Jitro

commentaar BIJ Sjemot
- Jitro
22 Shevat 5781

Het geluid van Sinai

door 
Rob Cassuto

De parasja Jitro (1) begint met het bezoek van de schoonvader van Mosjee , Jitro (Jethro), die een zeer verstandig advies geeft aan zijn overbelaste schoonzoon: taken delegeren; en dat doet hij.  Na de beschrijving van de eerste fasen van de wonderlijke gebeurtenissen op en rond de berg Sinaj komt de uitroep van de ‘Aseret ha-Dibrot', de Tien Woorden, de Tien uitspraken ofwel de Tien Geboden (Sjemot/Exodus 20:2 e.v.). De Tien Woorden zijn op te vatten als de preambule van het verbond dat verder in het boek Sjemot/Exodus in detail (te beginnen in de volgende parasja Misjpatiem) wordt uitgewerkt. Het zijn de basisprincipes, waarop het verbond is gebaseerd. Waarom zijn ze revolutionair?


Het is niet een wereldlijke macht die deze woorden spreekt, maar een transcendente dimensie waaruit woorden neerdalen. Een machtig fenomeen op een berg, dat zich kenbaar maakt als de Ene of Enige. Het moet een overweldigende ervaring zijn geweest bij de Sinaj. De midrasj vertelt ons dat er sprake was van een één geweldig geluid, dat alle Tien Woorden tegelijk bevatte, een uiting zonder spatie of onderscheiding, waarvoor het volk vol ontzag terugdeinsde (2). Er was een verwerking nodig van deze intense ervaring van transcendentie. Dat gebeurde door een menselijke middelaar, Mozes, Mosjee (Deut 5:5). Deze kon de ontzagwekkende oerstem (kol gadol) vertalen in voor mensen begrijpelijke woorden. De daaruit resulterende Tien Woorden zijn het begin van de verwerking van deze ervaring. Je kunt ook zeggen: vanuit de lichthoogte boven het menselijk bewustzijn of vanuit de schemerdiepte onder het menselijk bewustzijn openbaarde zich plotseling wat als kiem van weten omtrent het juiste al klaarlag. Opeens kan het onder woorden worden gebracht. Het kan nu voortaan als geverbaliseerd bewustzijn door de gemeenschap worden gedeeld en besproken.

Een uniek kenmerk van de decaloog is dat deze sacrale en morele boodschap voor een heel volk gold en nog steeds een dringend appel doet. Hij klonk ten overstaan van het gehele volk, dat verzameld stond bij de ‘berg van God’, 600.000 zielen. De matan Tora, het schenken van de Tora, drukte een stempel in ieders hart en smeedde een losse massa van reizende vluchtelingen samen tot één volk. Volgens de midrasj waren ook alle zielen aanwezig van hen die nog geboren moesten worden. Het vandaag van toen (ha-jom, zie ook Deut 29: 11-14) is ook het vandaag van nu.

Dat ene Joodse volk heeft zich ondanks drieduizend jaar beproevingen en ondanks veel assimilatie vooral in de laatste twee eeuwen gehandhaafd, een wonderlijk fenomeen van duurzaamheid. Tegelijk is het ook een wonderlijk geschakeerd conglomeraat, dat allang niet meer homogeen om de religie heen staat en zich heeft vertakt in tal van bestaanswijzen. Voor de een ligt het anker van het Jood zijn nog steeds in de religie en de observante religieuze praktijk, voor de ander is het accent meer verschoven naar de culturele kant, de taal, de muziek, literatuur, de keuken, voor weer een ander ligt het zwaartepunt vooral op het zionisme en is de focus op het wel en wee van de staat Israël, voor weer een ander weegt de Sjoa en de traumatische familiegeschiedenis zwaarder dan de andere aspecten. Het signaleren en bestrijden van uitingen en daden van antisemitisme kan een belangrijk bestanddeel vormen van de Joodse identiteit (3). Natuurlijk zijn combinaties in wisselende samenstelling denkbaar. Maar ergens in het innerlijk van de joodse mens van welke sekse of pluimage ook echoot het geluid van de Sinaï dat geen tijd kent nog na.

Noten

(1) Verschillende commentaren op de parasja Jitro zijn te vinden in mijn boek REIZEN DOOR DE TORA , deel 1 Genesis en Exodus, en op mijn  website  

(2) Zie bijv. Midrash Tanchuma, Yitro 11:2, Rabbeinu Bachya op sefaria ad Ex 20:1 op sefaria.org geeft een uitgebreid overzicht van de midrasj.
Volgens vele commentaren hoorde het volk wel de eerste twee geboden, maar werden ze doodsbang en lieten de interpretatie toen aan Mozes over. Vgl

Midrash Shir Hashirim Rabbah hfst 5, ‘de zielen van de Israëieten verlieten hen toen de Eeuwige sprak en toekwam tot dat gedeelte en ze konden het niet meer begrijpen etc’

(3) Geïnspireerd op de ‘schijf van vijf’ van Ido Abram zl, een formule om de Joodse identiteit ook schematisch te illustreren (verschenen in Joods nu, jaargang 3, nr. 3, december 2017). Zie ook:
http://stichtingleren.nl/wp-content/uploads/2019/05/De-Joodse-identiteit-is-geen-vast-gegeven-20dec17-1.pdf

©2021 Stichting PaRDeS | Privacy | Disclaimer
envelopephoneclockmagnifiercrossmenuarrow-right