Tsav

Tsav

commentaar BIJ Wajikra
- Tsaw
18 Adar II 5784

Over dankbaarheid

door 
Rob Cassuto

Wajikra / Leviticus 6:1-8:36

Evenals de voorgaande parasja Wajikra bevat de parasja Tsav 1 (Draag op …) regels over het offeren, deels een herhaling van de vorige parasja. Hier wordt beschreven hoe Mozes zijn broeder Aharon en diens zonen tot priester wijdde. De offers die worden behandeld, maar nu als instructie aan de priesters persoonlijk met aanvullende details, zijn: het opgaande (brand) offer (ola), het meeloffer (mincha), het vrede-offer (zewach sjelamiem), het zonde-offer (chatat) en het schuldoffer (asjam). Deze voorschriften zijn nu niet meer van toepassing, maar de achterliggende intenties kunnen ons nog steeds iets zeggen.

Het sjelamienoffer

Laat ik eens het sjelamiem offer (sjelamiem verwant met sjalom, vrede, en sjalem, heel) nader bekijken, het vrijwillig te brengen offer, dat wil getuigen van erkentelijkheid en dat door iedereen mag worden geïnitieerd. In deze parasja wordt een bijzondere vorm van het sjelamiem offer geïntroduceerd, het dankoffer, het korban toda , te brengen als dank voor het ontkomen aan gevaar of ontbering. Het betreffende dieroffer wordt in dit geval nog aangevuld met veertig broden, gedesemd en ongedesemd, en mag dan met familie en vrienden worden verorberd als feestelijke maaltijd.
De Talmoedrabbijnen meenden, dat in een aantal situaties dankbetuiging toch wel verplicht was; ze vonden aanwijzingen in psalm 107, waarin de Eeuwige wordt geprezen voor de uitredding uit een aantal poëtisch omschreven benarde en gevaarlijke situaties; speciale dank is verschuldigd na veilige terugkomst van een zeereis, na veilige terugkomst van een woestijntocht, na herstel van een ernstige ziekte en na het vrij komen uit een gevangenis (Talmoed Berachot 54b, Rasji ad Wajikra/Sjemot 7:12).

Gomel bensjen en dankgebeden

Het dankoffer is weliswaar vervallen, maar het ritueel danken na het ontkomen aan groot gevaar (bijvoorbeeld na genezing van een ernstige ziekte) is nog steeds gebruikelijk. Dat gebeurt in de vorm van het gomel-bensjen, de birkat ha gomèl, die wordt uitgesproken tijdens de dienst.
De opgeroepene zegt: ‘Gezegend bent U, Hashem, onze God, Koning van tijd en ruimte, die de mens Zijn goedheid laat ervaren en die nu mij heeft bijgestaan in deze tijd.'
Daarna antwoordt de gemeente: ‘Moge Hij die jou nu heeft bijgestaan jou ook in de toekomst Zijn goedheid laten ervaren, sela.' (sela is een soort amen)

Dankbaarheid (hakarat hatov) is één van de rode draden van het Joods gedachtegoed. In de dagelijkse gebeden zien we dat terug. Het allereerste gebed na het ontwaken is een dankgebed voor het terugkomen van de levende ziel in het lichaam, Modeh ani lefanècha etc. : ‘Ik dank U, levende en bestaande Koning, dat U mij mijn ziel heeft teruggegeven met ontferming, groot is Uw trouw '
In het dagelijks gebed, het zogenoemde Amida gebed, is de voorlaatste bede geheel gewijd aan dankbaarheid 2. Ook het danken na de maaltijd, het zogenaamde bensjen, middels het zingen van de speciale zegeningen (birkat ha-mazon), wil tot het besef van dankbaarheid oproepen.

Het cultiveren van dankbaarheid

Maar het gaat natuurlijk niet (alleen) om het uitspreken van deze formules op zich. Ze helpen om, mits uitgesproken met besef (kavana), een levenshouding van dankbaarheid op te wekken en te cultiveren. Het besef van het voorrecht om aan het leven te mogen deelnemen – ondanks het lijden dat er existentieel in is meegegeven – is, wanneer het eenmaal tot bewustzijn is gebracht, een bron van dankbaarheid. En dankbaarheid als levenshouding is een uitstekend antidotum tegen depressie.

Maar als een spier die we vergeten te gebruiken, is de mogelijkheid van dankbaarheid vaak weggekwijnd en vergeten. Het valt velen van ons – ook mij – vaak niet mee om dankbaar te zijn. In het Joods gedachtegoed kan dankbaarheid benoemd worden als een eigenschap, die je tot ontwikkeling kan brengen en kan oefenen. ‘Count your blessings', zou deze wijze meester tegenwoordig zeggen. Hij wordt graag geciteerd in de Moessar-beweging, die een filosofie en een scholing biedt voor ontplooiing van onze zielskwaliteiten ten goede. Als je de vraag zou stellen, of je een reden moet hebben om te danken, zou de Moessar antwoorden: Danken kan ook een oefening zijn, door steeds te danken wek je dankbaarheid op en zie je redenen die je vroeger niet zag oplichten.
‘Go through the motions to reach the essence’, leerde ik vroeger in een meer therapeutische setting. De Moessar is hier heel concreet in. De oefening kan zijn: iedere dag drie redenen opschrijven om dankbaar te zijn; 's-ochtends en voor en na het eten de betreffende zegenspreuken (berachot) te zeggen 3 .

Noten

1. Verschillende andere commentaren op de parasja Tsav zijn te vinden in mijn boek  REIZEN DOOR DE TORA  , deel 2 Leviticus, Numeri en Deuteronomium, en op de website van PaRDeS

2. Zie bijv. de 18e beracha in de liberale versie, in het LJG-gebedenboek Tov Lehodot, blz. 146/147, 290/291

3. Moessar is het Hebreeuwse woord voor moraal, ethiek. Meer in het bijzonder is het een in de 19e eeuw opgekomen en in de moderne tijd herlevende stroming die oproept tot een moreel reveil en tevens een zeer praktische weg is om je innerlijke houdingen of karaktertrekken (‘middot') onder de loupe te nemen en te verbeteren.

Zie de Nederlandse vertaling verschenen van het boek van één van de vernieuwers van de Moessar, (Alan Morinis, Everyday Holiness, The Jewish Spiritual Path of Mussar, Trumpeter, Boston London, 2007): 
Het Heilige in het Alledaagse, Het Joodse spirituele pad van Mussar, Mastix Press, 2014.
Zie hoofdstuk 9 over dankbaarheid.
Een korte kennismaking met Moessar biedt mijn artikel hierover: MOESSAR, een korte beschrijving van een Joods spiritueel pad

RC herzien 2024

©2024 Stichting PaRDeS | Privacy | Disclaimer
envelopephoneclockmagnifiercrossmenuarrow-right