Parasja Emor

commentaar BIJ Wajikra
- Emor
10 Iyar 5782

Wat is Lag BaOmer?

door 
Rob Cassuto

In de parasja Emor vinden we verdere voorschriften en bepalingen over de priesters en de offergaven. Dan worden de hoogtijdagen voorgeschreven en omschreven, de sjabbat, Pesach, Sjawoeot, Rosh Hashana, Jom Kipoer en Soekot. Tenslotte volgen bepalingen over de twaalf toonbroden en wordt naar aanleiding van een geval van godslaster nog eens teruggekomen op het ‘oog voor oog, tand voor tand etc.', de lex talionis. Wij focussen op de dag van Lag BaOmer, die in deze week valt op 18/19 mei.
Wat is Lag BaOmer?


Lag baOmer en Sjimon bar Jochai

In de periode tussen Pesach en Sjavoeot tellen we 49 dagen lang Omer vanaf de tweede dag van Pesach tot de vijftigste dag: het Wekenfeest, Hebreeuws: Sjawoeot.
Woensdag 18 mei, de 33ste dag van de Omer-telling, is het Lag BaOmer.
Waar komt deze speciale dag vandaan? Op die datum, 18 Ijar, vond een positieve wending plaats in de Bar Kochwa opstand tegen de Romeinen (maar niet voor lange duur). Tevens is die datum de sterfdag van een van de grootste oude wijzen uit die eerste eeuwen van de gewone jaartelling Sjimon bar Jochaj.

Eigenlijk zijn de 49 dagen Omer-telling een periode van lichte rouw, die gedenkt, dat een vreselijke pestepidemie de 24.000 leerlingen van Rabbi Akiva wegvaagde in de tweede eeuw van de gewone jaartelling. De legende (in de Talmoed) zegt, dat deze epidemie het gevolg was van hun gebrek aan respect voor en de jaloersheid op elkaar.
Rabbijnen vergelijken deze raadselachtige en wrede gebeurtenis met Nadav en Avihoe, de twee zonen van Aharon, die wegens ‘vreemd vuur' (eesj zara) door de bliksem werden getroffen (Lev. 9:23-10:4), waarschijnlijk omdat zij in hun fanatieke toewijding het contact met hun omgeving en hun dienende taak verloren hadden. De leerlingen van Akiva, allen hoogbegaafd en fanatiek, verloren op vergelijkbare manier de grenzen van hun taak uit het oog, gingen vurig op in hun eigen brille en verdroegen de mening van hun collega's niet meer. Sommige oude wijzen hebben begrip voor de passie van de leerlingen, die alle grenzen uit het oog verloren in hun streven naar de opperste nabijheid bij God. Tegelijk destilleren uitleggers de les, dat fervente passie de kunst van de terughoudendheid broodnodig heeft.

Op historisch niveau bezien lijkt me de veronderstelling niet ongerechtvaardigd, dat de dood van deze menigte studenten geplaatst moet worden in de oorlog tegen de Romeinen, die de Joden in 132 waren begonnen onder militaire leiding van Sjimon bar Kochwa en onder spirituele leiding van Rabbi Akiva. Geprest door de onbarmhartige verboden van keizer Hadrianus – o.a. om te besnijden – en zijn plan om een Romeinse tempel te bouwen op de plaats van de in 70 verwoeste tempel. Aanvankelijk boekten de opstandelingen successen. Aangenomen werd, dat het keerpunt in de opstand ten gunste van de Joden plaats vond op de achttiende van de maand Ijar, de dag die nu de rouwperiode even onderbreekt, de dag die we nu Lag baOmer noemen. Later zou men aannemen, dat op die datum het sterven van de Akiva-studenten gestopt zou zijn.
Ruim twee jaar was er weer even een Joods Rijk, van 133 tot 135. Sjimon bar Kochwa werd door velen als Masjieach gezien en hij kreeg de titel ‘nassi', vorst. Maar de Romeinen rukten ten slotte met overmacht op en in de slag bij Betar, in 135, werden de Joden verslagen. Rabbi Akiva werd gekruisigd.
De vele leerlingen van Rabbi Akiva, zouden die zich niet als toegewijde soldaten zich bij het leger van Sjimon bar Kochwa hebben aangesloten en zouden ze niet met passie tegen de Romeinen hebben gestreden? Waarschijnlijk zijn ze dan als strijders op het slagveld gesneuveld of door de Romeinen na de capitulatie geëxecuteerd, net zoals hun leraar. In de Talmoed is dan dit gebeuren, zou men kunnen zeggen, getransformeerd tot een verhaal in religieuze en morele sfeer.

