Bemidbar

Bemidbar

commentaar BIJ Bemidbar
28 Iyar 5783

Oudste zonen

door 
Rob Cassuto

Bemidbar/Numeri 1:1-4:20

Het bijbelboek Bemidbar/Numeri beschrijft die tocht, die na het verblijf bij de berg Sinaj wordt voortgezet en bijna veertig jaren zal beslaan. Het boek begint met voor te schrijven wat er allemaal moet gebeuren om ordelijk en goed toegerust op te breken. Daarbij is het onontbeerlijk om een goede verdedigingsmacht te organiseren. Daarom begint het bijbelboek Bemidbar in de gelijknamige eerste parasja met het gebod aan Mozes een volkstelling uit te voeren, althans een telling van de mannen boven de twintig, die in aanmerking komen als soldaat 1 .

De Levieten

Niet geteld worden de Levitische mannen, zij zijn uitgezonderd van legerdienst: de Levieten zijn voortaan belast met onderhoud en vervoer van de tabernakel en de verrichting van de eredienst. Uitvoerig worden de taken van de verschillende levietengroepen beschreven. In de volgende parasja, Naso, gaat dat door.
De Levieten hebben een bijzondere positie. Die komt voort uit het feit dat zij worden bestempeld als lossing van de oudste zonen van het hele volk, de oudste zonen, die immers gespaard bleven voor het zwaard van de doodsengel tijdens de tiende plaag, toen in de Pesachnacht alle oudste zonen van de Egyptenaren en de eerstgeborenen onder het vee omkwamen: Numeri 3:11: De Eeuwige zei tegen Mozes: ‘Ik maak de Levieten tot mijn eigendom. Zij zullen mij toebehoren in plaats van alle eerstgeboren Israëlieten, allen die als eerste de moederschoot verlaten. Elke eerstgeborene komt mij immers toe: op de dag dat ik de eerstgeborenen in Egypte doodde, heb ik alle eerstgeborenen van Israël, zowel van de mensen als van de dieren, voor mijzelf bestemd. Mij behoren ze toe.'  De Levieten betalen met hun lijf en leven als het ware de losprijs voor het sparen van de levens van de eerstgeborenen en nemen tegelijk daarmee hun taak – dwz de priesterlijke diensten, die op de schouders van de oudste zonen zouden rusten - van hen over. Iedere Leviet staat borg voor een eerstgeborene. Vandaar dat hun telling een aparte is: de mannelijke Levieten worden geteld vanaf baby’s van één maand (die dus levenskrachtig zijn gebleken). Daarnaast worden ook alle mannelijke eerstgeborenen van de overige Israëlieten geteld en de aantallen worden vergeleken, er blijken 22.000 Levieten te zijn tegen 22.273 overige eerstgeboren Israëlieten. Voor de overschietende 273 moet er 5 sjekel per hoofd - een losprijs - worden betaald aan Aharon en de zijnen. Nog steeds wordt in de orthodoxe rite de oudste zoon ritueel losgekocht voor 5 sjekel in een ritueel, dat pidjon ha-ben wordt genoemd.

Pidjon Ha Ben munt

Archaïsche lagen

Wat mij al lange tijd heeft geïntrigeerd is de positie van de oudste zoon in Tora. Ik kies even een aparte optiek om dit onderwerp uit te diepen. Het is mijn overtuiging, dat onder de verhalen van de Tora - en van vele verhalen uit de mythologie van de Grieken en andere volken – een archaïsche laag zit die verband houdt met de menselijke – fysieke en spirituele – evolutie. Het gaat om een soort primordiale dispositie, die is verankerd in het grensgebied tussen lichaam en psyche.
Bij dieren, m.n. bij de primaten is deze aanleg in gedrag al waarneembaar. Sporen van herinnering aan ooit gangbaar gedrag en magische denk- en belevingsvormen uit primordiale tijden zijn als onderlaag te bespeuren in vele oude en uiteenlopende narratieven, o.a. in de joodse verhalen en instituties van de Tora. Dat alles staat  los van en doet niets af aan de zeggingskracht en ethische waarden van de Tora en haar gangbare hermeneutiek en midrasj.

