Parasja Wajikra

Parasja Wajikra

commentaar BIJ Wajikra
1 Nisan 5783

Hoe de Tora niet werd vergeten

door 
Rob Cassuto

Op deze sjabbat – de zgn. sjabbat rosj chodesj, 2 weken voor Pesach - begint het lezen van het derde boek van de Tora, het boek Wajikra (‘Hij riep') ofwel met de latijnse naam: Leviticus. Wajikra is een logisch gevolg op Sjemot/Exodus. Het boek geeft, nu er zoals in Sjemot beschreven een mooie tabernakel is gemaakt, antwoord op de vraag: hoe moet een eredienst eruitzien, hoe houden we die zuiver en last but not least hoe houden we de omgang met elkaar zuiver en goed? Het is een boek met vele rituele en reinheidsvoorschriften, die ook zonder tempel deels nog in de orthodoxie enige gelding hebben. Maar het bevat ook morele voorschriften, die een universele doorwerking hebben gehad en ook na de Verlichting nog hebben in een al dan niet religieus getint humanisme. Hoe dit boek en de hele Tora tot ons is gekomen en niet in vergetelheid is geraakt is mede te danken aan Ezra, die figureert in de haftara (lezing uit de Profeten, Neviïem) voor de vorige sjabbat. Laten we daar eens verder naar kijken.

Ezra

Die haftara is uit het boek Ezra, Ezra 7:1-28, het gedeelte waarin de terugkeer van Ezra vanuit de ballingschap in Perzië naar Jeruzalem wordt beschreven, Ezra ha-sofeer, “de schrijver, bedreven in de wet van de God van de hemel. Hij werd gedreven door de missie ‘om de wet van de Eeuwige’ te onderzoeken, om die te doen en om in Israël de verordeningen en bepalingen te onderwijzen”. Ezra doet ons beseffen, dat de Tora zoals wij die kennen, in zijn tijd uit de vergetelheid moest worden gereconstrueerd. Laten we eens een historische terugblik werpen op de eeuwen, die aan Ezra's komst en werkzaamheid in Jeruzalem rond 450 BCA voorafgingen.

Een terugblik op woelige eeuwen

De koninkrijken Israël en Juda, ontstaan na de dood van Salomo, lagen op het kruispunt van de grote rijken Egypte, Assyrië en Babylonië. Dat gebied was het toneel van de ene oorlog na de andere, verwoesting, plundering en dood waren aan de orde van de dag. In 722 BCE viel Samaria (Sjomron) na jaren van belegering in handen van het Assyrische leger. De tien stammen van het koninkrijk Israël werden gedeporteerd naar verre oorden in Assyrië. Andere volken werden in het gebied geïmporteerd. Omstreeks 700 BCA tijdens het bewind van koning Hizkia onderwerpt de Assyrische koning Sanherib vrijwel heel het koninkrijk Juda. Hij verwoest de grote stad Lachis in Juda. We mogen niet onderschatten hoe zwaar de ontberingen waren. De Assyrische koning Sanherib vermeldt trots in een inscriptie: ‘Ik verdreef 200150 mensen, jong en oud, mannen en vrouwen, paarden, muildieren, ezels, dromedarissen, runderen en ontelbare hoeveelheden kleinvee en beschouwde het als mijn buit' 2 . De koning belegert Jeruzalem, dat wordt gespaard dankzij een epidemie die in zijn leger uitbrak. Tot 650 is het Assyrische rijk op zijn hoogtepunt en verovert zelfs Egypte. Egypte op zijn beurt maakt zich weer onafhankelijk en het koninkrijk Juda wordt nu tot Egyptische vazalstaat. De vrome Judese koning Josia sneuvelt in een grote veldslag tegen het opgekomen Babylonische rijk, dat eerst Juda schatplichtig maakt en na een opstand Jeruzalem verwoest (586 BCA), het land inlijft en een groot deel van de bevolking wegvoert in ballingschap naar ‘the rivers of Babylon'.

Pesach weer herinnerd

In die woelige eeuwen welden herinneringen op aan hoe vroeger in mythische tijden ook onderdrukking en ontbering de voorvaderen en -moederen hadden gekweld, maar ook aan hoe uitredding en bevrijding uit de toenmalige ellende onder leiding van Mozes en zijn God hadden plaatsgevonden. Die oude wonderlijke gebeurtenissen hadden sporen achtergelaten in het volksgeheugen. Geleidelijk werden – misschien vanaf de regering van koning Hizkia – 1herinneringen gevoegd tot het definitieve verslag van de wonderlijke uittocht, het verhaal van Pesach en het Sinaii-gebeuren. Een oerverhaal, dat betekenis kon geven aan ingrijpende actuele gebeurtenissen. Een narratief dat moed geeft en hoop. Het krachtige medium waarin de herinnering werd gekristalliseerd en waarmee het bevrijdingsverhaal van generatie op generatie overgebracht moest worden was bij uitstek het Pesachfeest. In de tijd tot koning Josia , die grondige hervormingen doorvoerde, was Pesach in onbruik geraakt. Koning Josia heeft het weer ingesteld. 2 Koningen 23: ‘Want zoals dit Pesach was er geen gehouden, vanaf de dagen van de Richters, die aan Israël leiding gegeven hadden, en ook niet in al de dagen van de koningen van Israël of van de koningen van Juda'. In samenhang met die restauratie van Pesach is er tijdens de regering van Josia nog een opmerkelijke gebeurtenis gepasseerd. Bij de reparaties aan de tempel werd in 621 BCE ‘het wetboek' gevonden (2 koningen 22). Men neemt aan, dat het gaat om het boek Devariem/Deuteronomium, of althans de kern ervan.

