Deze week de haftara (wekelijkse lezing uit de profeten) die gelezen wordt bij de parasja Haäzinoe.

Haftara I Samuel 15:2-34 

7 Adar II 5782

door 

Saul wordt bevolen om nietsontziend te werk te gaan

door Rob Cassuto

In de sidra Wajikra worden voorschriften over de offerdienst gegeven. Op dit laatste deel van de parasja sluit de haftara aan. Het haftara gedeelte beschrijft het nieuwe offeraltaar met de vier hoorns en de daarbij te offeren dierenoffers ter inwijding van de tempel, zeven dagen lang, net zoals eerder in de parasja Tetsawee is verordend en hier in Leviticus (Wajikra) ook wordt uitgevoerd.

In Wikipedia: The haftarah for Shabbat Zachor, 1 Samuel 15:2–34 or 1–34, describes Saul's encounter with Amalek and Saul's and Samuel's tretament of the Amalekite king Agag. Purim, in turn, commemorates the story of Esther and the Jewish people's victory over Haman's plan to kill the Jews, told in the book of Esther.[178] Esther 3:1 identifies Haman as an Agagite, and thus a descendant of Amalek. Numbers 24:7 identifies the Agagites with the Amalekites. Alternatively, a Midrash tells the story that between King Agag's capture by Saul and his killing by Samuel, Agag fathered a child, from whom Haman in turn descended.[179]


In de haftara lezen we hoe de oude richter Samuel (Sjmoeëel) aan Saul beval om nietsontziend te werk te gaan: 15:3 Ga nu heen, en versla Amalek, en sla alles wat hij heeft met de ban. Spaar hem niet, maar dood hen van man tot vrouw, van kind tot zuigeling, van rund tot schaap, en van kameel tot ezel, aldus sprak de profeet als een ware groot-ayatollah tot de koning.

Saul volvoerde de opdracht succesvol, maar toch net niet helemaal en net niet helemaal is helemaal niet in de ogen van de onverbiddelijke opdrachtgever. Het beste van het vee werd niet gedood; de koning en zijn leger namen het mee. Alle mannen, vrouwen en kinderen sloeg Saul met het zwaard, maar één man niet: de koning van de Amalekieten, Agag, die voerde hij met zich mee naar huis. Dit tot ongenoegen van de Eeuwige en tot ontsteltenis van zijn middelaar Samuel, die hierdoor diep geschokt was, de hele nacht wakker lag en riep tot de Eeuwige. De volgende ochtend legde hij woedend de koning zijn nalatigheid inzake de opdracht voor. Saul probeert zich er nog uit te redden. Het vee was immers bestemd tot dankoffer aan de Eeuwige. Het zou kunnen, maar het klinkt toch een beetje als een uitvlucht. Daarna geeft hij toe: ik was bang voor de aandrang van de soldaten, die kennelijk buit wilden. Dat is goed voorstelbaar, want vaak is de buit ook de betaling van de soldaten. De koning vraagt Samuel vergeving, maar de oude profeet blijft onvermurwbaar. Het koningschap wordt hem ontnomen en de Eeuwige komt nooit op zijn besluiten terug, zo zegt de profeet.

Dan komt Agag aan de orde, de koning van Amalek, wiens leven is gespaard, als trofee van de overwinning of uit een spoor van compassie, dat is de vraag. De bejaarde richter beveelt de man voor hem te leiden, die nog denkt gratie te krijgen, en hakte zonder pardon zijn hoofd af.

Als we uit de huid van Samuels tijd kruipen, wat kan dit bijbelstuk ons nog leren?  Vanuit het referentiekader van de zogenoemde moderniteit, noemen wij de opdracht aan koning Saul zonder meer een opdracht tot genocide. Niet zozeer de ongehoorzaamheid van de koning aan God, c.q. de profeet is dan het kwaad, maar de gehoorzame uitvoering van die opdracht om een volk van de aardbodem weg te vagen. Laat er geen misverstand over bestaan: ik zie de Tora en de Tanach als goddelijk geïnspireerd, maar door menselijke geest ontvangen en door menselijke hand geschreven. Er is in de geschriften een progressie waar te nemen in de mate van verlichting waarin de divine inzichten zijn ervaren, waargenomen, opgetekend en geïnterpreteerd.

Van een partijdige stammengod, die gunstig gestemd moet worden met dierenoffers en die - wanneer hij niet stipt gehoorzaamd wordt - straft met plagen en nederlagen zien we een ontwikkeling naar een schenker van inzichten in universele waarden van gerechtigheid en compassie, gepaard aan een oproep aan de mensen die te realiseren. Een liberale opinion leader als John Rayner zegt het zo: Wanneer je jezelf eenmaal bevrijd hebt van dogmatische vooronderstellingen, kan niets ter wereld je er ooit weer van overtuigen dat de God van rechtvaardigheid en barmhartigheid, zoals hij in veel delen van Tenach naar voren komt, opdracht gaf tot de genocide op de Amalekieten. (1)

Noot


(1) John D. Rayner, Halacha, een progressief Joods perspectief, Stichting Sja’ar, 2003, p 11, 12
Toch is het goed om ook een poging tot een  verdedigend woord tbv Samuel op te voeren:
Al wie zich vergevingsgezind toont ten opzichte van de wreedaard zal tenslotte wreed worden tegen de vergevingsgezinden, aldus R. Elazar in Tanchuma Metzora , m.a.w. mildheid t.o.v. de wreedaards zal uiteindelijk op jezelf terugslaan, omdat je uiteindelijk wel wreed zal moeten worden tegen de aanvankelijk toegestane uitwassen.

Vrolijk Poeriem Chag Poeriem sameach !

Archives

©2022 Stichting PaRDeS | Privacy | Disclaimer
envelopephoneclockmagnifiercrossmenuarrow-right