Oudste zonen; een antropologische speculatie

Aan de ene kant is de oudste zoon in de oude patriarchale samenleving de erfgenaam van zijn vader en voortdrager van de eer van de familieclan, voorman in religieuze plichten. Op dieper niveau kan de vader hem als een bedreiging ervaren voor zijn macht als patriarch van de clan. De oudste zoon scheelt het minst in leeftijd en als jonge man kan zijn ambitie zich al vurig ontwikkelen in de richting van de macht van zijn vader en diens beschikking over de vrouwen. Bij mij komt opdoemen het beeld, dat Freud in zijn boek ‘Totem en Taboe' introduceert: de oerhorde waarin de machtige vader over de zonen heerst en hen uitsluit van de vrouwen. De broeders zweren in dit archetypisch beeld samen onder leiding van de oudste zoon om de vader te vermoorden, wat zij wellicht ooit gedaan hebben. Maar later besluiten zij uit angst voor zijn macht (om hen te castreren) om dat plan op te geven. De wrok en de schuld om hun euvele plan duiken onder, maar blijven daar wel smeulen. In de psyché van het jonge (mannelijke) kind zijn de sporen van dit oerverhaal nog te vinden en Freud noemt dit het Oedipuscomplex. Dit beeld, dat Freud als hypothese opdiste, is wetenschappelijk niet houdbaar, maar blijft voor mij wel een mythische metafoor, die volgens mijn intuïtie ergens in onze collectieve ziel nog na resoneert.
In veel verhalen dynamiseert het beeld onderhuids de vertelling, ook in de Tora. Het beeld van de patriarchale vader, die zich door zijn zoon bedreigd voelt en de wens koestert hem – soms een baby nog - uit de weg te ruimen (en vaak dit ook tracht uit te voeren, meestal echter zonder succes), zou je als een soort pendant van het Oedipuscomplex kunnen betitelen, het Laioscomplex naar de naam van de biologische vader van Oedipous, Laios. We zien het thema herhaaldelijk terug in verschillende gedaanten 2 .
Het begint al in Genesis; God, schepper en ‘vader' van de mens, is bevreesd is dat zijn creatie even machtig als hijzelf zal worden, wat zal gebeuren als deze met de pas verworven kennis ook de vruchten van de levensboom gaat plukken en het eeuwig leven zal verkrijgen (Genesis 3:22). Mede daarom kan de mens niet in het paradijs blijven en zal hij zijn moeizame gang door de ondermaanse materiële wereld moet maken.
De eerste oudste zoon, Kain, wordt van huis en haard verbannen en trekt nog verder met zijn Kains-teken op het hoofd, ‘dood mij niet'.
In een bekende legende over Avraham ziet Nimrod de koning van Babylon in de hemel de voortekenen van de geboorte van Awraham en gebiedt hij de vroedvrouwen iedere pasgeboren zoon te doden. Dat lukt niet want Awrahams moeder bracht haar kind in het geheim ter wereld, in een grot, waar hij wonderlijk snel opgroeide. Het verhaal spiegelt zich waarschijnlijk niet toevallig in de legende over koning Herodes en zijn bevel om alle kinderen van Betlehem te doden om de gevreesde voorspelling rondom het komende koningschap van het kind Jezus de pas af te snijden (Matheus 2).
Misschien ligt onder Avrahams offer van Jitschak ook onder meer dit thema verborgen. Het is een belangwekkende vraag of het aan Avraham gevraagde offer van Jitschak niet de sporen draagt van een ooit gebruikelijke offering van de oudste zoon als een ‘preventief' ritueel ter voorkoming van de vadermoord. Het lemmet flitste boven de jongeman Jitschak, maar Avraham doorzag in een divine ingeving de primitieve en perverse magie van dit gebruik.
Ruben, de oudste zoon van Jacob, heeft zelfs het Freudiaans beeld van de zoon, die met de vrouw van zijn vader slaapt, werkelijk uitgevoerd. Jacob is op zijn sterfbed nog woedend – ‘Hij heeft mijn bed beslapen!’ – en voorspelt hem zijn degradatie (Exodus 49: 3) 3 .
Het verhaal van de Egyptische farao, die zich door het ooit gastvrij binnengehaalde Israëlitische volk levensgevaarlijk bedreigd voelde en daarom opdracht gaf de mannelijke baby's van de Israëlieten ter dood te brengen, draagt de sporen van dit thema, denk ook aan de wonderlijke uitredding van de 'zoon', belichaamd als Mozes en zijn rieten kistje. De tiende plaag, de dood van alle eerstgeborenen van de Egyptenaren, ook de oudste zoon van de farao, lijkt bezwangerd met de doem, die steeds boven de oudste zoon hangt als een zwaard van Damocles. In een antropologisch freudiaanse redenering is de geboorte van de oudste zoon voor de vader (en natuurlijk ook voor de moeder) een zegen, maar tegelijk onderhuids een potentiële bedreiging. De dankbaarheid voor zijn aankomst in het leven gaat gepaard met een in de allermeeste gevallen diep onder de oppervlakte in archaïsche lagen plaats vindende opwelling bij de vader om de oudste zoon te doden. Daarom moet de gunst om te leven hem expliciet worden verleend en die ooit geëiste dood worden afgekocht met offers. Avraham doet dat met een ram. In Exodus en Numeri zijn de oudste zonen voor het offer door de almachtige vader (de doodsengel van de Eeuwige) gespaard.
Maar dat is niet allemaal gratis. Daarom zijn deze zonen gewijd aan de Eeuwige met de daarbij behorende godsdienstige taken en plichten. Maar waarom worden die taken en plichten in deze parasja allemaal overgeheveld naar de mannen van de stam Levi? Omdat de eerstgeborenen van alle Israeliëten gezondigd hebben door mee te doen aan de aanbidding van het gouden stierkalf, terwijl de Levieten trouw bleven aan de zijde van Mozes zo zegt de midrash bij monde van Rasji.

