Acharee Mot-Kedosjiem

commentaar BIJ Wajikra
- Acharé-Mot
10 Iyar 5781

Jom Kipoer en verzoening

door 
Rob Cassuto

Wajikra/Leviticus 16:1–20:27

Deze week zijn de parasjot Acharee Mor en Kedosjiem samen aan de orde.1
We focussen op Acharee Mot. In hoofdstuk 16 wordt de Grote Verzoendag, Jom Kipoer, en de procedures beschreven, die de hogepriester, de Kohen Gadol, heeft te volgen om verzoening voor de gepleegde misstappen te bewerkstelligen. Dit hoofdstuk wordt gelezen in de ochtenddienst van Jom Kipoer.

U zult rein zijn

Er zijn drie fasen in het verzoeningsproces. Eerst maakt de Hogepriester verzoening voor zichzelf. Dan als gezuiverde voorganger doet hij een gelijksoortig ritueel voor het hele priesterhuis en als derde fase wordt de verzoening bewerkstelligd voor het hele volk. Daarbij worden twee bokken onderworpen aan het lot. Het ene lot treft de bok die wordt opgedragen aan de Eeuwige en geofferd, de ander wordt door de Hogepriester belast met de zonden van het volk en de woestijn ingejaagd.
In de moesaf (aanvullende) dienst op Jom Kipoer wordt de tempeldienst, zoals die is geparafraseerd uit het Talmoed traktaat Joma, dat gaat over Jom Kipoer, gelezen en als het ware meebeleefd 2. Daarin wordt de tekst van elk van de drie fasen afgesloten met de zin uit vers 16:30 die luidt in transscriptie uit het Hebreeuws: Ki bajom hazè jechaper aleichem letaher etchem mikol chetoteichem lifné Hashem titharoe, in de Herziene Statenvertaling: ‘Want op deze dag wordt voor u verzoening gedaan om u te reinigen. Van al uw zonden wordt u voor het aangezicht van de Eeuwige gereinigd’.In de vertaling van A.S. Onderwijzer, die meer letterlijk vertaalt: ‘Want op deze dag zal men verzoening voor u doen, om u te reinigen; van al uw zonden zult u rein zijn vóór de Eeuwige.' Betekenen deze woorden nu dat de lei met al onze ongerechtigheden daarmee automatisch is schoongeveegd? De tweede zinsnede zegt immers in Onderwijzers vertaling: ‘van al uw zonden zult u rein zijn vóór de Eeuwige'.

Met wie is iets goed te maken?

In de Misjna – de schriftstelling van de mondelinge leer en de kern van de Talmoed - wordt zo niet geredeneerd. De woorden worden anders verdeeld over de twee zinsneden. De eerste zin wordt gelezen als ‘Want op deze dag zal men verzoening voor u doen, om u te reinigen van al uw zonden vóór de Eeuwige'. De tweede zinsnede bevat alleen het Hebreeuwse titharoe, ‘je zal rein zijn', in de zin van ‘jezelf rein hebben gemaakt'. Dat leidt tot de interpretatie van R. Eleazar ben Azariah 3voor overtredingen tussen de mens en de Alomaanwezige verschaft Jom Kipoer verzoening, maar voor overtredingen tussen de ene mens en de andere verschaft Jom Kipoer pas verzoening als hij het met zijn naaste heeft goedgemaakt. In zijn uitleg wordt ‘titharoe' op het eind van de tweede zin gelezen als werkwoordsvorm in aansporende zin: laat u zich zichzelf (eerst) reinigen! Het is dan geen follow up van de eerste zin, maar eerder een conditie voor de eerste zin: de Eeuwige zal u pas verzoenen als u rein bent door u zelf gereinigd te hebben, door wat door u misdaan is aan uw naasten met hen goed te maken. Dat is de mainstream opvatting geworden van de leer rond verzoening op Jom Kipoer. De maand Elloel vóór Rosj Hasjana en Jom Kipoer staat speciaal in het teken van het nog eens nagaan tegenover wie je voelt te zijn tekort gekomen en dan stappen te nemen om het weer goed te maken.

Is de Tora alleen voor de Joden?

Hoofdstuk 18 gaat over een aantal verboden seksuele handelingen 4. Kennelijk waren die wel gebruikelijk in Egypte en Kanaän, want het hoofdstuk begint alvorens die handelingen te benoemen met de uitdrukkelijke waarschuwing de gebruiken van die volken niet na te volgen, en dan volgen de woorden (18:5) Mijn verordeningen en Mijn bepalingen moet u in acht nemen. De mens die ze houdt, zal erdoor leven (we jaäse otam ha-adam wachaj bahem). Ik ben de Eeuwige’. Dat vers speelt een rol in een rabbijnse discussie 5 over voor wie de Tora is bedoeld. Is het alleen aan de Joden om zich met de Tora bezig te houden? Talmoedrabbi Jochanan vindt van wel want we spreken van de Tora als morasjat kehillat Jaäkov, erfdeel van de gemeenschap van Jacob. Rabbi Meïr is het niet eens met Jochanan. Een niet-Jood die zich bezighoudt met de Tora wordt hooggeacht als de hogepriester en hij leidt dit af uit de laatste regel van 18:5: ‘De mens – dus niet de Jood - die ze houdt, zal erdoor leven’.
En dat ‘erdoor leven’, wat is daarmee bedoeld? Die vraag laat ik graag aan de lezer om erover te denken en eventueel te onderzoeken wat daarover eerder aan gedachten is uitgewisseld.

Noten

1. Verschillende andere commentaren op de parasja Acharee mot-Kedosjiem zijn te vinden in mijn boek REIZEN DOOR DE TORA , deel 2 Leviticus, Numeri en Deuteronomium, en op mijn website 

2. Machzor Jom Kipoer p. 404

3. In Misjna Joma 85b

4. Veel van die beschreven seksuele handelingen, zoals incest zijn in onze huidige samenleving nog steeds taboe. In 18:22 vinden we de beruchte bepaling: ‘Jullie mogen niet slapen met een man, zoals jullie met een vrouw slapen, dat is een gruwel’. Op een breed front is het inzicht gekomen, dat fundamentele humanitaire Joodse waarden impliceren dat homoseksuelen het recht hebben op expressie van hun verlangens op gelijkwaardige wijze als heteroseksuelen

5. De discussie vindt plaats in het tractaat Sanhedrin 59a:2

©2021 Stichting PaRDeS | Privacy | Disclaimer
envelopephoneclockmagnifiercrossmenuarrow-right