Parasja Wajesjev

commentaar BIJ Berésjit
- Wajésjèw
20 Kislev 5782

Boze broers

door 
Rob Cassuto

Beresjiet 37:1-40:23

In deze 1 en de volgende parasjot Mikets, Wajigasj en Wajechi volgen we Jaäkov en zijn zonen tot hun aankomst en vestiging in Egypte. Centraal staat de figuur van Joseef. De geschiedenis speelt zich om hém af, vanaf zijn jongelingschap, als hij – lieveling van zijn vader – door jaloerse broeders als slaaf wordt verkocht tot zijn opklimmen tot Egyptische onderkoning, die zijn door hongersnood geteisterde vader en broers in het rijke Egypte een woonplaats biedt, waarna na zijn dood het voorspel tot de Exodus een aanvang neemt.

Een arrogant mannetje

We focussen op het begin van de parasja en zien daar een iconisch fenomeen zich afspelen: (Beresjiet 37:3-4 HSV) ‘Israël (dat is dus Jaäkov) had Jozef meer lief dan al zijn andere zonen, want hij was voor hem een zoon van zijn ouderdom. Ook liet hij een veelkleurig gewaad voor hem maken. Toen zijn broers zagen dat hun vader hem meer liefhad dan al zijn broers, haatten zij hem en konden niet vriendelijk tot hem spreken'.
De jaloerse broers die de hele dag in hun eenvoudige plunje het zware werk doen, voelen zich ongeliefd als ze hun jongste broer zien rondlopen met zijn veelkleurige mantel, het bewijs van opperste vaderliefde, de knaap die hen ook nog eens als een soort werkmeester controleert en allerlei praatjes over hen aan hun vader overbrengt over wat ze allemaal niet goed zouden doen. (37:2) Als toppunt vertelt dat arrogante mannetje ook nog eens over dromen die hij heeft over hoe hij de baas wordt van de hele familie, broers incluis. (37:5 ev.)

Niet in vrede spreken

Het is een verhaal over jaloersheid en haat. Het is eigenlijk heel invoelbaar, dat de broers deze haat koesteren. Het is nooit goed als de vader één van zijn zonen voortrekt door bijvoorbeeld hem zo'n mooie mantel te geven, daar begint het proces van opklimmend ongenoegen mee. 2
Lange tijd gedogen de broers de situatie, maar ‘ze konden niet met hem spreken in vrede', staat er letterlijk, lo jochloe dabro le-sjalom. Rasji annoteert 3 zoiets als: het is niet goed, dat ze dat deden, maar je moet toegeven, dat ze met hun mond niet iets anders zeiden dan ze in hun hart voelden. Ze hebben van hun hart geen moordkuil gemaakt. Ze potten hun gevoelens niet op, maar gaven er lucht aan.
Wat deden ze dan wel? Hebben de broers Joseef met reden terechtgewezen, geconfronteerd met zijn arrogantie? 4  Of hebben ze hem gewoon bespot, belachelijk gemaakt, gepest, uitgemaakt voor alles wat lelijk was, uitgescholden. Misschien moeten we denken aan al die moderne boze burgers – vergeef me de generalisatie –, die de 'elite' met scheve ogen aankijken, die bevoorrechte klasse met zijn mooie huizen, baantjes en auto's en die met veel mooie woorden zegt het beste voor te hebben met de gewone mensen. Tegenwoordig pot ook de meute z’n ongenoegen niet op en storten boze burgers hun ressentiment uit op de moderne digitale media, net als Joseefs broers kunnen ‘ze niet spreken in vrede'. Zeker in deze lastige coronatijd neemt dit grenzeloze vormen aan en worden vaak wel begrijpelijke protesten gekaapt door gefrustreerde jongeren die fysiek geweld opzoeken.
Hoe het ook zij, met beide partijen kon het op den duur niet goed gaan.
Joseef heeft, nog jong als hij was en naïef, de boosheid en de haat van zijn broers genegeerd of misschien niet eens goed tot zich laten doordringen.
De broers konden geen goede oplossing voor hun haatgevoelens vinden. Toen de jongeman hen in het afgelegen grasland kwam opzoeken, met weer die prachtige kaftan aan, om hen weer eens te inspecteren, ontlaadt de haat zich en besluiten ze hem te doden. Uiteindelijk doden ze hem niet en – een idee van Jehoeda – verkopen ze hem als slaaf aan een passerende handelskaravaan op weg naar Egypte.

Boze burgers

Wat zou er zijn gebeurd als Joseef gevoeliger was geweest voor de boosheid van zijn broers? Wat zou er gebeurd zijn, als de broers meer begrip hadden gehad voor de jeugdige overmoed van de puber Joseef en meer compassie voor Jaäkov en zijn speciale gevoelens voor de zoon van zijn zozeer gemiste overleden Rachel? We zullen het niet weten, net zomin als wij in de toekomst kunnen kijken van onze wereld, die nu zo in de greep raakt van het opgestapelde ressentiment van groepen boze en ontevreden burgers.

Wat we wel uit de komende parasjot in de Tora weten is, dat ongeweten de broers toen met de verkoop van Joseef als slaaf naar Egypte hun redding uit de ooit komende hongersnood vooruit hebben gezonden. Maar de prijs was hoog. En dat de geschiedenis niet lineair en volgens ethische paden verloopt, maken deze verhalen maar al te zeer duidelijk.

noten

1. Meer commentaren op Wajisjlach in mijn boek REIZEN DOOR DE TORA, deel 1.

2. Beresjiet Rabba 84:9: Resh Lakish, in de naam van R Elazar ben Azaria zei : je moet een van je zonen niet anders behandelen, want om de ketonet passim (het kleurig gewaad) dat Jaäkov voor Joseef maakte haatten ze hem.

3. Rasji ad loc

4.  Dat is op te maken uit het commentaar op deze pagina van de Shelah (plm 1600) Shney Luchot HaBrit, Kedoshim, Torah Ohr 63.

©2021 Stichting PaRDeS | Privacy | Disclaimer
envelopephoneclockmagnifiercrossmenuarrow-right