Sjemini

commentaar BIJ Wajikra
- Sjemini
26 Nisan 5781

In Pardes

door 
Rob Cassuto

De parasja Sjemini 1 beschrijft onder meer de achtste dag (jom ha-sjemini) van de grootse inwijding van de tabernakel. Voor het eerst worden door Aharon als hogepriester de voorgeschreven offers gebracht. Aharon en Mosjee zegenen het volk. De Eeuwige staat het volk toe om Zijn majesteit (kawod) waar te nemen in de vorm van een uit de tabernakel komend vlammend vuur, dat het offer op het altaar verteerde, een spektakel, dat het volk de adem benam van ontzag en op de knieën bracht. Maar dan slaat schrik en ontsteltenis toe. Nadav en Avihoe, de twee oudste zonen van Aharon, brengen impulsief en in extase een reukoffer met ‘vreemd vuur' (eesj zara), dat de Eeuwige niet gevraagd had. Weer gaat er een vuur van de Eeuwige uit, maar nu een vurige vlam, die de twee overenthousiaste zonen verteert. Over wat Nadav en Avihoe nu precies hadden gedaan om deze vuurdood over zich af te roepen is veel rabbijnse speculatie gedaan. 2


Waar ik nu het accent op wil leggen is het gegeven, dat zij buiten de voorgeschreven paden zijn gegaan. In hun vurige geestdrift zijn ze voorbijgegaan aan de exacte inwijdingsregels die beoogden de mensen te beschermen tegen de mysterieuze energieën die bij de inwijding van de tabernakel zouden kunnen worden opgeroepen. Alsof het wonder van de vlam die uit de tabernakel was gekomen en het offer had verteerd niet al ontzagwekkend genoeg was wilden ze nog dichter bij het goddelijk mysterie komen.  Met hun extatische toewijding stortten zij zich op ‘unchartered territory’, onbekend, gevaarlijk terrein en bekochten dat met hun leven. Hun dood mag geen straf heten want zoals Mosjee naderhand aan hun vader Aharon verklaart: Door degenen die in mijn (Gods) nabijheid verkeren, toon ik mijn heiligheid”. Misschien mag je hen wel de eerste Joodse mystici noemen, die zich overmoedig en nog veel te onervaren op het esoterisch pad haastten.

De vier die Pardes betraden

Dit fatale gebeuren deed mij denken aan het in kringen van de Joodse mystiek bekende verhaal van de vier geleerden die de ‘Pardes’ betraden, de boomgaard, een metafoor voor het gebied van de hoogste of diepste esoterische kennis.3
Het is te vinden in de Talmoed en wat uitgebreider in de Tosefta, een verzameling toevoegingen aan de Talmoed. 4
Ben Azzai, Ben Zoma, Elisja ben Aboeja (bijenaamd ‘Acher’, de ander) en rabbi Akiva zijn de vier mannen die deze gewaagde onderneming waar geen regels voor bestaan aangaan. In de Tosefta wordt dit verhaal voorafgegaan door waarschuwingen, die studie van de geheime kennis slechts toestaat onder toezicht van een ingewijde wijze meester..5

De drie die keken

Drie van de vier mannen die de Pardes betreden zijn kennelijk aan deze stap in de mystiek niet toe. Er staat: ‘Een van hen keek (hetstiets) en stierf. Een van hen keek en werd gewond. Een van hen keek en kapte de bomen om’.
Ben Azzai is degene die sterft; bij hem wordt aangetekend: ‘Kostbaar is in de ogen van de Eeuwige de dood van Zijn gunstelingen’ (psalm 116:15), hetgeen doet denken aan de bovengenoemde uitspraak van Mosjee over de zonen van Aharon. Ben Zoma is degene die gewond wordt, wat wordt geduid als: krankzinnig geworden; bij hem wordt toegevoegd Spreuken 25:16: Als je honing hebt gevonden, eet dan niet meer dan goed voor je is. Elisja ben Aboeja, ofwel Acher, de ‘ander’ (met de bijbetekenis ‘ketter’), hakt de bomen om, wat volgens de communis opinio wil zeggen: hij is van zijn geloof gevallen; aan hem wordt worden de woorden uit Prediker 5:5 verbonden: sta je mond geen loze, zondige geloften toe.

