob zullen geenszins gespaard blijven van conflicten. Stof tot vruchtbare discussie. Als je gelooft in de goddelijke voorzienigheid rijst de theologische vraag waarom die altijd verloopt over zulke hobbelige paden en niet zelden via de zonde.

Abraham en Ismaël

Ook Abraham blijft niet helemaal vrij van smetten. Ook al heeft de Eeuwige hem verklapt dat het wel goed komt met Ismaël, hij is toch geen moreel voorbeeld in hoe hij aan Sara toegeeft om zijn geliefde eerstgeboren zoon zomaar weg te zenden naar een situatie vol ontbering en gevaar.
Heeft de oude vader zijn zoon niet gemist? Een in de achtste eeuw opgetekende midrasj (toegeschreven aan Rabbi Eliezer, die overigens Ismaël wel demoniseert) 4 wilde toch niet, dat de band tussen de aartsvader en zijn oudste zoon geheel verbroken bleef en vertelt hoe een bezorgde Abraham drie jaar na het vertrek  van Ismaël hem ging opzoeken. Nadat hij de jaloerse Sara had beloofd niet van zijn kameel af te zullen stappen, vertrekt hij op een lange en vermoeiende tocht door de hete woestijn. Midden op de dag trof hij Ismaëls vrouw, die hem zei, dat zijn zoon weg van huis was om fruit te oogsten. De afgematte reiziger vroeg om een stukje brood en wat water, maar dat weigerde ze. Abraham zei haar: zeg Ismaël, dat een oude man uit Kenaän langs is geweest en dat de ontvangst niet goed was. Ismaël begreep de hint, scheidde van zijn vrouw en nam een andere (‘Fatima’ wil de legende). Na drie jaar waagde Abraham het weer en zittend op zijn kameel hoorde hij wederom, dat Ismaël niet thuis was en wederom vroeg hij een stukje brood en een slok water. Ditmaal voldeed de vrouw graag aan het verzoek en ‘Abraham stond op en bad voor zijn zoon en Ismaël’s huis werd vervuld met al het goede en met zegen. Toen Ismaël thuiskwam vertelde ze dit alles en Ismaël wist, dat Abraham hem liefhad, zoals een vader zijn zoon liefhad.’ De midrasj gaat nog verder want Abraham huwde na de dood van Sara met Ketoera; dat zou niemand minder dan een teruggekeerde Hagar zijn! 5 Met Ketoera kreeg hij nog  zes  zonen (over dochters wordt nooit gesproken). Ismaël verwekte twaalf zonen, die vorsten zouden worden van twaalf stammen. Inderdaad, vele volken zijn uit Abraham voortgekomen. Aan het eind van zijn leven wordt hij begraven door zijn twee zoons Isaac en Ismaël in hoopgevende eendracht (25:9). 

Het verslag van Abrahams bezoeken aan Ismaël is in verschillende varianten in de Islamitische traditie overgenomen en verder bewerkt 6. Het zijn verhalen die bouwstenen kunnen leveren voor een brug tussen Jodendom en Islam; ook laten ze een relativerend licht schijnen op de exclusieve aanspraken op hun eigen waarheid die religies vaak gewelddadig hebben uitgedragen.

RC okt 2021

Noten

1. Meer commentaren op Wajera in mijn boek REIZEN DOOR DE TORA, deel 1.

2. Een opsomming van Ismaëls ondeugden bv in Genesis Rabba (5e eeuw) 53

3. Bv rabbi Danya Ruttenberg in de Huffington Post

4. Pirkei DeRabbi Eliezer 30

5. Genesis Rabbah 61:4


6. Zie Marcel Poorthuis, Hagars wanderings between judaism and islamDer Islam, 90(2), 213-237

©2021 Stichting PaRDeS | Privacy | Disclaimer
envelopephoneclockmagnifiercrossmenuarrow-right