Behar

Behar

commentaar BIJ Wajikra
- Behar
16 Iyar 5784

Het Joweel-jaar als utopisch moment

door 
Rob Cassuto

Wajikra/Leviticus 25:1 - 26:3

In het Bijbelboek Wajikra/Leviticus, in de parasja ‘Behar', 1  wordt voorgeschreven, dat na zes jaar bebouwing de akkers een jaar braak moeten liggen. Dezelfde rust wordt voorgeschreven voor de wijngaard. Ook zal men wat er opkomt niet inzamelen. Rijk en arm, mens en dier hebben gelijkelijk toegang tot wat er te velde staat. Het moet een sabbatsjaar zijn met volledige werkonthouding.
Na 49 jaren is het vijftigste jaar een Joweeljaar (jubeljaar). In dat jaar komt ook land, dat de afgelopen 49 jaar is verkocht weer terug bij de oorspronkelijke eigenaar en in de verkoopprijs wordt rekening gehouden met de afstand in tijd tot het komende jubeljaar.
‘Laat dan in de zevende maand op de tiende van de maand bazuingeschal weerklinken; op de Dag van de verzoening moet je de bazuin doen schallen in heel jullie land. Geef het vijftigste jaar een bijzondere wijding door in het land vrijheid af te kondigen voor al zijn bewoners, een door de bazuin ingeluid jaar, een Joweeljaar is het en moet het voor jullie zijn; ieder moet dan terugkeren naar zijn eigen grondbezit en ieder moet weer in zijn eigen familie terugkomen'(Waj/Lev. 25, 9-10) en: "want van Mij is het land, want vreemdelingen en bijwoners zijn jullie bij Mij" ( Waj/Lev. 25,23).

Twee fundamentele boodschappen klinken voor mij in deze passages door.  

De illusie van eigendom

De eerste is: niets is permanent, zeker bezit niet.  
We hebben ons bezit, onze eigendommen, wellicht ook ons lichaam te leen, in beheer; onder deze passages bespeur ik een ondertoon: bezit of eigendom is een noodzakelijke illusie, een onvermijdelijk maar noodzakelijk ‘onrecht', dat ‘wel eens in de zoveel tijd doorgeprikt moet worden, weer moet worden rechtgezet: Want het is alles van Mij, want vreemdelingen en bijwoners zijn jullie bij Mij’.  
In het rabbijnse Jodendom is deze Joweel-regeling allengs aangepast en gemitigeerd.  

In onze wereld van laat-kapitalisme en materialisme hebben we bepalingen als deze ‘uitwendige' Joweel-regeling allang niet meer. Maar in momenten van psychologische, filosofische of religieuze bezinning kunnen we er niet onderuit: in existentiële zin moeten we uiteindelijk alles weer teruggeven. Niet alleen de akker na verloop van jaren tot het Joweel-jaar, maar na de ons toegemeten tijd ook al ons bezit, ons lichaam, ons leven. Het zal geen toeval zijn dat de "Joweel-tijd" 50 jaar is: als ik een akker koop in mijn jeugd, kan ik er een leven lang op zaaien en van oogsten, dan moet ik hem doen terugkeren naar zijn oorsprong.

Laat uw verbeelding een keertje utopisch uitwaaieren

De tweede boodschap put uit deze oude bepalingen een utopisch moment: Stel je voor, overal in het land klinkt het machtige geluid van bazuinen, overweldigend kopergeschal, overal in stad en land te horen; signaal van een fundamentele bevrijding, een periode, waarin knellende banden geslaakt worden, waar in een diep vertrouwen de gangbare gedreven arbeid wordt gestaakt en men zich overgeeft aan de gang der natuur. Wat er te velde staat is voor iedereen. Weg schuttingen, heiningen. Allerlei in een halve eeuw ontstane complicaties worden weer ontrafeld (Even niet nadenken over de andere complicaties die dit met zich mee zou brengen …). Het roept allerlei eschatologische beelden op van een wereld waarin diep gewortelde ongelijkheid en lang gekoesterde haat worden losgelaten, een wereld van diepgaande vrede, verzoening en viering. Imagine....

En stel, dat je het Joweel-jaar weer zou invoeren, b.v. alleen voor de landbouw, het zou wellicht een ecologische zegen zijn voor de geëxploiteerde grond. Of nog verder doorgevoerd, alle schulden kwijtgescholden, ook aan de derde wereld.  
Stel, dat er een grote en edele geest over de planeet zou waaien: deze aarde is van allen; ‘want van Mij is het land, want vreemdelingen en bijwoners zijn jullie bij Mij’.  
Stel je voor, dat je ook weer zeven maal zeven maal zeven jaar - 343 - voorbij laat gaan en dat dan een soort ultiem jubeljaar aanbreekt dat nog verder gaat. Hoe? Fantaseer.. Dit eschatologische beeld vind je terug in de Joodse mystiek in de idee, dat na zes millennia een sjabbat-millennium aanbreekt: de messiaanse tijd 2.

Een lichte voet op de rem

Maar nu even een lichte voet op de rem: Heilsverwachtingen, bewustzijn van Nieuwe Tijden of Eindtijd, verwachting van Messiaskomsten of Christuswederkomsten zijn, als ik het zo mag zeggen, van alle tijden. 
Als we ons kunnen onthouden van ideologisering en dogmatisering, kunnen we ook de zuiverheid en afgestemdheid hebben om te weten wat werkelijk de tekenen des tijds zijn. En om te weten hoe wij misschien - voor een schijnbaar nietig stukje - zelf een 'teken des tijds' kunnen zijn. De beroemde filosoof-bijbelgeleerde Yeshayahu Leibowitz (1903-1994) zegt: ‘de Masjieach zal komen, eens. De masjieachs die kwamen waren vals. De masjieach die komt is vals. Het kenmerk van de Masjieach is dat hij altijd komende is 3. Sjabbat sjalom!

Noten

  1. Meer over Kedosjiem in Rob Cassuto, Reizen door de Tora , deel 2, Van de Berg naar de Rivier, Leviticus, Numeri en Deuteronomium
  2.  Hierover de kabbalistische visie in ‘The Beginning of Wisdom 8’ (Rabbi Leif Lipkim, eind 19e  eeuw) 
  3. Hoor en zie Yeshayahu Leibowitz op Youtube: https://www.youtube.com/watch?v=Zz-QMDPW5RM&t=4s

RC bewerkt 2024

Archives

©2024 Stichting PaRDeS | Privacy | Disclaimer
envelopephoneclockmagnifiercrossmenuarrow-right