Rabbi Akiva

En rabbi Akiva? Van hem wordt kort en goed gezegd: hij klom op in vrede en daalde af in vrede. Wat opvalt is dat niet gezegd wordt - zoals van de andere drie - dat ‘hij keek’. Kennelijk bleven de drie andere mannen gevangen in een kijken in de boomgaard, gebiologeerd door de overweldigende schittering van de vormenpracht en de donkere diepten van demonische verleidingen die ze in de boomgaard zagen. Ze werden alle drie bezeten door een spirituele onverzadigbaarheid en dat werd hun ondergang, net zoals bij Nadav en Avihoe. Maar Rabbi Akiva had zich een stevige basis gecreëerd; goed voorbereid en geïnstrueerd liet hij zich, onverstoorbaar en kalm, niet afleiden en ging rechtstreeks door hel en paradijs op zijn verheven doel af, de onuitsprekelijke nabijheid van de Altijdzijnde en keerde veilig en ik mag aannemen getransformeerd terug.5 Daarmee stelde hij een voorbeeld voor wiehet pad van de mysticus wil betreden.6

Noten

1. Verschillende andere commentaren op de parasja Sjemini zijn te vinden in mijn boek REIZEN DOOR DE TORA , deel 2 Leviticus, Numeri en Deuteronomium, en op mijn website 

2. Zie op mijn website http://www.robcassuto.com/parasjotex.htm#shemi

3. Pardes, boomgaard, uit Oud-Perzisch/Avestisch ‘pairidaeza’, omheinde tuin.
In modern Hebreeuws vooral Citrus boomgaard. Het is ook een acroniem voor bijbel uitleg: psjat - letterlijke uitleg, remesj - allegorische uitleg, drasj – homiletische uitleg (de ‘preek’), sod – de mystieke (geheime) betekenis

4. Talmoed Chagiga 14b en Tosefta Chagiga 2; vooral de laatste tekst heb ik in de vertaling op sefaria.org gebruikt

5. Er wordt een anekdote verteld over de beroemde rabbi Jochanan ben Zakkaj (1e eeuw) en zijn student Eleazar ben Arach die onder kritisch toezicht van de meester een voorbeeldig betoog houdt over de zogenoemde Troonwagen (merkava), de mystiek die zijn begin vindt in het visioen in de profeet Ezechiel, zoals beschreven in hoofdstuk 1 van zijn gelijknamig boek; de twee mystieke richtingen die worden genoemd zijn de maäsee merkava, de meditatieve rituelen rond  troonwagen, en de maäsee beresjiet, meditatieve rituelen rond de creatie van het universum

5. Deels heeft mij geïnspireerd het essay van Alon Goshen Gottstein, Four Entered Paradise Revisited, The Harvard Theological Review, Vol. 88, No. 1 (Jan., 1995), pp. 69-133,
te vinden op Jstor


6. Ook de apostel Paulus moet een mysticus zijn geweest gezien zijn ontboezeming in 2 Korintiërs 12: 2: ‘Ik ken een volgeling van Christus die veertien jaar geleden tot in de derde hemel werd weggevoerd – in zijn lichaam of buiten zijn lichaam, dat weet ik niet, dat weet God alleen. Maar ik weet dat deze man – in zijn lichaam of zonder zijn lichaam, dat weet ik niet, dat weet God alleen – werd weggevoerd tot in het paradijs en dat hij daar woorden hoorde die door geen mens mogen worden uitgesproken.’ 

©2021 Stichting PaRDeS | Privacy | Disclaimer
envelopephoneclockmagnifiercrossmenuarrow-right