

Bemidbar/Numeri 30:2–32:42. Bemidbar/Numeri 33:1–36:13
Deze week worden om redenen van de kalender de parsjiot Matot en Masee tezamen genomen. Wij richten ons nu alleen op de parashat Matot.
Matot (‘stammen') begint met het onderwerp van de gelofte en de eed. Speciale aandacht krijgt het voorschrift een eed ook gestand te doen 1 . In de daaropvolgende passages wordt de oorlog tegen en de overwinning op het volk van Midjan verhaald, inclusief de dood van Bil'am.
De oorlog was een wraakactie voor de pogingen van de Moabieten en de Midjanieten door verleiding van hun vrouwen Israël tot afgodendienst te leiden en zo te verzwakken, zie de vorige parasjot Balak en Pinchas.
Het was een bloedige oorlog waarbij mannen, vrouwen en kinderen (behalve maagden) niet gespaard werden en een enorme buit aan goud, zilver, andere metalen en vee werden buitgemaakt. Vooral in het oog valt de uitgebreide behandeling van de reiniging van de soldaten en de door hen gebruikte voorwerpen, die bij het ombrengen van zoveel tegenstanders in contact met dode lichamen zijn geweest. Vuur en water moesten eerst hun zuiverend werk doen, voordat de krijgslieden weer onder het volk konden komen. De wreedheid moet een stempel op de ziel van de soldaten hebben gedrukt.
Gedetailleerd wordt de verdeling van de buit geregeld. De slag met Midjan moet een historisch beslissende gebeurtenis zijn geweest die een gedetailleerde kroniek rechtvaardigde. Opvallend is dat het feit dat de schoonvader van Mosjee, die een priester van Midjan was geen rol meer speelt. Ik vraag mij af of de grote leider Mosjee toen al de oorlogsregels in gedachten had die hij in het volgende boek Devariem heeft gegeven. Daarin worden een aantal vrijstellingen verleend. De oorlog mag pas gevoerd worden als er eerst een vredesaanbod is gedaan en dat vervolgens is afgewezen.
Oorlogswetten
Deuteronomium 20 bevat een aantal meer gedetailleerde oorlogsregels. Eerst volgt een toespraak van de priester om de strijders moed in te spreken en godsvertrouwen te wekken.
20:5 Daarna zullen de beambten tot het volk spreken: Wie is de man die een nieuw huis heeft gebouwd en het nog niet in gebruik genomen heeft? Laat hij weggaan en naar zijn huis terugkeren, opdat hij niet in de strijd sterft en iemand anders het in gebruik neemt.
6 En wie is de man die een wijngaard heeft geplant,( Lev. 19:23,24,25) maar de vrucht ervan nog niet gegeten heeft? Laat hij weggaan en naar zijn huis terugkeren, opdat hij niet in de strijd sterft en iemand anders die eet.
Het Hebreeuwse grondwoord betekent letterlijk "ontheiligd". De eerste vruchten van een nieuwe wijngaard moeten eerst aan de Heere geofferd worden. Zolang dat niet gebeurd was, was de wijngaard heilig en behoorden de vruchten de Eeuwige toe. Zie Lev. 19:23-25; zie ook Jer. 31:5
7 En wie is de man die met een vrouw in ondertrouw is gegaan, maar haar nog niet tot vrouw genomen heeft? Laat hij weggaan en naar zijn huis terugkeren, opdat hij niet in de strijd sterft, en een andere man haar tot vrouw neemt.
8 Daarna zullen de beambten opnieuw tegen het volk spreken, en zeggen: Richt. 7:3 Wie is de man die bevreesd is, en week van hart? Laat hij weggaan en naar zijn huis terugkeren, opdat het hart van zijn broeders niet smelt, zoals zijn hart.
Duidelijk is dat mochten er toen jesjiwastudenten hebben bestaan die niet aan de dienstplicht ontkomen waren.
Inmiddels hebben wij een Geneefse conventie die het oorlogsrecht en oorlogsmisdaden omschrijft. Dat blijkt maar al te vaak een lege huls.
Het Israëlische leger (IDF) heeft een stringente ethische code vastgelegd voor militair optreden: https://en.wikipedia.org/wiki/IDF_Code_of_Ethics.
In het Gazaconflict is laatstelijk nog een oproep gedaan door Generaal Benny Gantz:
The following is the full transcript of the message:
Purity of Arms – The IDF soldiers will use their weapons and force only for the purpose of their mission, only to the necessary extent and will maintain their humanity even during combat. IDF soldiers will not use their weapons and force to harm human beings who are not combatants or prisoners of war, and will do all in their power to avoid causing harm to their lives, bodies, dignity and property. “We have a moral obligation to do whatever we can to prevent civilian casualties, and simultaneously face a moral obligation to protect our citizens.”
Het klinkt als een wanhoopskreet.
De beelden die we dagelijks voorgeschoteld krijgen maken het moeilijk te geloven dat men zich hieraan houdt. Of uberhaupt aan kan houden. De ondermijning van het moreel van het Israëlische volk, ooit sluipenderwijs begonnen met de bezetting van de Westoever (Judea en Samaria) en de Gazastrook, is schrikbarend toegenomen.
Het lijkt wel of het vliegwiel van de geschiedenis alweer niet ten gunste van Israël zijn gang gaat. Tot mijn grote teleurstelling.
Noot
1/ Uitgebreid spreek ik over de eed en Matot en Masee in mijn boek REIZEN DOOR DE TORA, deel 2 en elders op de site van de stichtingpardes.nl
Sjabbat sjalom, RC augustus 2024