Misjpatim

Misjpatim

commentaar BIJ Sjemot
- Misjpatim
29 Shevat 5784

Oog om oog?

door 
Rob Cassuto

Sjemot / Exodus 21:1–24:18

De parasja Misjpatiem (regels) 1 wordt wel ‘het boek van het verbond' genoemd. Immers het grootste deel van de parasja bestaat uit allerlei belangrijke regels, een uitwerking van de Tien Woorden.
Achtereenvolgens komen aan de orde: regels betreffende slaven en hun vrijlating, overtredingen rond moord, doodslag, geweld (inclusief het vervloeken van de ouders), regels rond kwetsuren en toebrenging van lichamelijk letsel, verantwoordelijkheid voor schade toegebracht door dieren, regels rond diefstal, onrechtmatige begrazing en brandschade op het veld, regels rond bewaring, verleiding van maagden, goddeloze gewoonten, liefde voor en solidariteit met vreemdelingen, armen, weduwen en wezen, aanbod van eerstelingen, regels rond juist gedrag (m.n. inzake hulp aan de naaste, getuigenissen, omkoping), regels betreffende heilige tijd (joweljaar, sjabbat, pelgrimsfeesten}; hier staat ook het verbod een bokje in de melk van zijn moeder te koken, vermoedelijk opgenomen omdat de Kenaänitische volken rondom dit in hun riten wél deden 2

Oog om oog?

Een bekende bepaling is het ‘oog om oog, tand om tand', de zg. lex talionis. Vaak wordt deze bepaling aangevoerd als schoolvoorbeeld van oudtestamentische wreedheid.
Laten we dit eens verder uitpluizen.
Het valt op hoe vreemd deze bepaling is gekoppeld aan de woorden over vechtende mannen die een vrouw per ongeluk een miskraam bezorgen (NBV): Sjemot/Exodus 21: 22-25:  Wanneer twee mannen aan het vechten zijn en een van hen een zwangere vrouw raakt met als gevolg dat zij een miskraam krijgt, maar ze heeft verder geen letsel opgelopen, dan moet een boete worden geëist waarvan de hoogte door haar echtgenoot wordt vastgesteld; de rechters moeten op de betaling toezien. Heeft ze wel ander letsel opgelopen, dan geldt: een leven voor een leven, een oog voor een oog, een tand voor een tand, een hand voor een hand, een voet voor een voet, een brandwond voor een brandwond, een kneuzing voor een kneuzing, een striem voor een striem.Dit beginsel is duidelijk in al zijn directheid; het is in ook opgenomen in het boek Wajikra/Leviticus 24:19-20 (NBV): ‘Wanneer iemand letsel toebrengt aan een ander, moet hem hetzelfde letsel worden toegebracht: een breuk voor een breuk, een oog voor een oog, een tand voor een tand. Wat hij de ander heeft aangedaan zal ook hem aangedaan worden.'  
Dat liegt er niet om. We moeten wel beseffen, de bepaling was toen een vooruitgang. Het betekende in de tijden dat deze woorden geschreven werden een inperking van eindeloos durende bloedwraak, vetes en het recht van de sterkste. In de loop der eeuwen is een meer humane interpretatie nodig geworden en dit was de taak van de rabbijnen.  

Rabbijnse uitleg

Een verzachtende interpretatie vonden de rabbijnen, zoals Rasji, in het woord ‘gegeven'. In het Hebreeuws staat in Wajikra 24:19-20 niet letterlijk: ‘Wat hij de ander heeft aangedaan zal ook hem aangedaan worden', zoals de NBV luidt, maar: ‘Kaäsjer jiteen moem be-adam ken jinaten bo', wat letterlijk vertaald is: ‘zoals hij letsel gaf aan een mens, zo zal aan hem gegeven worden' en Rasji zegt dan, geven betekent geven van hand tot hand, dus gaat het om geld. Zo worden nu eenmaal de wrede ‘barbaarse' bepalingen omgesmeed en aangepast aan modernere tijden. De rabbijnse uitleg is dus, dat hier in de woorden zelf al een geldelijke compensatie besloten ligt 4.

