Parasja Wajera 5783

commentaar BIJ Berésjit
- Wajéra
16 Heshvan 5783

Lust en nieuw leven

door 
Rob Cassuto

Beresjiet/Genesis 18 – 23

Vaak treft het mij hoe de verhalen van de Tora beheerst worden door de relatie tussen lust en procreatie. Het gaat vaak over het buiten de oevers treden van die machtige menselijke drang, die toch nodig is om de mensheid te laten voortbestaan. Lust was volgens vele vroege rabbijnen de onvermijdelijke drijfveer, die de Schepper in de mens had geplant om tot het verwekken van nageslacht te komen. Als de lust wordt beheerst en slechts ervaren binnen de binnenhuwelijkse procreatie is het oké. Dit is altijd de mainstream van het Jodendom geweest, overigens meestentijds geflankeerd door stromingen waar het paradoxale begrip jetser ha-ra - neiging ten kwade waarmee vaak de seksuele aantrekkingskracht werd bedoeld - demonische trekken kreeg.

Lust bij Sara en Abraham

Met name in de parasja Wajera speelt het aspect van lust en procreatie een grote rol. Het begint al met de aankondiging door de drie mannen/engelen aan Sara van de geboorte van een zo lang al begeerde zoon. Sara vraagt zich af: ‘zal ik nog edna hebben nu ik oud ben geworden en mijn heer is oud'. Edna wordt vertaald met ‘liefde' (NBV), ‘liefdesgenot' (HSV) en ‘wellust' (SV1977). Dasberg vertaling: ‘bevrediging'. Het lijkt mij verantwoord om als gemiddelde betekenis ‘lust' te nemen. De lust was Sara vergaan. Na de toezegging dat zij zal baren is aan haar blijkbaar weer meer lust toegedeeld, evenals ook aan Avraham kennelijk meer potentie is geschonken. Het valt op dat Sara, hoewel dus al op leeftijd, in een latere fase in dit verhaal niettemin de begeerte van Avimelech, de koning van Gerar, heeft opgewekt en dat Avraham na Jisjmael en Jitschak bij zijn latere vrouw Ketoera nog zes zonen heeft verwekt.

Lust en Lot

In Sedom heeft het onbegrensde uitleven van een overmaat aan lust voorrang gekregen boven de waarden van gastvrijheid, menselijkheid en de integriteit van het lichaam. Dat beleeft zijn toppunt als de mannen van Sedom - ‘van jong tot oud, het huis, heel het volk, niemand uitgezonderd' - aan Lot de uitlevering van zijn twee goddelijke boodschappers/bezoekers eisen om hen seksueel te gebruiken (we-neda otam ). Lot gaat zo ver, dat hij liever zijn maagdelijke dochters aanbiedt dan de waarde van gastvrijheid te schenden.
Waar de lust is losgeslagen en ontgrensd en alleen zichzelf dient, staat de weg naar het kwade open. Hier zijn de mannen van Sedom het iconische voorbeeld van. Het kenmerk van deze losgeslagen dominantie van de lust is dat superieure waarden van gastvrijheid, waardigheid en integriteit met voeten worden getreden. Het tegendeel is de bijbelse ‘vrees voor God' - jirat Elohiem - , waar deze waarden juist boven alles komen. Een paar passages verder, als Avraham in de stad Gerar verblijft, is hij bang dat hij die vrees voor God daar niet zal aantreffen en dat Sara zal worden verkracht.

De dochters van Lot

De twee bezoekers/engelen redden Lot, zijn vrouw en zijn twee dochters (niet zijn twee ongelovige schoonzonen) uit de penarie en brengen hen buiten de stad voordat de vernietiging de stad zal treffen. Als Lot uiteindelijk met zijn twee dochters zijn toevlucht heeft gevonden in een grot (zijn vrouw heeft tegen het gebod in toch omgekeken en is geworden tot de befaamde zoutpilaar) dringt zich een prangende vraag op: hoe moet de familie zich nu voortzetten als er geen mannen meer zijn om daarvoor te zorgen? Er is alleen nog een vader. De twee dochters van Lot zien maar één oplossing: incest. Dat is nogal wat. Het is immers een van de grootste taboes, ook buiten de kring van de Abrahamitische ethiek. Lot zelf zou hier in bewuste staat nooit in toestemmen.
De oudste dochter neemt het voortouw: Ze voert haar vader dronken. Zo kan zijn bewustzijn worden gedempt en kan zijn lust worden ontremd om zijn procreatieve werk te doen. Dan heeft ze gemeenschap met hem. De volgende nacht volgt de jongste dochter haar na. Ze worden inderdaad beiden zwanger en baren ieder een zoon. De oudste dochter noemt haar zoon Moav - ‘van een vader' - en de jongste dochter noemt haar zoon Ben Ammi - ‘zoon van mijn volk' - .
Moav wordt de voorvader van het volk van de Moabieten en Ben Ammi van het volk van de Ammonieten; beide volken zullen nog een grote rol spelen in de geschiedenis van de Israëlieten.

