In de LJG houdt men een 3-jarige cyclus aan om de Tora en de Haftarot te lezen. Deze haftara werd gelezen in 5780.

Jesaja 66:10 - 23

commentaar BIJ Wajikra
- Metsora
4 Iyar 5781

Alles wat leeft zal opnieuw naar Jeruzalem komen

door 
Rob Cassuto

De parasja Tazria (Wajikra/Leviticus 12-14) handelt over de reinigingshandelingen die de vrouw na de geboorte van haar kind moet verrichten; vervolgens gaat het hoofdstuk verder grotendeels over de huidziekte tsaraät, vermoedelijk een vorm van melaatsheid. Het is aan de priester om de diagnose te stellen en de verschillende reinigingshandelingen te verrichten. In de volgende parsje Metsora (Wajikra/Leviticus 14-16) volgen vergelijkbare reinigingsprocedures voor de aantasting van muren, gebouwen en kleden met tsaraät en voor onregelmatige vloeiingen uit de mannelijke en vrouwelijke geslachtsorganen.(1)


Het is logisch, dat dan een parallel met melaatsheid wordt gezocht in het boek Neviïem (Profeten) en zo komen we als haftara bij het mooie verhaal in 2 Koningen 4:42-5:19 over de genezing door de profeet Elisja van Naäman, de Aramese generaal, die leed aan melaatsheid (metsora). Maar nu hebben we deze week een andere haftara, Jesaja 66:10-23. Als een sjabbat valt vlak na of op het begin van een nieuwe maand (Rosj Chodesj) wordt er een andere dan de reguliere haftara gekozen. Dat is nu het geval. De maand Niesan is afgelopen en nu begint de maand Ijar.

De verzen van deze haftara vormen het sluitstuk van het boek Jesaja. Ze zijn vermoedelijk geschreven onder de naam Jesaja door een man die eeuwen later leefde dan de Jesaja van het eerste deel van het boek. Hij moet het einde van de Babylonische ballingschap hebben zien aankomen of heeft die zelfs meegemaakt. 

Bij monde van deze Jesaja propageert de godheid en maker van alles nog eenmaal zijn grootheid. De hemelen zijn zijn troon en de aarde zijn voetenbank. Een tempel heeft hij niet nodig en de rituele offers van hypocrieten en kwaaddoeners verafschuwt hij, maar wel ziet hij om naar de arme die berouw heeft en naar Zijn woord luistert. Maar de spotters en zij die voor het kwaad kiezen zullen hun trekken thuis krijgen. (2)

Maar dan verandert de toon en komt de profeet met een letterlijk beeld van verlossing. Zoals een vrouw zwanger is en de geboorte van het kind aanstaande, zo zal Israël uit de ballingschap geboren worden in een snelle bevalling, een geboorte zonder weeën. Het is met dit ongebruikelijke vrouwelijke beeld van een moeder, dat de Eeuwige zich hier als een vroedvrouw ontpopt. En niet alleen wedergeboren wordt Israël, het zal ook bloeien en welvaren en goddelijke bescherming genieten tegen de vijanden die tegen Israël zullen optrekken.

De tekst krijgt nu steeds meer eschatologische trekken. Er wordt in vlammende bewoordingen gerept van een eindstrijd te vuur en te zwaard en een eindoordeel over kwaaddoeners en rechtvaardigen. De rabbijnen (zoals Rasji) zien parallellen met Ezechiël hfst 38, waarin de profeet een visioen heeft over hoe de gezamenlijke volken onder leiding van Gog van Magog tegen Israël zullen optrekken en het onderspit zullen delven, getroffen door vreselijke natuurrampen en ziekten.
Na deze strijd ziet Jesaja in een groots vergezicht de terugkeer van de Joden uit alle delen van de wereld (een kiboets galoejot) zich voltrekken. Diep onder de indruk van de macht van de Eeuwige zullen de volkeren de bij hen wonende Joden terugbrengen (66:20) ‘op paarden en op wagens, met huifkarren, op muildieren en op snelle ​kamelen, naar Mijn ​heilige​ berg​ toe, naar ​Jeruzalem, zegt de Eeuwige, zoals de Israëlieten het ​graanoffer​ in ​rein​ ​vaatwerk​ naar het ​huis​ van de Eeuwige brengen.’

