Behar-Bechoekotai

Behar-Bechoekotai

commentaar BIJ Wajikra
- Behar
20 Iyar 5783

Het Jubeljaar

door 
Rob Cassuto

Wajikra/Leviticus 25:1-27:34

Deze twee parasjot 1 worden, in de meeste jaren samen gelezen. Wij focussen op de parasja Behar. Daarin wordt voorgeschreven dat na zes jaar bebouwing de akkers een jaar braak moeten liggen. Dezelfde rust wordt voorgeschreven voor de wijngaard. Ook zal men wat er opkomt niet inzamelen. Rijk en arm, mens en dier hebben gelijkelijk toegang tot wat er te velde staat. Het moet een sjabbatsjaar zijn met volledige werkonthouding. Na 49 jaren is het vijftigste jaar een jubeljaar (Joweel jaar); dat gaat nog verder, ook land dat de afgelopen 49 jaar is verkocht komt dan weer terug bij de oorspronkelijke eigenaar en schulden worden kwijtgescholden. Er klinkt een oerritme door van werk, activiteit en productie enerzijds en rust, viering en herstel anderzijds, een ritme dat al eerder is ingeluid met het voorschrift van de sjabbat

Het Jubeljaar

Over het  Jubeljaar staat er (Lev. 25, 9-10) ‘Na verloop van zeven sjabbatsjaren, na zeven maal zeven jaar, wanneer er negenenveertig jaren verstreken zijn, moeten jullie op de tiende dag van de zevende maand de ramshoorn luid laten schallen. Op Grote Verzoendag moet in heel het land de ramshoorn schallen. Elk vijftigste jaar zal voor jullie een heilig jaar zijn, waarin kwijtschelding wordt afgekondigd voor alle inwoners van het land. Dit is het jubeljaar, waarin ieder naar zijn eigen grond en zijn eigen familie kan terugkeren. Elk vijftigste jaar zal voor jullie een jubeljaar zijn. Je mag dan niet zaaien, het koren dat vanzelf opkomt niet als oogst binnenhalen en niet de druiven oogsten van je ongesnoeide wijnstokken. Het is een jubeljaar, dat als heilig beschouwd moet worden. Jullie zullen dat jaar leven van wat er vanzelf opkomt’.

Dat is nogal wat! Land terug naar oorspronkelijke eigenaar, schulden kwijtgescholden. De teller wordt als het ware weer op nul gezet, een schone lei wordt geschapen. Twee fundamentele boodschappen klinken voor mij in deze passages door.
De eerste is: niets is permanent, zeker bezit niet. "want van Mij is het land, want vreemdelingen en bijwoners zijn jullie bij Mij " staat er in dat zelfde hoofdstuk (Lev. 25,23). Vanuit dat oogpunt besef ik: we hebben onze eigendommen te leen, in beheer. Tussen de woorden van deze passages bespeur ik een ondertoon van: bezit of eigendom is een noodzakelijke illusie, een onvermijdelijk maar noodzakelijk ‘onrecht' dat wel eens in de zoveel tijd doorgeprikt moet worden, weer moet worden rechtgezet. Want het is alles “van Mij, want vreemdelingen en bijwoners zijn jullie bij Mij ".

Een utopisch moment

De tweede boodschap haalt uit deze oude bepalingen een utopisch moment: stel je voor, overal in het land klinkt het machtige geluid van bazuinen, overweldigend kopergeschal, overal in stad en land te horen; het is een signaal van een fundamentele bevrijding, een jaar breekt aan, waarin knellende banden geslaakt worden, waar in een diep vertrouwen in het beste van de mens en in zijn schepper de gangbaar gedreven arbeid wordt gestaakt en men zich overgeeft aan de gang der natuur. Wat er te velde staat is voor iedereen. Weg schuttingen, heiningen. Allerlei in bijna een halve eeuw ontstane complicaties zijn ontrafeld. Het roept allerlei beelden op van een wereld van diepgaande vrede, verzoening en viering. Imagine...een jaar waarin geen exploitatie en uitbuiting van de natuur plaats vindt. Het zou een ecologische zegen zijn voor de uitgeputte grond en de mishandelde bossen. Of nog verder doorgevoerd, stel je voor, alle schulden kwijtgescholden, van de minder bedeelden, van de onder een hypotheek gebukten tot en met de ontwikkelingslanden. Een grote en edele geest zou over de planeet waaien.

Een praktisch moment?

Alle schulden kwijtschelden, is dat niet een wazige utopie? Toch zijn er economen, die door dit idee zijn geïnspireerd. Zoals de Australische econoom Steve Keen. Hij wil, dat de overheid alle schulden aan banken aflost zowel voor de private als de publieke sector. Tegelijk moet het geld scheppen door banken worden verboden, want door leningen te verstrekken wordt er geld uit het niets geschapen. Door een einde te maken aan het geldscheppen door schulden te creëren, komt er ook ruimte om geld daar te investeren waar het maatschappelijke relevantie heeft en het toegevoegde waarde oplevert voor de mens en de aarde. De moderne variant van het oude jubeljaar, dat al bij de Sumeriërs en de Hebreeën eens per 49 jaar werd toegepast. Het zou een enorme opluchting betekenen voor mensen, bedrijven en overheden die worstelen met een schuldenlast, en dus een explosie van optimisme en nieuw elan teweeg kunnen brengen, aldus deze economieprofessor 2.

In een paper geschreven voor de Israëlische administratie over de praktische betekenis van het concept van Tikoen Olam (herstel van de wereld) wordt gezegd, dat de praktijken van het Sjabbatjaar en het Jubeljaar een karakteristiek model bieden, dat ecologische duurzaamheid verbindt met sociale rechtvaardigheid, een model dat overdenking waard is 3 .

noten

1. Voor meer commentaren op Behar en Bechoekotai zie mijn boek, deel 2 Leviticus, Numeri en Deuteronomium, en mijn website 

2. Voor een uitleg en kritische beschouwing zie de column van Ad Broere Schulden kwijtschelden, geen wens maar noodzaak

3. Het gaat om Mirsky, Yehudah. "Tikkun Olam: Basic Questions and Policy Directions." In het kader van een conferentie uit 2008. Ik kon het op internet niet meer vinden.

RC bewerkt mei 2023

Archives

©2024 Stichting PaRDeS | Privacy | Disclaimer
envelopephoneclockmagnifiercrossmenuarrow-right