Parasja Balak

commentaar BIJ Bemidbar
- Balak
15 Tammuz 5782

Vier voorwaarden voor een visie

door 
Rob Cassuto

Bemidbar / Numeri 22:2-25:9 


Koning Balak van Moav is hevig bevreesd voor de Israëlieten, die na hun eerste militaire successen zijn koninkrijk oostelijk van de Jordaan naderen. Een gezantschap van de koning roept de hulp in van een beroemde magiër, Bilam, die met zijn vervloekingen de vijand zou moeten verzwakken. Kennelijk heeft Bilam net als Mozes de gave met de Eeuwige te kunnen spreken. Desgevraagd zegt de goddelijke stem aan Bilam niet op het verzoek in te gaan. Een tweede bezoek van hooggeplaatste gezanten van de koning beloven goud en eer. Nu accepteert Bilam toch de opdracht (overigens met goddelijke toestemming), al benadrukt hij, ‘Alleen wat God mij in de mond legt kan ik spreken'. Zo gaat hij gezeten op zijn ezel op weg. Hilarisch zijn de scenes met de ezel, die tot driemaal toe ondanks boze klappen van zijn berijder de weg niet wil vervolgen omdat het beest de weg verspert ziet door een dreigende engel met zwaard, iets wat Bilam met al zijn gaven niet ziet; door zijn ezel wordt de wijze magiër terecht gewezen. Uiteindelijk lukt het hem in drie rituele sessies niet het volk van Israël te vervloeken; integendeel, hij verheerlijkt en zegent het volk, conform de woorden die de Eeuwige hem in de mond legt. In een vierde sessie profeteert hij zelfs de ondergang van zijn opdrachtgever 1. Kunnen we van deze in midrasj en commentaar verguisde tovenaar nog wat leren? 2

De eerste twee profetieën

Laten we de eerste drie profetieën – orakels als men wil - van Bilam eens kort bezien (22:41-24:10). Het eerste orakel spreekt de magiër vanaf de Baäl-hoogten. Daar kan de waarzegger een van de uiteinden van het kamp van de Israelieten (22:41, ketsee ha-am ) zien en klinken o.a. de beroemde woorden: 'zie, dat volk woont afgezonderd, onder de naties rekent het zich niet etc'. Vervloeking niet gelukt tot woede van Balak.
Een tweede orakel wordt gepland op een andere plaats, de top van de Pisga berg, van waaraf een ander deel van het kamp is te zien (23:13, maar niet het geheel, we-koelo lo tirè ). Dat resulteert in een zegenzang voor Israël, een volk, zoals Bilam zegt, waar waarzeggerij of toverspreuken geen invloed hebben, een volk dat God uit Egypte heeft geleid en dat zich zal oprichten als een leeuw.

De derde profetie

De desperate Koning Balak dwingt de magiër nu nog tot een derde poging tot vervloeking en neemt hem mee naar weer een andere plek, de top van de berg Peor, die uitzicht gaf op de woestijn (23:28, jesjimon ). Wat volgt is de derde profetie. Lees de tekst in hoofdstuk 24:1 eens goed door en merk op, dat er markante verschillen te lezen zijn in de voorbereiding tot deze derde zegenspreuk, vergeleken met de vorige twee orakels. Op vier punten zijn er veranderingen te constateren. Het viel mij op hoe hier eigenlijk vier basisvoorwaarden worden genoemd voor het ontwikkelen van een goede visie op iets of iemand.

Vier voorwaarden voor een visie

1. In hoofdstuk 24 begint het derde orakel ermee, dat Bilam nu ‘begreep dat het in de ogen van de Eeuwige goed was als hij Israël zou zegenen'. Wat wil dat zeggen? Hij geeft nu definitief zijn poging op om de opdracht van zijn koninklijke opdrachtgever uit te voeren. Hij beseft dus met zijn komende uitspraken zijn materiële beloning en zijn goede naam als magiër te gaan verspelen. Hij neemt zich voor om onbevooroordeeld en zonder eigenbelang open te staan voor de zegenende woorden, die zullen komen. Onbevooroordeelde openheid is voorwaarde voor het ontwikkelen van een visie.
2. De derde plek, de Pisga, geeft uitzicht op de woestijn, dat wil zeggen, zoals blijkt uit het vervolg, op het hele tentenkamp van de Israëlieten en niet meer op een deel, zoals in de twee voorgaande episoden steeds is benadrukt. De waarzegger heeft nu een blik op de totaliteit van het kampement van Israël in de context van de omgeving, de woestijn. Hij ziet het ‘totaalplaatje'. Dat is altijd beter dan alleen maar een deel van de situatie te bezien. Voor het ontwikkelen van een visie moet je het geheel in het oog hebben.
3. Weliswaar worden weer de voorbereidende offers gebracht op de zeven altaren, maar Bilam laat zijn verdere magische tools (24:1, nechasjiem ) uitdrukkelijk ongebruikt. Hij laat niets meer tussen zijn blik en het object in focus komen. Het achterwege laten van manipulaties is voorwaarde voor een helder zicht.
4. In de vorige twee orakels was er sprake van dat God Bilam naderde (jikar). Maar nu staat er wat anders: ‘de geest Gods (24:2, roeach Elohiem) kwam op hem'; dat wijst toch op een intensievere state of mind, die men (goddelijke) inspiratie kan noemen. Een visie zonder inspiratie is ondenkbaar.

