Sjemini

Sjemini

commentaar BIJ Wajikra
- Sjemini
25 Adar II 5784

Fanatisme en sorry zeggen

door 
Rob Cassuto

Wajikra 9:1 - 12:1

Nadat Mozes zeven dagen lang Aharon en zijn vier zonen heeft voorbereid op hun priestertaak en geïnstrueerd heeft over de te brengen offers breekt de achtste dag aan – jom ha-sjemini - , de grote dag, dat de vijf mannen ter inwijding van de tabernakel de eerste offers gaan brengen. Nadat alles gereed is gemaakt en de menigte verzamelde Israëlieten in spanning afwacht, daalt de presentie van de Eeuwige neer en een bliksemvuur verteert het brandoffer. Dit overweldigende gebeuren brengt het volk tot gejuich en het valt neer in heilig ontzag. Het is in deze sfeer, dat we zien hoe de twee oudste zonen van Aharon, Nadav en Avihoe, aangeraakt door grote geestdrift, impulsief ieder een vuurpan pakken en er wierook opleggen, daarmee het zorgvuldig uitgelegd ritueel doorbrekend. Dat betaalden ze met hun leven, een tweede vuur schiet neer en verteert de twee priesters.

Waaraan hebben Nadav en Avihoe dit verdiend?

De rampzalige dood van deze twee zonen van Aharon heeft menige lezer voor vragen gesteld. Wat heeft de Eeuwige aan hun zo toegewijd gebracht reukoffer niet behaagd? Wat hebben ze verkeerd gedaan? De moeilijkheid om een bevredigend antwoord te vinden wordt geïllustreerd door de menigte aan uiteenlopende oplossingen, die zijn aangedragen. Een uitvoerig overzicht daarvan is te vinden in een ander commentaar van mij 1 .
Een over brede linies gedeelde slotsom is wel, dat Nadav en Avihoe – overigens zeer gerespecteerde en vooraanstaande mannen – zich door een overstromende bezieling en blind enthousiasme geleid, hebben gestort in een hyperindividuele daad, die het zorgvuldig opgezette systeem om heiligheid te benaderen, fataal heeft doorbroken. Nadav en Avihoe zijn als het ware opgebrand aan hun fanatieke vroomheid en – zoals sommige kabbalisten opperen 2  – zijn, net zoals Icarus in de Griekse mythe te dicht bij de zon vloog, te dicht bij de Eeuwige genaderd.
Misschien moeten in deze trant de woorden van Mozes begrepen worden, die hij na dit drama als bedoeling van de Eeuwige aan Aharon verklaarde: ‘In hen die tot Mij naderen, zal Ik geheiligd worden' (Wajikra/Leviticus 10:3).

Archetypen van fanatiekelingen

De twee zonen kunnen ook als archetypen staan voor fanatieke leidslieden, die in hun onvoorspelbaarheid en onberekenbaarheid tot impulsieve daden kunnen komen met soms zegenrijke, maar meestal fatale gevolgen, als ego-motieven voorop gaan staan. Volgens de kabbalisten zijn de zielen van de onstuimige Nadav en Avihoe overgegaan op Pinchas en dan weer naar de profeet Elija 3.
Als we rondkijken in onze wereld is het niet moeilijk politici, staatslieden, partijleiders en presidenten te ontdekken, die aan deze archetypen beantwoorden en die met vuur spelen.

Een zwijgende Aharon

Laten we nog even kijken naar wat er volgt op de tragische dood van deze twee zonen van Aharon.
Als Mozes in de woorden van pasoek 10:3 aan zijn broer heeft overgebracht, wat kennelijk de onderliggende grond van het drama is, geeft de beproefde vader geen antwoord. ‘En Aharon zweeg'.
Waren de woorden van Mozes een schrale troost of zweeg Aharon uit onbegrip, of juist uit begrip en respect? In ieder geval rekent de midrasj hem zijn zwijgen als verdienste en dicht hem een beloning toe. En inderdaad zien we in de pesoekiem 8 tot en met 11 van hoofdstuk 10, dat de eer aan Aharon toevalt, dat de Eeuwige het alleen tegen hem heeft en niet tegen Mozes, zoals in vrijwel alle andere gevallen. Het gaat in dit geval om het aan de hogepriester meegedeelde verbod aan de priesters om wijn of sterke drank te drinken tijdens hun dienst, opdat zij het onderscheid tussen gewijd en ongewijd en rein en onrein kunnen maken. 4  
Priesters moesten zich verre houden van de dood en daarom werden de lijken van Nadav en Avihoe niet door hun broers, maar door verre verwanten weggehaald en buiten het kamp gebracht. Aharon en de twee jongere zonen Itamar en Elazar mochten ook geen rouw betonen, nu zij de zalvingsolie nog op zich hadden (de overige Israëlieten mochten wel rouwen). De ruw onderbroken inwijdingsplechtigheden moesten gewoon doorgaan. Die bestonden vooral uit het consumeren door de priesters van de gepleegde offers.

Mozes vergist zich en zegt sorry

Aan het slot van de ceremonie vindt nog een merkwaardig incident plaats. Mozes controleert of de consumptie van de offers door de priesters ook volgens de regels heeft plaats gevonden en constateert, dat het zondebokoffer niet is gegeten, maar verbrand. Dat had naar de mening van de leider niet gemogen en hij vaart uit tegen Elazar en Itamar. Maar nu neemt Aharon het voor hen op en ditmaal zwijgt hij niet stil. Het komt erop neer – als ik de onduidelijke tekst en de complexe rabbijnse uitleggingen goed begrijp 5 -, dat in dit geval verbranding het juiste was, omdat het hier ging om priesters die net een bloedverwant hadden verloren.
Maar daar gaat het mij nu niet om; de rituele precisie, die het boek Wajikra (en de latere halacha) doordesemt heeft zijn relevantie in de moderne wereld verloren. Mij gaat het om de reactie van Mozes: hij geeft Aharon gelijk (10:20). Rasji expliceert: de leidsman ‘gaf zijn vergissing toe en schaamde zich daar niet voor’. In plaats van te zeggen “dat heeft de Eeuwige niet gezegd”, zei hij “Hij heeft het gezegd, maar ik heb het vergeten”' (daarmee ook Aharons uitleg legitimerend). Populair gezegd: sorry broer, ik heb ongelijk, nu heb jij gelijk. Als Mozes een vergissing toegeeft zonder zich te schamen, hoeveel te meer moet schaamte of trots ons niet weerhouden om een vergissing ruiterlijk te erkennen…( kal we-chomer )
En op maatschappelijk en politiek niveau, hoe vaak zien we dat een bewindsman of president uit vrije wil zijn imago niet laat prevaleren, een vergissing toegeeft en sorry zegt?


Sjabbat sjalom.

Noten

1.  Rob Cassuto, Reizen door de Tora , deel 2, Van de Berg naar de Rivier,  Leviticus, Numeri en Deuteronomium, p. 44 ev

2. Shney Luchot HaBrit, Shmini, Torah Ohr, op Sefaria.org

3. Meer hierover in mijn commentaar op de parasja Pinchas, in Reizen door de Tora op cit., p. 132 ev
en in mijn essay Elia in de grot

4.  Rasji ad loc

5.  Zie Talmoed Zevachiem 101a en b

RC herzien 2024

©2024 Stichting PaRDeS | Privacy | Disclaimer
envelopephoneclockmagnifiercrossmenuarrow-right