Parasja Dewariem

commentaar BIJ Dewarim
7 Av 5782

De sjabbat van het visioen

door 
Rob Cassuto

Devariem/Deuteronomium 1:1–3:22 

Het boek Devariem is ingekleed als een reeks machtige laatste toespraken van de hoogbejaarde leidsman Mozes, gehouden in het veertigste jaar van de grote woestijnreis naar het beloofde land. Volgens de midrasj vond dat allemaal plaats in de weken tussen 1 Sjevat en 6 Adar, de sterfdatum van Mozes. 1


Mozes, een psychologisch beeld

De figuur van Mozes heeft mij altijd gefascineerd. Hoe men hem ook wil zien, hij was een unieke persoon, als hij was geen ander. Vele schrijvers en denkers hebben getracht om op grond van de woorden van de Tora en de daarin beschreven acties en gebeurtenissen een beeld te vormen van de man, die als het ware halverwege sage en historie zijn stempel op onze beschaving heeft gedrukt.
De Tora zelf (Bemidbar/Numeri 12:3) noemt Mozes ‘een zeer bescheiden man – niemand op de hele wereld was zo bescheiden als hij'. Maar goed bekeken was geen enkele emotie of karaktertrek hem vreemd. Met name valt naast andere karaktertrekken zijn woede op, die vaak parallel loopt met de woede van de Ene, die hem bij de doornstruik werd geopenbaard en van wie hij opdracht kreeg om de Israëlieten te leiden naar de vrijheid. Een vogelvlucht makend over de geschriften maken we kennis met zijn gevoel van onrecht en compassie als hij niet verdraagt dat een Hebreeër mishandeld wordt en met zijn drift als hij de mishandelaar doodt. We zien zijn verlegenheid om het woord te voeren, zijn moed en volharding om de farao te trotseren, zijn bovenmenselijke inspiratie om de Tora (letterlijk: ‘onderwijzing') te ontvangen, zijn woede, als hij de twee wetstafelen coram publico stuk smijt, zijn mededogen als hij om het mededogen en de vergevingsgezindheid van de Ene t.a.v. Zijn volk smeekt, zijn letterlijk stralende verlichtheid als hij met nieuwe wetstafelen tot het volk afdaalt, zijn wanhoop, als de morrende Israëlieten, ontevreden over het voedsel, terug willen naar Egypte, zijn eros, als hij een tweede mooie Nubische vrouw neemt, zijn ergernis over het voor de zoveelste keer klagende volk, als hij met zijn staf de rots om water slaat.

Maar als hij als onderwijzer, volksleider en profeet aan zijn laatste woorden begint, dan is dat allemaal voorbij. Dan zie ik de oude man, gezeten in de buurt van de Jordaan, die hij niet mag en zal oversteken. Een man, aan het eind gekomen van een lang leven van toppen en dalen, gepokt en gemazeld als leider van een volk en gekneed, gevormd en opgeheven door de Stem, die hem samen met de hem toevertrouwde menigte tegen de klippen op voortdreef naar een de geografische, maar waarschijnlijk vooral geestelijke bestemming. Als wij ons focussen op dat beeld, dan zien we een heel of geheeld persoon, een mens uit een stuk.

Het beeld van Michelangelo en Sigmund Freud

Letterlijk een beeld van Mozes is gehouwen door Michelangelo, bestemd om het graf van een paus te sieren. 2  Eigenlijk een dubbele gotspe in Joodse - zeker in rabbijns-orthodoxe – ogen, waarin afbeelding van mensen in strijd wordt geacht met de tweede uitspraak van de Tien Uitspraken – het beeldverbod - en waarin de paus bepaald niet de meest populaire spirituele leider is. Als we dat even tussen haakjes zetten, kunnen we niet ontkennen, dat het beeld een onmiskenbaar machtige uitstraling heeft. De Joodse psychiater Sigmund Freud was door het beeld gefascineerd en al de keren, dat hij in Rome was ging hij het in de San Pietro in Vinculi kerk bezoeken om de Mozes (en zijn maker Michelangelo) te bestuderen en te doorgronden. Uiteindelijk heeft hij de associaties, die in zijn psychoanalytische blik opkwamen, samengevat in een essay ‘Der Moses des Michelangelo' (1914). Hij was het eens met de vele andere beschouwers, die meenden, dat in de geweldige sculptuur het moment was vastgelegd, dat Mozes de heidense dansen rondom het gouden kalf gewaar werd en op het punt stond de twee tafelen stuk te smijten. Sigmund Freud vond echter na zorgvuldig onderzoek van de details van de houding van de profeet, dat de beeldhouwer juist weergaf hoe Mozes zijn opkomende razernij had bedwongen.
Hij drukte zijn twee tafelen aan zijn zijde om ze voor vallen te behoeden, kortom hij hield juist de primitieve woede-impuls onder de duim. Daarmee verhief de kunstenaar Michelangelo de figuur van Mozes als het ware boven de met grillige emoties worstelende persoonlijkheid, die voor Freud uit de incongruente Bijbelteksten oprijst.
Zo maakte volgens de psychoanalyticus de beeldhouwer het beeld tot een uitdrukking van de ‘hoogste menselijke prestatie, die in een mens mogelijk is, het succesvol bestrijden van innerlijke hartstochten in dienst van de zaak, waaraan hij zich heeft gewijd’. 3

