Haftara 2 Melachiem 7:3-20

Haftara 2 Melachiem 7:3-20

commentaar BIJ Wajikra
- Metsora
29 Nisan 5783

Omkeren, denken aan anderen en zeggen wat we denken kunnen verlossing brengen.

door 
Baruch Sienna

De gecombineerde sidrot Tazria-Metsora van deze week zijn waarschijnlijk de minst

geliefde afdelingen uit de Tora voor een bar- of bat mitswa: huidontstekingen,

menstruatie en nachtelijke zaadlozingen. Nog een geluk, dat de haftarot voor deze

sidrot, verbonden met het probleem van "lepra", interessante verhalen bevatten uit de

serie legenden die rond de profeet Elisja verteld worden.

In de haftara voor Tazria wordt het verhaal verteld van de wonderbaarlijke genezing van

Naäman, die "lepra" had (2 Melachiem [Koningen] 4:42-5:19). Als de sidrot

gecombineerd zijn zoals dit jaar lezen we de haftara voor Metsora (2 Melachiem 7:3-20).

De gebruikelijke, oudere vertaling van tsaraät en metsora met lepra en lepralijder is

misleidend. De beschrijving van de Bijbelse ziekte komt niet overeen met de werkelijke

lepra (ook bekend als Hansens ziekte). Wetenschappers zijn niet zeker van de ware

oorzaak van de ziekte die de witte huid voortbrengt zoals in de Tora beschreven. In de

Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) is uiteindelijk en na veel discussie besloten tsaraät te

vertalen met ‘huidvraat' en metsora als ‘lijder aan huidvraat'.

DE TEKST VAN DE HAFTARA

Tenslotte zeiden [de vier] mannen [die aan huidvraat leden] tegen elkaar: ‘Wat we doen

is niet goed. Er is vandaag goed nieuws, en als we dat voor onszelf houden tot het licht

wordt, raken we in de problemen. Laten we meteen naar het paleis van de koning gaan

om te vertellen wat er gebeurd is.' (2 Melachiem [Koningen] 7:9)

EEN HISTORISCH-BIOGRAFISCHE OPMERKING

De koning van Aram, Ben Hadad, die verbonden was met het zuidelijke koninkrijk

Jehoeda, voerde oorlog tegen Israël. Er was hongersnood in het land en voedsel was

schaars. De prijzen voor voedsel rezen de pan uit ( een kleine hoeveelheid schillen van

johannesbrood, die gewoonlijk makkelijk te krijgen waren en niet veel gevraagd waren,

werden duur verkocht) en zelfs werd er melding gemaakt van kannibalisme. Sjomron, de

hoofdstad van Israël werd belegerd. Dan, op onverklaarbare wijze, eindigde het Aramese

beleg plotseling. Het bleek dat de Arameeërs gevlucht waren en in hun kampement

dieren, voedsel en goud hadden achtergelaten. Elisja's voorspelling dat voedsel

overvloedig zou worden en de prijzen zouden dalen tot een normaal peil kwam uit.

PEROESJ: ONS COMMENTAAR

De haftara begint bij pasoek (vers) 3 (na de inleiding met Elisja’s voorspelling):

"Nu waren er bij de stadspoort vier mannen die aan huidvraat leden. Ze zeiden tegen elkaar:

‘Waarom zouden we hier de dood blijven afwachten? Als we de stad binnengaan, zullen

we van honger omkomen. En als we hier blijven zitten, sterven we ook. Laten we

overlopen naar de Arameeërs. Als zij ons in leven laten, blijven we leven en als ze ons

doden, sterven we'."

Toen de vier mannen bij de rand van het kamp kwamen, ontdekten ze dat het verlaten

was. Ze gingen een tent binnen, aten en dronken en begroeven het goud en zilver. Maar

toen realiseerden de lijders aan huidvraat zich dat wat ze deden niet goed was. Ze

keerden terug naar de stad en vertelden de koning wat er gebeurd was. Hun bericht

werd juist bevonden en de stad werd gered.

