Dewariem

commentaar BIJ Dewarim
7 Av 5781

Vertelt Mosjé 'nepnieuws'?

door 
Rabbijn Matthew V. Soffer

Dewariem 1:1 - 3:22

De naam Deuteronomium is ontleend aan het Grieks, waar het 'tweede wet' betekent. De tekst die we deze week beginnen te lezen, begint inderdaad met het hervertellen van de verhalen van de Jisraëlieten tijdens hun reizen. Toch verliest het verhaal geen tijd door af te dwalen van eerdere herhalingen, en de sidra van deze week begint met een verwarrende ongerijmdheid.

Mosjé herinnert ons aan de dramatische missie waarover eerder werd verteld in Bemidbar/Numeri 13-14 (in de sidra Sjelach-Lecha), waarin God Mosjé beveelt om twaalf leiders te sturen om het land Kenaän te verkennen en daarvan verslag te doen. In Bemidbar keren ze terug en doen ze verslag, maar tien van de verspieders gaan verder dan rapporteren: ze beweren dat het land niet te veroveren is. Er ontstaat een crisis en God straft de hele generatie (behalve de twee optimistische spionnen, Kaleev en Jehosjoea), en verbiedt hen de toegang tot het land Kenaän. De Jisraëlieten moeten voor straf 40 jaar door de woestijn blijven zwerven. Zo gaat het verhaal.

Totdat we bij sidra Dewariem komen en Mosjé betekenisvolle details verandert. In deze tekst is het niet God die beveelt om verspieders te sturen - het zijn de mensen die eisen dat het land wordt verkend. De verspieders brengen geen negatief rapport uit en uiten geen bedenkingen, zoals ze deden in Bemidbar - hier wordt de schuld volledig bij het volk gelegd: "Maar u wilde niet verder trekken en verzette u tegen het bevel van de Eeuwige, uw God." (Dewariem 1:26 ) Mosjé brengt de onzekerheid van de tien verkenners over op het volk zelf, en door dit te doen, maakt dit verhaal de hele gemeenschap van Jisraëel schuldig. Om de zaken nog tegenstrijdiger te maken: in Dewariem richt Mosjé zich tot de volgende generatie, na de straf van 40 jaar. Met andere woorden, hij draagt ​​de zonde van de spionnen over op de Jisraëlieten en vervolgens van de Jisraëlieten op hun kinderen.

Deze twee tegenstrijdige versies van het verhaal hebben commentatoren door de eeuwen heen tot acrobatische toeren van interpretatie verleid. Het maakt niet uit hoe men de Tenach leest - letterlijk als woord van God of als door de mens gemaakte heilige literatuur - het valt niet te ontkennen dat de feiten van het verhaal veranderen. Zoals Moshe Weinfeld, bij leven Bijbelgeleerde aan de Hebreeuwse Universiteit, stelt in zijn commentaar op Dewariem: "De auteur van Dewariem heeft de oorspronkelijke traditie met opzet veranderd." Of je nu Mosjé ziet als degene die het verhaal verandert of een anonieme bijbelschrijver met een politieke agenda, de ongerijmdheid roept sowieso de vraag op: welke vrijheden mag je je permitteren als het gaat om het veranderen van verhalen? Liegt Mosjé? Een andere prominente bijbelgeleerde, wijlen Nechama Leibowitz, schrijft: "Wat Mosjé in deze sidra doet, is het interpreteren van de geschiedenis zoals die in Bemidbar wordt verteld." Dat is zeker een aannemelijk gezichtspunt, maar als we de veranderingen van het ene verhaal naar het andere nader bezien, is 'interpretatie' dan niet wat al te eufemistisch?

Door de hele geschiedenis van commentaar op Tenach, is er waarschijnlijk  niemand die vaker wordt vrijgesproken van schuld dan Mosjé. Onze midrasj staat vol met rechtvaardigingen voor al zijn fouten, en vereert zijn woede, zijn verlegenheid en, in dit geval, wijziging van een bestaand verhaal. Dat is allemaal nogal ironisch, aangezien de Tora zelf heel weinig doet om het gebrekkige karakter van Mosjé te vergoelijken.

Natuurlijk weerspiegelt een commentaar altijd de wereld waarin het is geschreven. De manier waarop we naar de gebeurtenissen uit het verleden kijken, gaat altijd door de filters van onze angsten, vooroordelen en de wisselende eisen van het hedendaagse leven. Wanneer we echter toestaan ​​dat 'interpretatie' synoniem is met 'verandering', lopen we dan niet het risico dat we ons streven naar waarheid in gevaar brengen? Hoeveel vrijheid mogen we nemen bij het veranderen van de verhalen die onze realiteit construeren?

Tegenwoordig zien we duidelijk hoe kwetsbaar de structuren en instellingen zijn, waarvan onze burgers afhankelijk zijn om wijs te worden uit de realiteit, d.w.z. om 'ons verhaal' te kennen. De reguliere media worden aangevallen, niet alleen onderworpen aan kritisch onderzoek, maar ook aan machtscampagnes van delegitimering. Bovendien krijgen volledig onbetrouwbare, vaak opzettelijk misleidende mediakanalen nu meer macht toegekend dan ooit. Dit is geen overdrijving; het is de realiteit van een geglobaliseerde, digitale wereld. Meer mensen lezen nu misleidende verhalen die voorgeven de realiteit te zijn dan op enig ander moment in de wereldgeschiedenis. Misschien moeten wij in deze tijd van 'alternatieve feiten' en 'nepnieuws' ook het verhaal van Mosjé - en het verhaal dat hij verandert - met kritische blik en een rigoureus streven naar betrouwbare berichtgeving lezen.

Archives

©2021 Stichting PaRDeS | Privacy | Disclaimer
envelopephoneclockmagnifiercrossmenuarrow-right