Pinchas

commentaar BIJ Bemidbar
- Pinchas
21 Tammuz 5781

Pinchas de eenling

door 
Rob Cassuto

Bemidbar / Numeri 25:10–30:1

We moeten even teruggaan naar het eind van de voorgaande parasja Balak om het verhaal van Pinchas, de naamgever aan de voorliggende parasja, te begrijpen.1 De mensen van Israël 2 gingen mee met Moabitische – en zoals uit het vervolg blijkt ook Midjanitische - meisjes die de Baäl van Peör vereerden; ze genoten met hen rituele maaltijden en hadden met hen seksuele gemeenschap, een vorm van tempelprostitutie, die geheel in strijd was met de scheiding tussen de dienst aan de Eeuwige en seksualiteit die in de Mozaïsche voorschriften wordt nagestreefd. Deze afvalligheid werd door de Oude Wijzen bijna even schandalig geacht als die rond het gouden kalf en zou nog vaak resoneren in latere geschriften.

De provocatie en het ingrijpen van Pinchas

De Eeuwige eiste rücksichtslose represailles en Mozes beval de rechters van het volk alle overtreders te doden, hetgeen vele duizenden executies tot gevolg zou hebben. Tijdens deze zitting verscheen een vooraanstaande man – Zimri, een prins van de Simonieten, lezen we later - onder de ogen van Mozes en tot ontzetting van het volk openlijk met zijn Midjanitische vrouw – prinses Kozbi - en voerde haar naar zijn tent. Dit werd Pinchas, de kleinzoon van Aharon, te veel; hij ging het stel achterna tot in de tent en doodde hen door ze met een speer in het onderlichaam te steken. Pas dan lezen we dat een snel om zich heen grijpende dodelijke epidemie (geduid als uiting van goddelijke woede) al vierentwintigduizend slachtoffers had geëist.
Pinchas doorbrak met zijn daad van zowel grote toewijding als heetgebakerd fanatisme twee fatale ontwikkelingen. Door twee mensen op te offeren werd de dodelijke epidemie beëindigd; mogelijk was er sprake van een geslachtsziekte, die door de tempelprostituees werd overgebracht en bracht de daad van Pinchas schrik en bewustwording teweeg bij de mannen; ze stopten met hun religieuze en seksuele overspeligheid, waardoor ook de besmetting niet verder om zich heen greep.  Maar ook doorbrak Pinchas het langdurig proces van berechting en terechtstelling van de vele (de midrasj noemt tienduizenden) overtreders; de executie van de prins Zimri en de prinses Kozbi was kennelijk een voldoende genoegdoening en het proces vond geen verdere doorgang. 3
Pinchas is het voorbeeld van de eenling die in crisissituaties een eigen bliksemsnelle afweging maakt en conventionele regels aan zijn laars lapt om zo ontelbare levens te redden. Commandanten in oorlogstijd kunnen daarover meepraten. Een vaccin dat een minimale statistische kans heeft op een dodelijke bijwerking, maar talloze levens redt, stelt de politicus tijdens een corona epidemie voor een vergelijkbare afweging. Verantwoording komt achteraf.

Een verbond van vrede

Pinchas’ daad was weliswaar een daad van eigenrichting, maar – hier begint de parasja pas – hij oogst toch het fiat van de Eeuwige, die hem bij monde van Mozes een ‘verbond van vrede’ aanbiedt en het eeuwige hogepriesterschap voor hem en zijn nakomelingen. Dat wat mysterieuze verbond van vrede vindt vele interpretaties. Bijv. Rasji (11e eeuw): het verbond van vrede is een teken van tevredenheid van boven. Ibn Ezra (12e eeuw): een garantie tegen de wraak van de Simonieten, waartoe de dader, Zimri, een van hun leiders, behoorde. Sforno (16e eeuw): een lang leven; en inderdaad komen we Pinchas nog tegen in de tijd van de rechter Jiftach (Jefta) 300 jaar later …

Wat er verder nog in de parasja staat

Het verbond van vrede sloeg in ieder geval niet op de oorlog die aan de Israëlieten geboden werd te voeren tegen de Midjanieten, die met de Moabieten medeplichtig waren geweest aan de verleiding tot afgodendienst, zoals blijkt uit de verzen 25:17-18; getuige ook Midjanitische prinses Kozbi, die Zimri naar zijn tent voerde. Die oorlog komt pas in de volgende parasja ter sprake, eerst moest er nog een volkstelling plaats vinden om de weerbare mannen voor het leger te inventariseren. Het totaal komt uit op 601.730, iets minder dan de telling aan het begin van het boek Numeri, maar per stam zijn er aanzienlijke verschillen. Van de Levieten zijn er 23.000. Alleen Jozua, Kalev en hogepriester Elazar zijn naast Mozes nog over van de Sinaï generatie.

Ook komt het verdelingsprincipe voor het nog te veroveren land aan de orde: stukken land moeten worden toegedeeld naar grootte van de populatie per stam, maar ook door het lot te werpen. De vijf dochters van Tselofchad uit de stam van Manasse vragen Mozes of zij het land van hun zoonloze vader mogen erven en dat is goed. Nog wat verfijningen van het erfrecht worden gegeven.

Mozes wordt gezegd de berg Avariem te beklimmen en hem wordt nog een blik op het beloofde land gegund, want het stervensuur nadert, omdat hij immers bij het slaan van de bron bij Meriwa in de woestijn van Tsin de naam van de Eeuwige niet voldoende had verkondigd aan het volk. Mozes vraagt wie hem moet opvolgen en het antwoord is: Jozua (Jehosjoea), hetgeen nog wordt bevestigd door de hogepriesterlijke orakels van de Oeriem en de Toemiem.

Tenslotte worden vele bladzijden lang de vele offers gespecificeerd die moeten worden gebracht op de sjabbat, Pesach, Sjavoeot, Rosj Hasjana, Jom Kipoer en de acht dagen Soekot inclusief Sjemini Atzeret. Als je de offerdieren bij elkaar optelt kom je op per jaar 113 stieren, 37 rammen, 363 lammeren en 30 geiten, totaal 543 dieren.

noten

1. Verschillende andere commentaren op de parasja Pinchas zijn te vinden in mijn boek REIZEN DOOR DE TORA , deel 2 Leviticus, Numeri en Deuteronomium, en op mijn website 

2. Er staat ha-am, dus ook vrouwen kunnen hebben deelgenomen.

3. Ik volg hier Nachmanides ad loc

4. Waarom geen oorlog dan tegen de Moabieten? Zie Deuteronomium 2:9. Waar Mozes wordt geboden Moab niet aan te vallen. De rabbijnen melden ook nog dat de Moabieten werden gespaard omdat twee “kuikens’ eruit zouden voortkomen Ruth (Roet) en Naäma, een vrouw van Salomo (Rasji ogv Talmoed Bava Kamma 38b)  

©2021 Stichting PaRDeS | Privacy | Disclaimer
envelopephoneclockmagnifiercrossmenuarrow-right