Bilam liet een open blik rondgaan en zag hoe ‘Israël daar gelegerd zag, stam bij stam'. Nu hij al zijn vorige intenties en magische manipulaties laat varen ziet hij pas goed de krachtige uitstraling van de strijdbare massa's in het geordende legerkamp. Er komt ruimte voor een welhaast messiaans visioen.

24:5 ev: Hoe mooi zijn uw tenten, Jakob 4,
hoe mooi uw woningen, Israël,
als palmbomen, overal verspreid,
als tuinen langs een rivier,
als aloë's door de Eeuwige geplant,
als ceders langs het water.' (5)
(…)
Hij gaat liggen als een leeuw,
majesteitelijk vlijt hij zich neer –
wie zou hem durven wekken?
Gezegend wie u zegent, vervloekt wie u vervloekt!'

Een open blik

Hij ziet als het ware door de werkelijkheid van de keurig gerangschikte stammen rond de tabernakel heen een beeld van de toekomst oprijzen; achter het panorama van het tentenkamp in de woestijn ziet hij de potentialiteit van het volk van Israël oplichten. De beste versie van de toekomt voor dit volk komt hem voor ogen in de gestalte van een ideale harmonische oase; maar achter dat vredige vergezicht schuilt ook een enorme kracht, die zich kan ontplooien als het nodig is, hij ziet een slapende leeuw, die je maar beter niet kan wekken.
Ook zonder tovenarij en manipulatie met allerlei trucs, maar juist in een houding van openheid en onbevangenheid, losgemaakt van vooroordeel of winstbejag, kan een dieper schouwen plaatsvinden en kan de realiteit met al zijn gelaagdheid zich openbaren in zijn verborgen mogelijkheden (en moeilijkheden). Dat geldt niet alleen voor Bilam, maar voor ons allemaal. De vraag is of wij nog in staat zijn iets van die profetische instelling op te brengen, niet alleen in het politiek en maatschappelijk veld, maar ook in de ontmoeting met de ander, waarbij het erom gaat om in de mensen die wij in het leven ontmoeten de nog onaangeboorde mogelijkheden te zien. De vier voorwaarden kunnen ons helpen.

Het is moeilijk te begrijpen, dat na al deze ervaringen Bilam nog bezield zou zijn door een persoonlijke haat tegen het volk, dat hij zo intensief in al zijn glorie had geschouwd en bezongen en waar hij graag bij had gehoord (lees 23:10). Even verderop (Bemidbar/Numeri 31:16) is echter te lezen dat later op advies van Bilam het volk van Israël is verleid tot de fatale omgang met Moabitische en Midjanitische prostituees, waarover aan het eind van de parasja Balak wordt verteld en waar de volgende parasja Pinchas op verdergaat 5.

noten

1.  In mijn boek Reizen door de Tora, deel 2 , p. 133 ben ik uitgebreider ingegaan op de figuur van Bilam.
2.  De meeste commentatoren, zoals bijv. Rasji, zien Bilam als de belichaming van het kwaad. ‘Want Bilam haatte hen (de Israëlieten) meer dan Balak', zegt Rasji ad 22:11. Maimonides noemt de profetieën van Bilam ware godsuitspraken, die alleen uit de mond kunnen komen van een profeet "Profetie valt alleen ten deel aan iemand, die een groot geleerde is en zijn natuur volledig weet te beheersen” O.a. in Maimonides' Guide to the Perplexed p. 242. Ook in de Talmoed is druk gediscussieerd over Bilam. In de lijn van Maimonides, zei bv R. Yochanan over Bilam: 'in het begin een profeet, later een tovenaar' (Sanhedrin 106a)
3. Dit wordt nog altijd gezongen in de aanvang van de avonddienst
4.  Vgl. Jeremia 17: 7 Gezegend wie op de Eeuwige vertrouwt,
wiens toeverlaat de Eeuwige is.
Hij is als een boom geplant aan water,
zijn wortels reiken tot in de rivier.
Hij merkt de komst van de hitte niet op,
zijn bladeren blijven altijd groen .
Tijden van droogte deren hem niet,
steeds weer draagt hij vrucht
5. Toch zien we vaak hoe aanvankelijk moreel goed bekend staande mensen onder de druk van de massa’s of een dictator zich uitverkopen aan de leugen. Zie de dertiger jaren in de vorige eeuw en de republikeinse politici in de VS die zelfs na de aanval op de democratie op 6 jan 2020  de wending hebben gemaakt naar de Trumpiaanse leugens.

Herzien juli 2022

©2022 Stichting PaRDeS | Privacy | Disclaimer
envelopephoneclockmagnifiercrossmenuarrow-right