

Numeri/Bamidbar 13:1-15:41
Ruim twee jaar na de uittocht uit Egypte komen de Israëlieten aan bij de grens van het beloofde land Kena'an. De Eeuwige gebood Mosjee verkenners uit te zenden. Sjelach lecha lecha , zo begint de parasja 1 . De meeste vertalingen (NBG, NBV, HSV) gaan voorbij aan de extra nadruk van het ‘lecha', letterlijk: (Zend) voor jezelf.
Wiens idee was de missie?
Dasberg vertaalt: ‘Stuur, als je dat wilt'. Dat is meer in overeenstemming met de uitleg van Rasji, die benadrukt, dat het hier gaat om een beslissing op menselijk niveau uit vrije wil genomen en niet om een goddelijk bevel. 2 Want strikt genomen zou die verkenning niet gehoeven hebben, als het volk standvastig had blijven geloven dat de Eeuwige hen zou leiden overeenkomstig zijn belofte in Shemot/Exodus 3:17: Ik heb besloten om jullie uit de ellende in Egypte weg te halen en je naar een land te brengen dat overvloeit van melk en honing, het gebied van de Kanaänieten, de Hethieten, Amorieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten. De Eeuwige schikt zich als het ware naar de wensen van het volk: Vele rabbijnse commentatoren zien hier in deze parsje de eerste zonde, gebrek aan geloof.
Nachmanides is het daar niet mee eens. Hij zegt: Mosjee vond het een goed idee (het uitzenden van verkenners), want de Tora wil niet, dat mensen afhankelijk zijn van wonderen. God helpt wie zich zelf wil helpen. Dat is meer naar mijn hart! Volgens Nachmanides komt de zonde in het verkennersverhaal pas later.
Een ontmoedigende missie
Aldus werden twaalf belangrijke stamleiders gekozen met de taak om het land te verkennen en verslag uit te brengen. Van zuid tot noord trokken zij veertig dagen rond. Bij hun terugkomst waren de verslagen van tien van de twaalf uitgezonden mannen bijzonder ontmoedigend gekleurd. Ze spraken van een fantastisch land, maar wel met reusachtige bewoners en onneembare vestingen van steden. ‘Vergeleken bij dat volk van reuzen voelden wij ons maar nietige sprinkhanen, en veel meer zullen we in hun ogen ook niet geweest zijn.'
Zoveel mismoedigheid is besmettelijk. Het volk begon te jammeren, een nacht lang. De positie van Mosjé en Aharon wankelde. Het volk wilde terug naar Egypte, ondanks de aanmaningen van Kalev en Josjoea, van de twaalf verkenners de twee die het niet zo somber inzagen.
De Eeuwige ziet deze angstige en ontmoedigende berichten van de tien verkenners als het zoveelste gebrek aan geloof en vertrouwen en vat dit alles op als verzet. Mosjee weet Hem nog net af te houden van vernietiging van de Israëlieten, zoals hij dat al eerder tegenover de Eeuwige heeft gedaan bij het gouden kalf, gepleit voor het voortbestaan van zijn volk. Alleen: nog veertig jaren zal het duren, voordat het volk het land Kena'an zal binnentrekken; een hele generatie zal het beloofde land niet zien, de taak van verovering zal toevallen aan de kinderen. Beeldend schildert de Eeuwige het lot af van deze eerste generatie met een meedogenloos verwoord vonnis (14:29): Hier in de woestijn zullen jullie lijken liggen, de lijken van allen die ingeschreven zijn, allen van twintig jaar en ouder, niemand uitgezonderd, omdat jullie je tegenover mij beklaagd hebben.
Meer begrip voor de ontwikkeling
Een milder oordeel over het gebeuren, en een misschien zowel realistischer als dieper inzicht, verwoordt Nechama Leibowitz in een van haar commentaren: ‘Je kan niet verwachten, dat mensen, die slaaf zijn geweest en hebben gezwoegd met bakstenen en stro en zo meer, hun vuile handen wassen en onmiddellijk daarna met reuzen gaan vechten. Het was een onderdeel van de Goddelijke wijsheid om hen in de woestijn te laten rondzwerven tot ze hadden geleerd om moedig te zijn. Want het is welbekend, dat een nomadisch bestaan onder spartaanse omstandigheden moed kweekt en het tegendeel, lafhartigheid. Bovendien groeide er nu een nieuwe generatie op, die geen vernedering en slavernij had gekend.'
Op deze manier wordt het gebeuren wat uit die sfeer van zonde en die boze straffende God, die ons niet meer aanspreekt, gelicht en teruggebracht tot proporties die in de moderne tijd een even wonderlijk verhaal opleveren dat toch zowel voor hart als verstand aanvaardbaar is.
Sjabbat sjalom~!
Noten
1. In mijn boek REIZEN DOOR DE TORA, deel 2 , heb ik nog andere commentaren op de parasja Sjelach lecha behandeld en eveneens elders op de website van PaRDeS.
Voor dit commentaar heb ik gebruik gemaakt van de commentaren van Nechama Leibowitz,
2. De versie van het verhaal in Devariem 1:22, als Mosjee terugblikt op deze gebeurtenis, bevestigt dat: het is een idee, dat de mannen uit het volk aan Mosjee hebben opdrongen. Bewerkt juni 2024 RC