

Devariem /Deuteronomium 11:26–16:17.
In deze parsje houdt Mosjee het vergaderde volk de keuze voor: enerzijds de zegen, als het volk de geboden volgt en met name geen afgoden dient. Dan volgen in dit hoofdstuk vele voorschriften, die de afgodendienst betreffen en de sancties daarop, maar ook de kasjroet voorschriften worden weer genoemd, evenals de regels omtrent het sjmita-jaar en ook de drie pelgrimsfeesten passeren de revue en nog vele andere voorschriften, in deze en de andere parashot.
Anderzijds is er de vloek als het volk afdwaalt van de geboden. Uitgebreid zijn de vergaande schilderingen – van ziekten, onderdrukking, marteling, natuurrampen, verbanning – verder uitgewerkt in de parasja Ki Tavo. De zegen wordt gelijkgesteld met leven en de vloek met dood. (Dev/Deut. 30:19)
De mens en de Schepper.
Om mijn commentaar vorm te geven over deze passages moet ik met mijzelf – en met jullie als je wilt – een aantal denkstappen ondernemen.
Stap één gaat over hoe de Schepper in woorden te benaderen, in woorden die mij voor even kunnen helpen. Want woorden schieten per definitie te kort. De Schepper is de grootst (on)denkbare dimensie die het geschapene heeft opgeroepen en omvattend en scheppend doordraagt in een proces van welks doel wij geen notie hebben. Zodra de Schepper dit dragen een nanoseconde niet doet is er geen geschapene. In deze hoedanigheid is de schepper voor ons mensen het volstrekt andere, hij is transcendent. Een persoonlijk voornaamwoord (hij, zij, het) doet al af aan zijn onmetelijke en onpersoonlijke oneindigheid. Hij is voor ons onzichtbaar achter de gemanifesteerde wereld verborgen.
Wij mensen vragen echter een ‘gezicht', we zoeken een doorgang naar de transcendentie en roepen de vorm te hulp. We zoeken het gezicht van de Schepper. We trachten aan het transcendente te raken en ons voorrecht als mensen is dat we dat af en toe kunnen. Omdat de Schepper in het proces van scheppen is verwikkeld en betrokken (zich erin ‘geïnvesteerd' heeft), zijn er tekenen van zijn doorstraling te vinden.
Wij mensen zijn zo geschapen dat wij die tekenen kunnen ontwaren. We kunnen in de schepping die kant zien die de Schepper naar ons toegewend heeft, zijn ‘gezicht', dat echter alleen gelezen kan worden – uiteraard – met menselijke middelen. Dit gezicht is voor het Joodse volk een Joods gezicht.
Aan andere volken en andere groepen heeft hij een ander gezicht getoond, dat andere trekken vertoonde. Ook hier zijn goede en wijze zaken uit voortgevloeid evenals duistere.
Maar zoals alle gezichten toch gezichten zijn, omdat ze de constituerende kenmerken vertonen, die ze tot gezicht maken, kunnen we misschien nu en in de toekomst steeds meer het universele in al die gezichten zien.
Op zoek naar een Gezicht.
Als mensen trachten wij het gezicht van de Schepper te lezen met menselijke middelen, dat kan uiteraard niet anders. Dit lezen heeft vele vormen en één van die vormen is het luisteren naar de openbarende stem die daalt in het innerlijk. Een ander middel is het geschonken zicht op wat achter de dingen schuilt. Omdat het lezen gebeurt met de beperkte en eindige middelen (het oor en het oog in de meest uitgebreide en ook metaforische zin) is de perceptie van de Schepper en Zijn wil per definitie onvolmaakt. Vele grillige vervormingen doen zich voor, beïnvloed door de beperkingen van ons bevattingsvermogen, de materialiteit van ons waarnemingsvermogen, de gelocaliseerdheid op plaats en in cultuur en tijd, de begeerten van het ego, de psychologische geschiedenis in groep en gezin en vele andere factoren. Wel lijkt er een soort evolutie ingebouwd in de schepselen inzake de gradatie van helderheid van die perceptie.
Met name vijfendertighonderd, drieduizend jaar geleden werden trekken van de Schepper helderder gezien door Joden, te beginnen met Abraham. Gezien werd dat er één scheppend principe is en dat die Schepper één is en niet gelocaliseerd kan worden in stoffelijke objecten (dieren, afgoden, magie). Daarnaast werd verstaan dat met de Schepper intrinsiek een opgave verbonden is om met elkaar om te gaan op een zorgvolle, rechtvaardige en liefdevolle manier en niet vanuit louter egoïstische of instinctieve impulsen. De kern ervan werd vastgelegd in de meerduidige tekens van het woord, in de taal en het idioom van die tijd.
Deze wonderbaarlijke en revolutionaire onthullingen werden begrepen in de specifiek Joodse vormen en werden ingebed in de cultuur van die tijd, waarvan de typische taal, de vele rituele voorschriften (b.v. de dierenoffers), de sociaal-culturele voorschriften (b.v. rond man-vrouw verhoudingen) getuigen. De essentie staat majestueus overeind in de Tien Uitspraken en vele andere uitspraken (b.v. in Leviticus 19), die de historische en sociaal culturele context hebben ontstegen; het is de grote gift van het Jodendom aan de mensheid, doorklinkend in het beste deel van het Christendom en in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.
Essentie en vorm.
Het is die essentie van zorg, rechtvaardigheid en liefdevolheid voor de medemensen, die, als hij in de samenleving regel is en geen uitzondering, welzijn en voorspoed bevordert; als dit geen regel is dan is de kiem gelegd voor anarchie, geweld, vernietiging en oorlog. Dat is - denk ik - de essentie van de keuze die in deze parasja wordt voorgelegd. De rampen brengt de Eeuwige niet eigenhandig over de mensen, daar zorgen ze zelf voor.
De geschiedenis van het Joodse volk laat een dramatische worsteling zien met de grote inzichten die het ten deel is gevallen en de keuze die hen steeds wordt voorgehouden en verwaarloosd of vergeten wordt.
Maar geldt de grote keuze in zijn kernachtige inhoud niet voor alle mensen, Joden of niet-Joden? Israël is in die zin een paradigma voor de mensheid als geheel.
De specifieke vormen van de voorschriften waarvan de precieze nakoming ook in vorm en detail – vaak door latere geleerden erg conservatief geïnterpreteerd en nog verder uitgewerkt - wordt geëist, zijn alleen van belang als ze de realisatie van de essentiële inhoud dienen; iedere generatie heeft het recht die sociaal-culturele vormen en versieringen te toetsen, te waarderen en eventueel te veranderen of weg te laten. Traditie en geaccepteerd leiderschap zijn daarbij onmisbaar.
De panische angst om de vorm-details gedetailleerd op te vatten en uit te voeren kan het zicht op de essentie verduisteren en het heil dat de mensen zoeken tot onheil maken.
Sjabbat shalom!
RC Herzien aug 2024