In ieder geval is één leerling van Rabbi Akiva aan de dood ontsnapt door zich voor de Romeinen verborgen te houden. Rabbi Sjimon bar Jochaj was een van de belangrijkste leerlingen van wijze Rabbi Akiva, die een van de grondleggers was van de Misjna. Sjimon bar Jochai bleef ook na de opstand onverzoenlijk en was wars van ieder compromis met de weer toenadering zoekende Romeinse autoriteiten. Bang voor verraad vluchtte hij met zijn zoon Elazar en zocht toevlucht in een grot, 13 jaar lang.  
De legende verhaalt dat zij dronken uit een riviertje dat plotseling vlakbij ontsprong, aten van een carobeboom die vlakbij ontsproot en dat zij in de grot alleen kleding droegen bij het bidden en zich tussendoor met zand bedekten om hun kleding te sparen. Dertien jaren verdiepten zij zich in de geheimen van de Tora. Hier werden de kiemen gelegd voor de esoterische wijsheid van de ‘Zohar', die later in de dertiende eeuw werd opgeschreven door R. Moses de Léon. Na twaalf jaar stierf keizer Hadrianus en werd er een amnestie afgekondigd. Rabbi Sjimon en zijn zoon verlieten de grot. De eerste man die zij zagen was een boer die zijn koren maaide. Rabbi Sjimon kon na twaalf jaren diepgaande verzinking in de Tora niet begrijpen dat iemand zich met dergelijke wereldse zaken bezig hield. Zijn borende ogen verzengden de eenvoudige boer die in een hoop as en beenderen veranderde. De vertoornde stem van de Eeuwige, hij zij geprezen, riep: “Wil jij mijn wereld vernietigen? Ga terug naar je grot!”.   Weer een jaar van intense verdieping volgde. Nu konden zij zich wel verzoenen met de wereldse gang van zaken en het alledaagse gedoe van hun medemensen.
Met grote blijdschap werden Rabbi Sjimon en zijn zoon toen verwelkomd. Vele wonderen zijn aan hem toegeschreven en vele anekdotes over wijze uitspraken zijn overgeleverd. Verhaald wordt dat hij zo intensief Tora studeerde dat hij het bidden mocht overslaan.  
Op 18 Ijar stierf Sjimon bar Jochaj, op de 33 ste dag van de Omer telling, dus Lag baOmer gedenkt ook vooral dat; de Hebreeuwse letters l en g vormen samen het getal 33. Omdat de Joodse wijze bepaald had, dat die gedenkdag een feestdag moest zijn, is er op die dag een onderbreking van de rouwperiode met allerlei vieringen. Gedurende de laatste eeuwen is de gewoonte ontstaan om de sterfdag van Rabbi Sjimon te gedenken door zijn graf te bezoeken. Vele duizenden met name chassidische joden bezoeken op deze dag zijn tombe op Mount Meron in het noorden van Israël, bij Tsfat. Grote vreugdevuren worden ontstoken, en driejarige jongetjes worden voor het eerst van hun leven geknipt, de zg ‘opsheren' ceremonie. In de Omer periode worden geen huwelijken gesloten behalve op deze dag.  
In de kabbala wordt aan deze dag een grote lichtkracht toegeschreven.

Archives

©2022 Stichting PaRDeS | Privacy | Disclaimer
envelopephoneclockmagnifiercrossmenuarrow-right