We horen hier - in Michelangelo's Mozes geprojecteerd - iets terug van Freuds opvatting, dat het onvermijdelijk en daarom aan te bevelen is om in de loop van het leven enigszins meester te worden over de (erotische en agressieve) impulsen, die de mens in zijn daagse bewustzijn belagen. In het beeld van Michelangelo betrappen we Mozes op een succes in deze worsteling. Daarmee is een zekere parallel met de Mozaïsche wetten niet te ontkennen. Immers ook de wetten en regels, die de Mozes van Deuteronomium nog eens bij de Israëlieten wil inprenten, hebben mede tot intentie de anarchistische impulsen van zijn volk - mede tot uiting komend in erotische vruchtbaarheidsriten rondom Kenaänitische afgoden - in goede banen te leiden tot een geordende en leefbare samenleving. Zo heeft Mozes - als stem van de Ene - de gestalte gekregen van de grondlegger van een ethisch bestel, onmisbaar om het volk samen te smeden. 4

Het beeld van een terug- en vooruitblik?

Als ik de foto van het beeld van Michelangelo nog eens goed bekijk, ben ik het wel eens met Freud, dat hier niet zozeer een persoonlijke portret is gemaakt als wel een icoon, dat ver boven de alledaagsheid uitstijgt. Toch kan ik mij voorstellen, dat het niet zozeer een icoon is van Mozes op het moment, dat deze het afvallige volk aan de voet van de berg ontwaart, maar veel meer van een Mozes in het begin van zijn laatste Deuteronomische redevoeringen, vlak voordat hij zijn eerste woorden gaat spreken, gezeten op een steen, zijn twee stenen platen vlak bij de hand. De reis is volbracht. De blik schouwt in de peilloze verte van de toekomst, waarin hij nu al weet heeft van de glorieuze hoogtepunten en de verpletterende tragedies die het volk van Israël nog zullen overkomen.
Maar dan neemt hij toch het woord, want hij kan niet anders; 'De Eeuwige, onze God, heeft bij de Chorev tegen ons gezegd' (Deuteronomium/Devariem 1:6) en dan begint hij met een terugblik op de afgelopen veertig jaar

noten

1. Verschillende andere commentaren op de parasja Devariem zijn te vinden in mijn boek REIZEN DOOR DE TORA , deel 2 Leviticus, Numeri en Deuteronomium, en op mijn website 

2.  Michelangelo's Mozes is een marmeren beeldhouwwerk dat tussen 1513 en 1516 door Michelangelo Buonarroti is gemaakt. Het is een voorstelling van de Bijbelse persoon Mozes in de basiliek San Pietro in Vincoli in Rome, bestemd voor het graf van paus Julius de tweede. De hoorntjes op Mozes' hoofd zijn het gevolg van een verkeerde vertaling van keren or keren kan zowel ‘hoorn' als ’straal’ betekenen: maar in Exodus 34:29 betekent het woord ‘straal' van licht (or)


3.  Sigmund Freud, Der Moses des Michelangelo, 1914, vertaald door James Strachey als The Moses of Michelangelo, The Hogarth Press, Men vermoedt, dat in dit essay de met veel moeite bedwongen woede van Freud om de ‘desertie' van zijn volgeling Carl Gustav Jung doorspeelt.

4.  Michelangelo heeft zijn Mozes afgebeeld als een machtig gespierd mannelijk lichaam. Het valt mij op hoe hij de patriarchale autoriteit benadrukt en zo een reflectie geeft van hoe in de Tora - waar overigens de eenheid en ongeslachtelijkheid van de Eeuwige principieel wordt vooropgesteld - toch sterke associaties met het mannelijke principe, de koning voorop, worden gewekt.

Herzien 2022

Archives

©2022 Stichting PaRDeS | Privacy | Disclaimer
envelopephoneclockmagnifiercrossmenuarrow-right