Acharee Mot

Acharee Mot

commentaar BIJ Wajikra
- Acharé-Mot
24 Nisan 5784

Bokken en homo’s

door 
Rob Cassuto

Wajikra/Leviticus 6:1 -18:30

Deze week wordt de parasja Acharee Mot in verband met het schrikkeljaar apart gelezen en is zij niet - zoals anders - met de parasja Kedosjiem verbonden die volgende week aan de orde komt.

De twee bokken

We focussen dus op Acharee Mot (‘na de dood’ nl van de twee zonen van Aharon verhaald in Sjemini). In hoofdstuk zestien lezen we over het verzoeningsritueel door de hogepriester op Jom Kipoer (minutieus verder uitgewerkt in het Talmoedtractaat Joma). Het hoogtepunt was de opstelling van twee identieke offerbokken voor de tabernakel. Het lot bepaalde welke van de twee ‘voor de Eeuwige’ zou zijn en welke ‘voor Azazel’. De eerste moest om verzoening te bewerkstelligen ter plaatse geofferd worden, de bok ‘voor Azazel’ moest door de hogepriester beladen met de zonden van het volk ver weg de wildernis in worden ingejaagd, de spreekwoordelijke zondebok. Wie of wat was Azazel? Niemand weet het precies. Een rots in het gebergte rond Jeroesjalajiem? Een overblijfsel van een oud demonengeloof? De oorsprong van ongerechtigheid waarnaar de zonden retour worden gezonden?
De vraag rijst hoe wij het oorspronkelijk van magie doortrokken verzoeningsritueel met de twee bokken nog betekenis kunnen geven, als we beseffen, dat we de tekortkomingen van de mens niet op een bok of op enig ander schepsel kunnen afwentelen (Maimonides, Regels van Boete en Berouw). Dan wordt het bokkenritueel een allegorie, die de keuzen dramatiseert waarvoor wij als vrije mensen ieder moment staan. De ‘bok voor de Eeuwige’ staat voor de uitdaging om onze aandriften en passies in de hand te houden in dienst van een moreel ideaal; de ‘bok voor Azazel’ staat voor de verleiding om toe te geven aan de drang tot onmiddellijke bevrediging van materiële wensen, - waartoe in de welvarende delen van de wereld geraffineerde verleidingskunsten zijn gespecialiseerd, niet in het minst door een scala aan sociale media - en de neiging ons – veelal gevoed door onvolledige of onjuiste informatie - te laten meeslepen door snelle (voor)oordelen en emotionele impulsen, waardoor we steeds meer terecht komen in een amorele wildernis.

Homoseksualiteit

Hoofdstuk 18 somt een specifiek aantal aandriften en passies op, die we in de hand moeten houden: bepaalde seksuele handelingen, zoals incest, die in onze huidige samenleving nog steeds taboe zijn. Maar soms is er sprake van een fundamentele verandering van inzicht. In 18:22 vinden we de beruchte bepaling: ‘Jullie mogen niet slapen met een man, zoals jullie met een vrouw slapen, dat is een gruwel’. Letterlijk vertaald komt het neer op: lig niet met een man zoals met een vrouw, dat is een gruwel. Over vrouwen die samen liggen wordt overigens niet gesproken, is lesbische liefde geen probleem?

Algemeen is vers 18:22 opgevat als een verbod van (praktisering van) homoseksuele relaties. Tegenwoordig is homoseksualiteit op een breed front (althans in het Westen in meer liberale kringen) geaccepteerd.  Fundamentele humanitaire Joodse waarden impliceren dat homoseksuelen het recht hebben op expressie van hun verlangens op gelijkwaardige wijze als heteroseksuelen. Niet alle groepen in de samenleving zijn in dit inzicht meegegaan, wat veel leed heeft veroorzaakt en vaak nog veroorzaakt. Daar waar homoseksualiteit wel volledig is geaccepteerd is een vorm van religieus Joods homohuwelijk mogelijk gemaakt, een briet ahawa, een ‘verbond van liefde', een term geïnspireerd op die ontroerende en intrigerende liefde van Jonatan, de zoon van koning Sjaoel, voor David, 1 Samuel 18:3: ‘Jonatan sloot een verbond met David, omdat hij hem liefhad als zichzelf’.


Sjabbat sjalom!

RC Bewerkt april 2024

Archives

©2024 Stichting PaRDeS | Privacy | Disclaimer
envelopephoneclockmagnifiercrossmenuarrow-right