In de LJG houdt men een 3-jaars cyclus aan en wordt deze week hoofdstuk 7:1 - 17 gelezen.

2 Samuel 6:1-19

commentaar BIJ Wajikra
- Sjemini
26 Nisan 5781

Wat was die onbedachtzaamheid van Uzza?

door 
Rob Cassuto

In de parasja Sjemini (Leviticus/Wajikra 9:1 - 12:1) brengen Nadav en Avihoe, de twee oudste zonen van Aharon, tijdens de plechtige inwijding van de tabernakel impulsief en in extase een reukoffer met ‘vreemd vuur' (eesj zara), een vurige daad waarom de Eeuwige niet gevraagd had. De twee overenthousiaste zonen worden door een vuur uit de hemel verteerd en komen om tot schrik en ontsteltenis van de menigte. Wat heeft de Eeuwige aan hun zo toegewijd gebracht reukoffer niet behaagd? Wat hebben ze verkeerd gedaan?

De plotselinge dood van Nadav en Avihoe vindt een parallel in de haftara uit het tweede boek Samuel. Daar speelt zich een vergelijkbaar incident af. De nog jonge koning David wilde na een succesvolle veldtocht tegen de Filistijnen de heilige ark terughalen van de plek waar hij na zijn verblijf in Filistijnenland was terecht gekomen (1). Twintig jaar had hij gestaan bij Avinadab in het dorp Kirjat Jeariem. De ark werd opgeladen op een splinternieuwe wagen met een os ervoor en begeleid door de twee zonen van Avinadab, Uzza en Achio. Vergezeld door een dansende David en een leger van 30.000 man en veel muziek ging de ark op weg naar Jeruzalem. Op een bepaald moment struikelde de os. Blijkbaar dreigde de wagen te kantelen. De man Uzza strekte zijn hand en greep de ark vast uit om hem voor vallen te behoeden. We citeren vers 7: Toen ontbrandde de toorn van de Eeuwige tegen Uzza, en God strafte hem daar om deze onbedachtzaamheid, en hij stierf daar bij de ark van God.’

Dat roept vragen op en wekt verontwaardiging over deze onbillijk lijkende goddelijke sancties. Ook David werd aanvankelijk kwaad over de gewelddaad tegen Uzza (vers 8). In het geval van Nadav en Avihoe zijn er nog wel een aantal verklaringen te construeren. In theïstische termen uitgedrukt: God houdt niet zo van fanaten die in extatische vergetelheid de zorgvuldige regels omtrent benadering van het heilige overtreden. (3)

In het geval van Uzza ligt het moeilijker. Hij wilde de ark voor vallen behoeden. Wat heeft deze arme trouwe dienaar nu verkeerd gedaan? Ook de rabbijnen van de Talmoed hebben zich het hoofd gebroken over de vraag wat de onbedachtzaamheid – in het Hebreeuws sjal (4) - van Uzza was. (5) Rabbi Jochanan (3e eeuw CE) zegt, het was onachtzaamheid, omdat de goede man was vergeten, dat de ark zichzelf draagt. Want ga maar na in het boek Jozua: het volk betrad het beloofde land en stak droogvoets lopend de Jordaan over. Toen sloten de wateren zich weer en droeg de ark die nog aan de ene kant stond zichzelf en de priesters vliegend over het water naar de overzijde, zo was Jochanans uitleg (6). Een andere geleerde, Rava (4e eeuw), legt de schuld bij David zelf. De koning had het vervoer van de ark te licht opgevat; hij had uit de Tora moeten weten, dat de heilige ark niet in een wagen mag worden vervoerd maar door de levieten moet worden gedragen (7) en nu is dit zijn straf.