Een aspect van het verhaal vraagt bijzondere aandacht. De vele karakters die erin

voorkomen, van koning, hoveling, soldaten, poortwachters, zij zijn allen zonder naam.

Zoals een naam wordt gedacht iemands karakter te weerspiegelen, is het in ons verhaal

de anonimiteit die het karakter en de rol van de personen belicht. Ieder karakter stelt

een archetype voor. Adele Reinhartz suggereert in haar mooie boek "Waarom vraag je

mijn naam" (Why Ask My Name?) dat:

De focus op rolmodellen geeft ons gelegenheid identiteit te

bepalen ten aanzien van de plaats tussen het rolmodel en de

verhalende beschrijving van het karakter. Als we dat doen,

vergelijken we de stereotiepe gedragspatronen die verbonden

zijn met de rol in Bijbelse vertellingen en de bijzondere wijze

waarop de karakters zonder naam al dan niet de rol vervullen.

Of we kijken naar de mate waarin hij of zij zijn grenzen oprekt

of de eigenlijke contouren in twijfel trekt.

De tekst wil dat we ons richten op de identiteit van de vier individuele lijders aan

huidvraat. De brengers van het goede nieuws, de vier "melaatsen", waren

verschoppelingen. Net zoals in onze tegenwoordige wereld worden individuen aan de

rand van de samenleving niet gewaardeerd. Toch waren het die vier laag geplaatsten op

de sociale ladder die het instrument waren voor de redding van het volk. Het was juist

hun plaats "buiten de hekken" die het hun mogelijk maakte een reeks van

gebeurtenissen te ontketenen waardoor de stad werd gered. Hoe deden ze dit? In de

eerste instantie zorgden ze alleen voor zichzelf. Daarna veranderde hun houding. Als

maatschappelijk verstotenen hadden ze de plundering die zij ten bate van zichzelf

pleegden heel eenvoudig kunnen rechtvaardigen, daar de samenleving elke

verantwoordelijkheid en zorg voor hen had geweigerd. Maar dit deden ze niet, zij zeiden

rechtuit wat ze dachten.

Rabbijn Rochelle Robins (in "The Women's Haftarah Commentary") meent dat als de vier

"melaatsen" hun lijden te wijten hebben aan hun "vrijuit spreken" het interessant is dat

het wederom door het "vrijuit spreken" is dat deze individuen uit hun lot verlost worden.

Robins baseert dit natuurlijk op het rabbijnse woordspel waar metsora beschouwd wordt

als een samentrekking van motsie sjeem ra, kwaadspreken. Huidvraat, waarbij de huid

wit wordt, wordt door de rabbijnen verklaard als goddelijke straf voor het ‘zwart maken'

van iemands reputatie met woorden.

[Het idee dat wij voor slechte daden gestraft worden, is stellig vaak waar op veel

niveaus; onze daden, goede en slechte, hebben gevolgen. Het omgekeerde hoeft niet zo

te zijn. Als we roken, kunnen we kanker krijgen. Maar niet iedereen die kanker krijgt,

heeft gerookt. De gedachte dat als wij lijden, we dus gezondigd moeten hebben, is

uitermate problematisch. In de Tanach komt alles van God en dus wordt lijden gezien als

een straf, maar ik kan hierin niet meegaan.]

Robin wijst erop dat af en toe "vrijuit spreken" negatieve sociale consequenties kan

hebben. Maar er zijn momenten dat we de moed moeten hebben de waarheid te zeggen

en niet te zwijgen. Het is deze daad van tesjoewa, dit omkeren, denken aan anderen en

zeggen wat we denken die verlossing kan brengen.

Archives

©2024 Stichting PaRDeS | Privacy | Disclaimer
envelopephoneclockmagnifiercrossmenuarrow-right