Het boek eindigt met het visioen van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde (vers 22), waarop elke ​nieuwe maan​ (3) en elke ​sabbat​ alles wat leeft opnieuw naar Jeruzalem zal komen ‘om zich voor mij neer te buigen – zegt de Eeuwige’,  aldus de profetie van Jesaja’. Het is een beeld, waarin alle naties zich zullen verenigen rond een (symbolisch) Jeruzalem. Het is wellicht een wat judeocentrisch beeld van de eindtijd, maar het idee dat alle naties in één groot spiritueel basisverbond (met allerlei verscheidenheid in uitwerking) verbonden zijn, spreekt dat niet aan?

De visoenen van eindstrijd en eindoordeel in Ezechiël, Jesaja (en ook Daniël) klinken nog na in het Tweede Testament waar Johannes in het boek Openbaringen op Ezecheliaanse wijze eerst de catastrofale veldslag tussen de goeden en de kwaden in Armageddon (4) heeft beschreven en daarna de eindstrijd met de satanische legers van Gog en Magog. In de christelijke traditie heeft de apocalyptische literatuur grote invloed gehad en nog steeds, vooral in meer sektarische en evangelicale kringen, waarin het op handen zijnde Armageddon wordt geassocieerd met de acceptatie door alle Joden van Christus als messias.

Ik denk, dat we apocalyptische visioenen moeten toetsen aan een nuchtere kennis van de mens. Deels komen de fantasierijke beelden van een verenigd Joods volk en een verenigd en gezuiverd mensdom voort uit een authentiek verlangen in de diepten van de ziel naar een wereld van rechtvaardigheid en vrede, waarin het kwaad is bedwongen. Deels komen de beelden van genadeloze afrekening met bliksemend vuur, flitsende zwaarden en vreselijke ziekten voort uit bronnen van angst, ressentiment, overmatig zondebesef en onzekerheid, vooral in tijden van onderdrukking en rampen. Die bronnen zijn maar al te menselijk, een echte leidraad voor ons leven bieden deze horrorbeelden niet; ze vinden tegenwoordig een betere uitweg in goede romans en in de volkscultuur van spannende films.

Vorige week hebben we een dieptepunt in de Joodse geschiedenis herdacht, de Sjoa (Jom Ha-sjoa we-hagevoera). Deze week vierden we een hoogtepunt, Onafhankelijksdag (Jom ha-Atsmaoet). De sjabbat (in 5780 red.) wordt ook wel Sjabbat Tekoema genoemd (sjabbat van de stichting) en dan wordt in sommige synagogen ook Deuteronomium/Devariem 8:1-10 gelezen, waarin Israël op het hart wordt gedrukt ook in betere tijden God en zijn geboden niet te vergeten en waar als haftara Zacharia/Zecharja 8 :1-19 wordt gelezen, waarin een profetisch en messianistisch beeld van een hersteld en vredig Jeruzalem wordt geschetst.

noten
(1) Commentaren op de parasjot Tazria en Metsora zijn te vinden in mijn boek REIZEN DOOR DE TORA, en op mijn website.
(2) Dit is mijn parafrase van het onduidelijke Hebreeuws, dat meerdere uiteenlopende rabbijnse uitleggingen heeft opgeleverd.
(3) Die nieuwe maan is  waarschijnlijk de link met Rosj Chodesj
(4) Grieks-Romeinse verbastering van har Megiddo, de heuvel van de stad Megiddo, waar vroeger vele veldslagen zijn uitgevochten.

©2021 Stichting PaRDeS | Privacy | Disclaimer
envelopephoneclockmagnifiercrossmenuarrow-right