Historische ontwikkeling

Umberto Cassuto merkt in zijn commentaar op Exodus 3 op, dat in tegenstelling tot de rabbijnse uitleg, het hier oorspronkelijk wel degelijk ging om een fysieke uitruil, dus letterlijk oog om oog.
Met allerlei voorbeelden uit oude Semitische wetgevingen toont hij aan, dat het gaat om een oeroude standaardformule. Waar oorspronkelijk een feitelijke uitvoering van het vonnis werd uitgevoerd kon later de dader vóór de executie een schikking voor geld aanbieden. Hij kon het vonnis afkopen.
Deze afkoop of losprijs werd later als vanzelfsprekend in de formule begrepen. De zin die we nu aantreffen, ‘een leven voor een leven, een oog voor een oog, een tand voor een tand, een hand voor een hand, een voet voor een voet, een brandwond voor een brandwond, een kneuzing voor een kneuzing, een striem voor een striem' werd gefixeerd tot een standaardformule, die de mogelijkheid van een geldelijke schikking in zich bood. Vandaar de opsomming van allerlei vormen van letsel, die in deze casus van een zwangere vrouw eigenlijk niet relevant zijn.

‘Oog om oog’ in de context van andere bepalingen

Ook gezien de strekking van andere bepalingen lijkt een letterlijke uitvoering uiterst onwaarschijnlijk. Zo meldt vers 21:13 in dit hoofdstuk dat bij een niet opzettelijke doodslag geen doodstraf geldt, maar het recht naar een asielstad te vluchten.
Bovendien bepaalt Bemidbar/Numeri 35:31: ‘Je mag geen losprijs aannemen voor het leven van een moordenaar die schuldig bevonden en ter dood veroordeeld is'. Dus voor niet opzettelijke doodslag en verminking mag je wel een financiële compensatie aannemen! Dus het zou absurd zijn om in geval de oog-om- oog-formule wel een fysieke uitvoering te eisen. De oude formule impliceert een financiële compensatie.

Is daarmee de kous af? Is met geldelijke compensatie de zaak afgedaan? Niet volgens Maimonides. De dader van de kwetsuur moet het slachtoffer alsnog om vergeving vragen en het slachtoffer zal die vergiffenis ook moeten hebben gegeven 5 . Dan pas is het tot ‘closure’ gekomen.

Noten

1.  Verschillende commentaren op de Misjpatiem zijn te vinden in mijn boek    REIZEN DOOR DE TORA    , deel 1 Genesis en Exodus

2. Gedetailleerde uitwerking van een discussie van al deze bepalingen vinden we in vele Talmoed tractaten, bv. over schadevergoeding in Nezikien en Bava Kamma

3. Umberto Cassuto (1883–1951), A Commentary on the Book of Exodus, Jerusalem, 1997 (eerst verschenen in het Hebreeuws in 1951), p. 272 ev

4. Zie de uitgebreide bediscussiëring in Talmoed tractaat Bava Kamma 84a

5. Mishneh Torah, Laws of Personal Injuries 1:3:
 “Causing bodily injury is not like causing monetary loss. One who causes monetary loss is exonerated as soon as he repays the damages. But if one injured his neighbor, even though he paid all five categories of monetary restitution — even if he offered to God all the rams of Nevayot [see Isaiah 60:7] — he is not exonerated until he has asked the injured party for forgiveness, and he agrees to forgive him.” (Personal Injuries, 5:9) Ontleend aan het interessante commentaar op Misjpatiem Rav Abraham Isaac Kook  (1865-1935)

Bewerkt feb 2024

©2024 Stichting PaRDeS | Privacy | Disclaimer
envelopephoneclockmagnifiercrossmenuarrow-right