Parasja Tazria

commentaar BIJ Wajikra
- Tazria
29 Adar II 5782

Leven "buiten het kamp" - angst en isolement

door 
Rabbijn Richard F. Address

Wie lijdt aan een onreine huidziekte moet zijn kleren scheuren, zijn haar los laten hangen, baard en snor bedekken en “Onrein, onrein!” roepen. Zo iemand blijft onrein zolang de aandoening duurt. Als onreine moet hij apart wonen en buiten het kamp verblijven. (Wajikra/Leviticus 13:45-46)

De sidra van deze week, Tazria, vormde een uitdaging voor generaties van commentatoren, net als voor een grote hoeveelheid b'nee mitswa studenten. De discussie over zuivering na een bevalling en de daaropvolgende gedetailleerde beschrijvingen van tzara'at - verontreiniging van de huid, kleding en woning - biedt interessante mogelijkheden om het oude in het hedendaagse te introduceren. Er loopt een motief van uitsluiting door de hele sidra. Een centrale pasoek zegt: "Zo iemand blijft onrein zolang de aandoening duurt. Als onreine moet hij apart wonen en buiten het kamp verblijven." (Wajikra 13:46)

Wat betekent dat voor iemand om "buiten het kamp [te] verblijven" wanneer ziekte toeslaat? Ziekte kan ons als individuen en als gemeenschap uiteraard krachtige momenten van persoonlijke en spirituele groei bieden. Maar ziekte kan ook een barrière vormen voor communicatie en genezing, met tragische gevolgen. We hebben het allemaal wel eens meegemaakt: het omgaan met vrienden en familie van mensen die ziek waren en als gevolg daarvan "buiten het kamp" werden geplaatst.

Paula was een mooie jonge vrouw in de bloei van haar leven. Ze was net verhuisd naar een nieuw huis met haar twee jonge kinderen en toegewijde echtgenoot, en was betrokken bij de gemeenschap en het leven in de synagoge - totdat ze de diagnose kanker kreeg. In de loop van een jaar behandeling verslechterde haar toestand. Uiteindelijk koos ze ervoor om de behandelingen te beëindigen en haar laatste maanden door te brengen in het huis waar ze van hield, bijgestaan door zorg vanuit een hospice. Voorafgaand aan haar ziekte was ze omringd door een hechte vriendengroep. Daarna was ze alleen, alsof er een muur om haar heen was opgetrokken. Op de een of andere onuitgesproken maar zeer reële manier was ze buiten de normale stroom van het leven geplaatst op het moment dat haar behoefte daaraan op zijn grootst was.

Dit scenario is volgens mij niet toevallig. Ondanks onze beste pogingen gaan velen van ons gebrekkig om met leden van de kehilla die door hun ziekte geïsoleerd zijn geraakt van hun vrienden en familie. Hoe vaak hebben we het niet gehad over onze verplichting om aan het bed aanwezig te zijn of over de noodzaak om een helende aanraking te bieden in tijden van ziekte? Hoe vaak hebben we mensen gezien die een ernstige ziekte doorgemaakt hadden, en nog steeds verstoken waren van normaal contact en communicatie, zelfs nadat genezing had plaatsgevonden? De ziekte van een ander is een stigma dat ons infecteert en ons er soms van weerhoudt contact te zoeken. Het langdurige effect van dit stigma wordt weerspiegeld in een verklaring over Leviticus 13:46 in JPS: Torah Commentary: Leviticus, commentaar door Baruch A. Levine, Philadelphia: JPS, 1991, pp. 82-83. Over het vers "Hij zal onrein zijn zolang de ziekte op hem is", zegt de commentator: "Het resultaat van deze bepaling is dat een persoon die lijdt aan een acute tzara'at permanent kan worden verbannen; in II Koningen 15:5 bleef een koning van Juda, die getroffen werd door acute tzara'at, zijn hele leven in een plaats die beet hachoshit wordt genoemd, 'huis van quarantaine' ".

Angst draagt vaak bij aan het uitsluiten door een samenleving van normaal menselijk contact met zieken. Denk bijvoorbeeld aan hoe de gemeenschap omgaat met mensen met psychische problemen. Het stigma van psychische aandoeningen bestaat in veel gezinnen en samenlevingen, en toch blijft het een van de laatste taboes, waardoor mensen die met deze ziekte worstelen vaak "buiten het kamp" worden geplaatst.

Er zijn natuurlijk discussies over geestesziekten in Joodse heilige teksten. Een studiegids voor kehillot over het vergroten van het bewustzijn over, en het verminderen van het stigma met betrekking tot geestelijke gezondheidsproblemen, getiteld Caring for the Soul: R'fuat HaNefesh (New York: UAHC Press, april 2003), bespreekt veel van deze tekstuele bronnen. Talmoed Chagigah 3b bijvoorbeeld, definieert de term sjotee als iemand die lijdt aan een psychische aandoening en bespreekt of een sjotee geschikt is om getuige te zijn bij een beet din.

Traditionele teksten hebben ook termen ontwikkeld die betrekking hebben op hedendaagse omstandigheden. Marah sj'chorah verwijst naar een donkere of zwarte gal waarvan we denken dat het melancholie of depressie betekent. Tefuf da'at beschrijft een persoon die letterlijk wordt verscheurd of verwijderd van realiteitszin. Een verdere zorg is dat een persoon die te maken heeft met geestelijke gezondheidsproblemen sakanat n'fasjot kan zijn, levensbedreigend, zowel voor hemzelf als voor iemand anders (zie Moshe Spero, The Handbook of Psychotherapy and Jewish Ethics, Nanuet, NY: Feldheim pers, 1986).

Er is nóg een groep mensen die "buiten het kamp" wordt geplaatst. Bezoek maar eens een verzorgingstehuis en  je zult maar al te vaak mensen zien die buiten het leven zijn "achtergelaten". De kwesties van zorg en van het eren en respecteren van onze ouders zijn nog nooit zo urgent geweest. En als gevolg van de toenemende levensduur en mobiliteit, zijn de uitdagingen van onze zorgverlening, vooral voor onze bejaarde ouders, altijd aanwezig.

Een flink aantal van ons heeft ervaring met het omgaan met oudere volwassenen die geïsoleerd leven in een of andere "instelling", schijnbaar wachtend om te sterven. Het trieste van deze realiteit is dat veel te veel van deze mensen verlangen naar menselijk contact - een aanraking, een bezoek, een stem. Ze zijn echter geïsoleerd en dit isolement voedt de neerwaartse spiraal van hun leven.

De sidra van deze week, Tazria, kan worden gezien als een manier om de manieren te onderzoeken waarop sommige mensen in onze samenleving van anderen geïsoleerd zijn geraakt. Het blijft een paradox, dat in een wereld waar zoveel interactie plaatsvindt, zoveel mensen fysiek of psychisch van anderen geïsoleerd blijven.

Archives

©2022 Stichting PaRDeS | Privacy | Disclaimer
envelopephoneclockmagnifiercrossmenuarrow-right