Devariem

Devariem

commentaar BIJ Dewarim
4 Av 5784

Over het boek

door 
Rob Cassuto

Devariem/Deuteronomium 1:1–3:22

Devariem is het vijfde en laatste boek van de Tora. Soms is wel gesproken over een Tora van vier boeken, een ‘tetrateuch' in plaats van een ‘pentateuch' en Devariem is dan een tweede Tora; dat betekent de naam ook eigenlijk: Deuteronomium = tweede wet. Dewariem is ook wel genoemd Mishné Tora = herhaling van het onderricht 1 .

Inhoud

Inderdaad, qua inhoud is Dewariem een compacte herhaling van vele voorschriften uit de vorige boeken. De vorm is grotendeels een homiletische, een grote laatste toespraak van Mosjee, voordat het volk het Beloofde Land intrekt en hijzelf tot zijn vaderen zal worden vergaderd.
Een aantal hoofdbestanddelen kunnen worden onderscheiden:

+        Mozes recapituleert de laatste twee jaar van de omzwervingen, m.n. de oorlogen tegen Sichon en Og, Dewariem 1- 4

+        de eigenlijke wetgeving, die begint met intensieve vermaningen tegen afgodendienst. Het lijkt wel of er meerdere beginnen zijn ( 4: 1 ,4: 44,
5: 1 ), wellicht terug te brengen op het feit dat een oertekst met de kern van wetsbepalingen telkens wat is uitgebreid of dat verschillende toespraken zijn aaneen gelast. Vele herinneringen aan de verlossing uit Egypte, oproepen tot dankbaarheid en gehoorzaamheid wisselen af met de recapitulatie van belangrijke voorschriften en de introductie van enkele nieuwe. Dit gaat door tot 27.

+        capita selecta, waaronder de zegen en de vloek bij opvolging resp. verwaarlozing van de voorschriften, en het wijzen op de keuze die het volk steeds heeft. Dit besluit de toespraak van Mozes.

+        afsluiting met het afscheid van Mozes dat in verschillende toonaarden wordt beschreven, waaronder het ‘lied van Mozes', zijn zegenen van de stammen en zijn uiteindelijk dood op de berg Nevo. Of Mosjee het boek zelf heeft geschreven of niet, de beschrijving van zijn dood en geheime begraafplaats zal door latere generaties, misschien door zijn opvolger Jozua (Jehosjoea) zijn toegevoegd.

Gewezen is op de in die tijden gebruikelijke vorm van een overeenkomst tussen G-d en het volk (covenant), dat het boek heeft, een introductie, inhoud en bezegeling met zegen of vloek.

De vondst in de tempel

Vanuit historisch oogpunt is interessant het verslag in 2 Koningen 22 Tijdens de regering van de hervormingsgezinde koning Josia (Joshijahoe) plm. 700 voor de gebruikelijke jaartelling werd er bij de restauratie van de tempel een wetboek gevonden.
De hogepriester Chilkia zei tegen hofschrijver Safan: "Ik heb hier in de tempel van de HEER een boekrol gevonden met de tekst van de wet.” Safan nam het boek in ontvangst en las het. Daarop ging hij terug naar de koning om verslag uit te brengen. Hij zei: "Uw dienaren hebben het zilver dat in de tempel bewaard wordt, tevoorschijn gehaald en overhandigd aan de bouwmeesters die belast zijn met de herstelwerkzaamheden aan de tempel van de HEER.” Vervolgens vertelde hij dat de priester Chilkia hem een boekrol had gegeven, en hij begon de koning eruit voor te lezen. Bij het horen van de tekst van het wetboek scheurde de koning zijn kleren. Hij beval de priester Chilkia, Achikam, de zoon van Safan, Achbor, de zoon van Micha, de hofschrijver Safan en zijn persoonlijke dienaar Asaja: "Ga ter wille van mij en heel het volk van Juda de Eeuwige raadplegen over de inhoud van de boekrol die we gevonden hebben, want het kan niet anders of de Eeuwige is in hevige woede ontstoken omdat onze voorouders zich niet hebben gehouden aan wat er in dit boek staat en niet hebben gedaan wat ons is voorgeschreven."’

De maatregelen die Josia (Josjijahoe) nam tegen de afgodendienst, de zuivering van de eredienst en de centralisatie van die dienst in Jeruzalem komen sterk overeen met de voorschriften daarover in Dewariem.

Het is speculatie, maar ook weer niet uit te sluiten - met beroep op wat fantasie - , dat het boek de vrucht is van samenspel tussen Koning Josia en een aantal priesters vanuit hun verlangen om de oude opdracht van Israël en de autonomie van het volk naar de machtige omliggende rijken nieuw leven in te blazen: Josia of zijn priesters zouden dan het boek, althans de kern van Devariem, hebben samengesteld op basis van oudere teksten (deels uit de andere boeken); daarbij hebben zij Mosjee als spreker van de inhoud opgevoerd om het geschrift gezag te verlenen. Vervolgens hebben zij de dramatische ‘vondst' in de tempel geënsceneerd om zo indruk te maken op het volk ten einde zijn bereidheid te wekken om de hervormingen te accepteren en een hernieuwd commitment aan de oude wetten aan te gaan. Een strategie of een complot met goede bedoelingen?

Maar misschien heeft de hogepriester Chilkia wel echt oude rollen ontdekt en heeft dit de stoot geven tot de zuiverende renaissance van de kant van zijn koning. Het hangt af van de mate van sophistication, die je de koning en zijn regering wil toedichten of de mate van wonderlijkheid, die je de realiteit toeschrijft, aan welke optiek je de voorkeur geeft. Misschien begint het met een wonderlijke realiteit die met sophistication wordt gehanteerd.

Sjabbat sjalom!

Noot

1 In mijn boek Reizen door de Tora, deel 2 en en elders op de website van stichtingpardes.nl  ben ik uitgebreid ingegaan op de andere aspecten van het boek en de parasja Devariem. RC bewerkt aug 2024

Archives

©2026 Stichting PaRDeS | Privacy | Disclaimer
envelopephoneclockmagnifiercrossmenuarrow-right