Reconstructie van de Tora

De Babylonische ballingschap moet de periode zijn geweest dat in de context van diepe wereldlijke tegenslag vele Joden zich eerst recht ernstig bezig gingen houden met hun geestelijk en religieus erfgoed. Ezra, een belangrijk man aan het Perzische hof, was een voorman van deze beweging. Met zijn onvermoeibare inspanning het volk weer aan zijn heilige geschriften te herinneren verwierf hij zich de reputatie van een tweede Mozes.
Misschien heeft zijn collega, de Joodse gouverneur van Jeruzalem en omliggende gebieden, Nechemja (of zijn redacteur), in zijn gelijknamige bijbelboek de figuur van Mozes wel voor ogen gehad toen hij Ezra's finest hour – de openbare voorlezing van zijn gereconstrueerde Tora - beschreef (Nechemja 8:5). Ezra, de schriftgeleerde, stond op een houten verhoging, die ze voor deze gelegenheid hadden gemaakt, (…) 6 Ezra opende het boek voor de ogen van heel het volk, want hij  stond  hoger dan heel het volk. Toen hij het opende, ging heel het volk staan’.
We zien bijna de Israëlieten weer staan aan de voet van de heilige berg Sinai. Een dag daarna werd het Loofhuttenfeest (Soekot) in ere hersteld. Ook dat feest was vergeten. (Nechemja 9:8): ‘De hele gemeente van hen die uit de gevangenschap waren teruggekeerd, maakte loofhutten en woonde in die  loofhutten, want zo hadden de Israëlieten niet meer gedaan vanaf de dagen van Jozua, de zoon van Nun, tot op deze dag'.

Rabbi Chiya houdt de Tora levend

Rond het jaar 200 herinnert de Talmoedleraar Resj Lakisj (in een discussie over de reinheid van matten, waarin hij de mening van Rabbi Chiya citeert) aan de verdiensten van Rabbi Chiya: ‘(…) toen sommige wetten van de Tora door het Joodse volk in Erets Jisrael vergeten waren, kwam Ezra uit Babylonië en herstelde de vergeten delen van de Tora, zoals (later) Hillel de Babyloniër kwam en de vergeten delen herstelde. Toen delen van de Tora weer vergeten waren kwamen Rabbi Chiya en zijn zonen en herstelden de vergeten delen' 3 .
Rabbi Chiya kwam uit Babylonië en vestigde zich tegen het jaar 200 in Erets Jisrael, waar hij een groot aandeel had in het levend houden van de Tora. De verwoesting van de tempel in 70 AD en de verwoesting van Jeruzalem in 135 AD had diepe sporen nagelaten. Men vertelt, dat Chiya het land rondreisde en in ieder dorp of stad, waar geen onderwijzers waren, aan vijf kinderen één van de vijf boeken van de Tora gaf en hen Tora leerde. Vervolgens leerde ieder kind weer Tora aan de andere kinderen 4 . Een effectieve methode lijkt me, waar we nog een voorbeeld aan kunnen nemen.

Zo werd de Tora steeds weer vergeten en na traumatische perioden weer opnieuw herinnerd.

Noten

1. In vele andere commentaren heb ik over deze parasja en het boek Wajikra geschreven. Zie mijn boek Reizen door de Tora en op mijn website

2. De tekst wordt vermeld op de website van historicus Jona Lendering

3.  Talmoed Soeka 20a

4.  Talmoed Ketoebot 103b, waar de anekdote aldus wordt vermeld (vrij vertaald uit het Engels): R. Chanina zei tegen R. Chiya: waag jij het met mij te discussiëren? Als God verhoede de Tora vergeten wordt, dan zou ik hem herstellen in gesprekken. R. Chiya antwoordde, (ook) ik zorg ervoor dat de Tora niet wordt vergeten in Israël. Ik zaai vlas en weef netten. Daarmee jaag ik op herten en met hun vlees voed ik de wezen en met hun huiden maak ik rollen; dan ga ik naar een stad waar geen onderwijzers zijn voor jonge kinderen en beschrijf de rollen met de vijf boeken van de Tora voor vijf kinderen en zes andere kinderen leer ik de zes ordes van de Misjna en dan instrueer ik ieder kind: ‘leer jouw afdeling aan je collega's'. Dat deed Rabbi Jehoeda ha Nassi (zijn leermeester RC) uitroepen: ‘groot zijn de daden van Chiya'

Herzien en bewerkt maart 2023

Archives

©2024 Stichting PaRDeS | Privacy | Disclaimer
envelopephoneclockmagnifiercrossmenuarrow-right