Parasja Pekoedee

commentaar BIJ Sjemot
- Pekoedei
30 Adar I 5782

Accountancy

door 
Rob Cassuto

Sjemot 38:21 - 40:38

In de parasja Pekoedee (= ‘Afrekening’) 1 wordt een afrekening gegeven, een minutieuze verantwoording over de besteding van alles wat er voor de tabernakel door het volk was gegeven; opgesomd wordt hoeveel geld, zilver en goud en andere materialen er werd opgebracht en hoe dit is verwerkt in de tabernakel en de priesterkleding. De kleurige en complexe priesterkleding van Aharon en de priesters wordt gemaakt ‘geheel volgens de eerder gegeven instructies’. Dan volgt het slotakkoord: als een fiat vanuit het transcendente daalt op de voltooide tabernakel de wolk neer, die als gids zal dienen bij de verdere woestijntocht.

Het belang van accountancy

Je zou je kunnen afvragen, waarom zo’n verantwoording nodig was en waarom die gedetailleerd wordt beschreven en voor alle tijden vastgelegd. Mosjee was immers een rechtschapen man, evenals de ontwerpers en uitvoerders Betsalel en Aholiav. In de verheven sfeer waarin de materialen werden ingezameld en werden aangewend voor de misjkan kan je je toch niet voorstellen dat goud, zilver of ander materiaal werd verduisterd of geheeld. Toen koning Joas (Jehoasj) de ingezamelde gelden voor de renovatie van de tempel gaf aan de bouwleiders van de herstelwerkzaamheden, hoefden die geen verantwoording af te leggen ‘die mannen hoefden niet te vertellen wat er precies met het geld gedaan was. Want ze waren eerlijk en betrouwbaar’ (2 Koningen 12:16). In deze parasja is dat niet het goede uitgangspunt.
Mosjee wilde blijkbaar ook de schijn vermijden dat er bij hem of Aharon iets van wat het volk aan hem ter besteding had gegeven, voor eigen belang zou zijn gebruikt. Het verslag accentueert hoe belangrijk het is dat het volk en ook latere generaties er rotsvast van overtuigd konden zijn, dat de ingebrachte gaven van de gemeenschap ook werkelijk terecht waren gekomen op de plek waarvoor ze waren bestemd. Daarom moest er worden gecontroleerd en moest daarvan vervolgens ook een exact verslag van worden gedaan. Itamar, de zoon van de priester Aharon (38:21) was daarmee belast, hij was de financiële man van de bouwleiding, als het ware de eerste accountant.
Hij heeft goed werk gedaan, het volk kon gerust zijn, hier was geen sprake van corruptie, hier bleef niets aan de strijkstok hangen. Mensen willen erop kunnen vertrouwen dat hun belastinggelden of donaties aan het publieke domein of een goed doel op de bestemde plaats terecht komen. Daarom zijn er accountants en rekenkamers. Dat vertrouwen is essentieel en we zien van tijd tot tijd hoe hoog de emoties oplopen als dat vertrouwen wordt beschaamd.

Slotakkoord

Dan is alles klaar en ‘Mosjee overzag het gehele werk; ja, zij hadden het tot stand gebracht! Zoals de Eeuwige het Mosjee bevolen had, zo hadden ze het gedaan. Toen zegende Mosjee hen’ (Sjemot 39:43). Rasji ad locum verschaft ons de woorden die de oude leider daarbij zou hebben gesproken, namelijk die uit psalm 90:17 (HSV): ‘De lieflijkheid van de Eeuwige, onze God, zij over ons; bevestig het werk van onze handen over ons, ja, het werk van onze handen, bevestig dat’. Ten slotte wordt het proces van ‘inwerkingstelling’ van al deze uitgebreide inspanningen beschreven. Alles wordt in elkaar gezet en geplaatst. Aharon trekt zijn kleren aan en dan daalt de wolk van de Eeuwige op de tabernakel en vult hem. Een uitgekiende en waardige afsluiting van het boek Sjemot en tegelijk de belofte van een nieuw begin, namelijk van de op handen zijnde voortzetting - na twee jaar oponthoud bij de heilige berg - van de reis naar het beloofde land. Maar dat zal verder worden beschreven in het boek Bamidbar.

Noot

1. Verschillende andere commentaren op de parasjot Wajakhel en Pekoedee zijn te vinden in mijn boek  REIZEN DOOR DE TORA  , deel 1 Genesis en Exodus, en op mijn  website 

RC 2022

Archives

©2022 Stichting PaRDeS | Privacy | Disclaimer
envelopephoneclockmagnifiercrossmenuarrow-right