Sommige vroege rabbijnen uit de eerste eeuwen van de gewone jaartelling hebben moeite om een oordeel te vellen over de moraliteit van dit gebeuren in zo'n extreme omstandigheid. De dochters dachten, dat de wereld was vergaan door vuur, zoals eerder water de wereld had overstroomd. Geen mannen waren er meer beschikbaar. De vraag waar de oude schriftgeleerden mee worstelden was zoiets als: wat was nu het belangrijkste motief om dit ontzaglijke incest taboe te doorbreken: pure lust of overleving van de familie, respectievelijk de mensheid 2 .
Tot op zekere hoogte kunnen we ons verplaatsen in de situatie van de dochters. Stel dat – God verhoede – een geweldige catastrofe de mensheid van nu zou uitroeien op één vader en dochter na. Stel dat jij de dochter zou zijn, wat zou je doen? Zou je wanhopig zijn en zelfmoord plegen of zou je uiteindelijk besluiten nieuw leven te scheppen? Het is de premisse van een roman of film, die vermoedelijk vast wel al gemaakt is 3 .
De 16e -eeuwse geleerde Sforno 4  kiest ervoor om de dochters een nobele intentie (kavana) toe te dichten en hij wijst op het positieve gevolg van hun daad, twee volken zijn uit hen voortgekomen, de Moabieten en de Ammonieten, die beiden een mooi stuk land bezijden de rivier de Jordaan beërfden, dat later de Israëlieten bij de verovering van Kenaän met rust moesten laten.
Wat minder is dat later, toen de Israëlieten tegen het einde van hun veertigjarige zwerftocht onder Mosjee bij de Jordaan waren aangeland, de jonge vrouwen van Moav de Israëlitische mannen hebben verleid tot ongeoorloofde seksuele handelingen met rampzalige gevolgen (Bamidbar/Numeri 25). Maar daar staat weer tegenover dat weer veel later een andere Moabitische juist een heel positief effect heeft gehad in de geschiedenis van het oude Israël; ze verleidde met haar charme de rijke Israëlitische grootgrondbezitter Boaz op de dorsvloer en werd via haar zoon met Boaz de overgrootmoeder van koning David. Die vrouw heette Roet (Ruth) en over haar is een heel bijbelboek geschreven.
Sforno meldt bij zijn aantekening bij het verhaal van Lot en zijn dochters een citaat uit Misjlee (Spreuken): ‘Ken God in al je wegen, dan zal Hij je paden rechtmaken' en voegt daaraan toe: ‘zelfs als het een zonde betreft'. Blijkbaar kan ook het begaan van een zonde vallen onder het gaan van Gods wegen. Voor mij betekent dit niet dat het doel alle middelen heiligt. Wel, dat er noodsituaties denkbaar zijn waarin een inbreuk op geheiligde regels gerechtvaardigd of zelfs vereist is. De voortgang van de geschiedenis kan blijkbaar niet zonder 5 .

Noten

1. Meer commentaren op parasjat Wajera in mijn boek REIZEN DOOR DE TORA, deel 1.

2. Zie Beresjiet Rabba 51:8 ev

3. Ik moet denken aan de roman van Bernard Malamud, ‘God's grace'.

4  Ovadja Sforno (plm, 1470-1550) ad Beresjiet/Genesis 20:37 op Sefaria.org

5. ‘misstappen werken heimelijk positief uit op het lot van het oude Israël; God, zo lijkt het, werkt aan beide zijden van de legaliteit' , David Biale: Eros and the Jews from Biblical Israel to contemporary America 1992, p 20

Herzien november 2022

©2022 Stichting PaRDeS | Privacy | Disclaimer
envelopephoneclockmagnifiercrossmenuarrow-right