Generaties

Het spanningsveld van Vaders en (oudste) zonen weerspiegelt zich iedere keer weer in de strijd tussen de oude en de jonge generatie. Aan de ene kant verwelkomen de senioren van de samenleving als goede vaders de jongere generatie die hen gaan aflossen op de posities van macht en cultuur. Maar vaak is er tegenzin en weerstand bij machtige senioren, die de nieuwe generatie als bedreiging zien en koppig hun plaats vaak met psychisch en fysiek geweld verdedigen tegen de opkomende ambitieuze nieuwelingen. Niet zelden heeft dat in de geschiedenis bloedige fasen te zien gegeven. Toch is het steeds weer een wonder hoe de cultuur en structuur van de samenleving met veel barensweeën van de oude generatie overgaat op de jongere.

noten

1. In een ander commentaar ga ik in op de volkstelling. Voor meer commentaren zie mijn boek  REIZEN DOOR DE TORA  , deel 2 Leviticus, Numeri en Deuteronomium.

2.  Freud heeft laat in zijn leven ook zijn theorieën losgelaten op het leven van Mozes, wat een speculatief, controversieel, maar wel interessant boekje opleverde, De man Mozes en de monotheïstische religie (Boom). Een uittreksel is op mijn website te lezen, zie bv deze pagina

3.  Vergelijkbaar met de verhalen van Lajos-Oedipous en (in Herodotus) de Medenkoning Astyages en zijn kleinzoon Cyrus. Zie ook het nog altijd voor de geïnteresseerde leesbaar boek van Otto Rank, The Myth of the Birth of the Hero, (Vintage Books, New Tork), waarin ook ingegaan wordt op de geboorte van Mozes en Jezus.

RC bewerkt 2023

Archives

©2024 Stichting PaRDeS | Privacy | Disclaimer
envelopephoneclockmagnifiercrossmenuarrow-right