Nu weten wij tegenwoordig beter dat een correlatie tussen twee gebeurtenissen in de tijd niet altijd een causale relatie hoeft te betekenen (post hoc ergo propter hoc). Uzza’s aanraken van de ark en zijn dood vlak daarna kan toeval zijn geweest. Misschien had hij een hartafwijking en werd de schrik hem fataal. Door de aanwezigen en late verklaarders werd het als een negatief wonder (straf) ervaren. Een begrijpelijke reactie. De plotselinge en ontijdige dood van een verdienstelijk mens dringt ons tot wanhopige vragen naar het waarom, toen en nu. Ieder antwoord lijkt beter dan het bitter besef, dat het louter toeval is. Maar misschien is het een vorm van (al dan niet religieuze vaak moeizaam verworven) levenskunst het toeval te laten zijn voor wat het is en onze boosheid, wanhoop, verbijstering erover te aanvaarden in een vorm van overgave, die zich dan pas kan onthullen als betekenis.

Koning David was aanvankelijke boos, maar daarna werd hij bevreesd. Hij liet de ark drie maanden lang staan bij een man genaamd Oved-Edom, die opeens met allemaal weldaden werd gezegend. Toen pas waagde de koning een nieuwe etappe en nam het vervoer van de ark met zijn onberekenbare effecten weer op. Nu werd de ark inderdaad gedragen door levieten. Na iedere zes stappen werd er een stier en een koe geofferd (dat moet hele kudden hebben gekost). Hij bracht de ark niet naar zijn oorspronkelijke tabernakel in Sjilo, maar plaatste hem in een tent in Jeruzalem. Daar vatte hij het plan op om een tempel te bouwen, hetgeen pas door zijn zoon Salomo zou worden verwezenlijkt. (7)

De ark van het verbond heeft vele eeuwen in de tempel gestaan in het heilige der heiligen. In het begin van de periode van de Babylonische ballingschap is hij verdwenen, opgelost in de mist van de geschiedenis. Verschillende legenden zijn van oudsher in omloop. Ligt hij begraven in de tempelberg of verscholen diep in een grot aan de Dode Zee? Rust hij in de kerk van de heilige Maria in het Ethiopische Aksum? Of in Rome, in de Aartsbasiliek van Sint-Jan van Lateranen? Daar zou hij gelegen kunnen hebben in de rijke fantasie van schrijver Harry Mulisch in zijn ‘Ontdekking van de Hemel’, een boek met een pessimistische ondertoon, waarin aan het slot de letters van de Tien Geboden de aarde hebben verlaten.  In de hedendaagse volksmythologie is de ark en zijn stenen tafelen niet verdwenen en nog steeds een bron van inspiratie voor literatuur en malle maar spannende films als Raiders of the lost Ark. De geest van de tien geboden tracht in allerlei moderne vormen in onze (westerse) cultuur te overleven. Hij heeft onze moraliteit diepgaand beïnvloed ondanks altijd werkzame tegenkrachten van amorele ideologieën.

Noten
(1) Hoe hij daar terecht is gekomen wordt beschreven in 1 Samuel 6.
(2) Zie over verklaringen van Chazal (de Oude Wijzen) o.a. Wajikra Rabba 20: 8 en 9 en het commentaar op mijn website en in mijn boek REIZEN DOOR DE TORA deel 2, p. 44.
(3) In het Hebreeuws komt het woord sjal, dat is vertaald met onbedachtzaamheid, onachtzaamheid, vergrijp of indiscretie maar één keer voor in Tanach.
(4) Uit de uitgebreide rabbijnse discussie in het Talmoed tractaat Sota 35a.
(5) Zie Jozua 4:18 (in combinatie met vers 11); de Hebreeuwse tekst maakt deze geforceerde uitleg met enige moeite mogelijk. De Talmoed kent nog niet de latere preutsheid in taal en gedachten: een andere uitlegger R. Elazar meent, dat Uzza in het aanzicht van de ark zijn kleed heeft opgetild en zijn behoefte heeft gedaan…
(6) Numeri/Bamidbar 7:9.
(7) De overgang van tent (tabernakel) naar tempel is een evolutie met twee gezichten. Het is een ontwikkeling van eenvoud naar complexiteit, van onschuld naar sophistication, van innerlijkheid naar uiterlijkheid.

©2021 Stichting PaRDeS | Privacy | Disclaimer
envelopephoneclockmagnifiercrossmenuarrow-right