Devariem 5783

Devariem 5783

commentaar BIJ Dewarim
2 Av 5783

Onafhankelijke rechtspraak de hoeksteen van de samenleving

door 
Rob Cassuto

Het boek Devariem/Deuteronomium is een compositie van de laatste redevoeringen die Mozes vlak voor zijn dood voor zijn volk heeft gehouden. Het boek begint met de gelijknamige parasja. Het volk van Israël is na ruim veertig jaar omzwerving gelegerd bij de Jordaan, klaar om de rivier over te steken. Mozes beklimt als het ware het spreekgestoelte en begint zijn laatste redevoeringen met een terugblik op de afgelopen veertig jaar 1.

Instelling van rechters

Het is niet toevallig, dat dat de oude leider zijn lange terugblik begint met het memoreren van de aanstelling van rechters (1:12-18) en de eis dat zij onpartijdig moeten oordelen. Een natie kan pas goed functioneren als er een rechtssysteem is. Het is van levensbelang om een onafhankelijke rechtspraak te hebben. Dat wordt al in de Tora meermalen naar voren gebracht, zoals ook hier.

Devariem 11:3: ‘Geef voor uzelf, ingedeeld naar uw stammen, wijze, verstandige, ervaren mannen (anasjiem chachamiem, we-navoniem, widoe'iem), dan zal ik hen tot hoofd over u aanstellen. (…) 16 Ik beval in die tijd uw rechters: Luister naar  de geschillen tussen uw broeders, en oordeel rechtvaardig tussen een man, zijn broeder en de vreemdeling die bij hem is.'

Onpartijdige rechtspraak

Dat Mozes dit als eerste in zijn herinnering terugroept en benadrukt, dat hoe een onpartijdige rechtspraak voor een samenleving de hoeksteen is van rechtvaardigheid en vrede. Je kan er zeker van zijn, dat in staten, waar dictators of oligarchieën de dienst uitmaken het er met de rechtspraak slecht voorstaat. Voortdurende corrupte rechtspraak leidt tot opstand en anarchie. In het huidige Israël lijkt dit besef juist bij het  ultravrome volksdeel niet echt doorgedrongen.

In vers 17 staat er nog eens heel uitdrukkelijk: ‘U mag niet partijdig zijn in de rechtspraak: zowel de kleine als de grote moet u aanhoren. U mag voor niemand bevreesd zijn, want de rechtspraak behoort aan God. Maar de zaak die voor u te moeilijk is, moet u bij mij brengen en ik zal die aanhoren'.

‘U mag niet partijdig zijn' (lo takiroe paniem be-misjpat) leest Rasji op zijn eigen wijze (2) - als slaande op de benoeming van rechters; hij zegt: ‘deze bepaling is gericht op hem, wiens taak het is om rechters te benoemen – zodat hij niet gaat zeggen, meneer die-en-die is een mooie of sterke man; meneer die-en-die is mijn familie, ik maak hem rechter in de stad etc.'
De oude middeleeuwse meester legt hier de vinger op het voortdurend loerend gevaar om de benoeming van rechters te politiseren. Het lijkt wel of in dit tijdsgewricht waarin sommige naties een soms verontrustende antidemocratische verschuivingen te zien geven een nieuwe aantasting van de onafhankelijkheid van rechters plaats vindt. Wie denkt niet onmiddellijk aan de rechters in het Poolse hooggerechtshof, die voortaan benoemd worden door een commissie met een meerderheid van partijgangers van de Poolse president (de nationaal-conservatieve regeringspartij Recht en Rechtvaardigheid (sic!))? Wie volgt niet met verbazing de politieke spelletjes rond de benoeming van rechters in het Amerikaanse Supreme Court, waar nu voortaan jarenlang een onwrikbare conservatieve meerderheid voorspelbare conservatieve uitspraken zal doen? Dat is weer enige tijd geleden. En wie  denkt nu niet aan het politieke spel, dat vanuit ultranationalistisch en extreem religieus rechts in Israël is begonnen om het Hooggerechtshof zijn onafhankelijkheid te ontnemen?

'Zowel de kleine als de grote moet u aanhoren' is een adagium, dat in alle tijden gelding heeft. Rasji concretiseert, dat de zaak van de kleine man om een gering geldbedrag evenveel aandacht moet krijgen als de zaak van een rijk man om een grote som gelds, waarmee hij de Talmoeddiscussie samenvat (3).
‘U mag voor niemand bevreesd zijn', duidt de Talmoed begrijpelijkerwijs als een oproep je mening niet uit angst voor (een machtig) iemand terug te houden, wat denk ik tegelijk in sommige politieke omstandigheden grote moed vereist.

In Nederland mogen we ons verheugen in een behoorlijk functionerende onafhankelijke rechtspraak. In het democratische Israël is bij gebreke van een grondwet het hooggerechtshof een onmisbare corrigerende factor in het complexe politieke landschap. Het hof heeft de bevoegdheid om wetten die het onconstitutioneel acht ongedaan te maken. Voor sommige (ultra)conservatieve en nationalistische fracties is het hof een sta in de weg om hun politiek door te voeren. Het is dan ook hoogst bedenkelijk, dat ook in de Joodse staat een wetsontwerp dat de bevoegdheid van het hof wil inperken in de Knesset veel kans maakt, ondanks de massale demonstraties die al maandenlang tegen deze pseudo staatscoup protesteren.

noten

1.  In mijn boek Reizen door de Tora, deel 2 en op mijn website ben ik uitgebreid ingegaan op de andere aspecten van het boek en de parasja Devariem.

2. ) Waarschijnlijk leest hij het zo omdat in het vervolg de onpartijdigheid van de rechters al voldoende naar voren komt en bovendien is die onpartijdigheid ook al gewaarborgd in Devariem 16:18-19, waar de instelling van rechters nog eens is opgetekend en waar staat: ‘U mag het recht niet buigen. U mag niet partijdig zijn en geen geschenk aannemen, want een geschenk verblindt de ogen van wijzen en verdraait de woorden van rechtvaardigen'.
3.  Zie Rasji ad loc en Talmoed Sanhedrin 8a

RC herzien juli 2023

©2024 Stichting PaRDeS | Privacy | Disclaimer
envelopephoneclockmagnifiercrossmenuarrow-right