

Devariem / Deuteronomium 3:23-7:11
Na de inleidingen van Mosjee in de eerste parasja van het boek Devariem begint in de tweede parasja Wa'etchanan de eigenlijke wetgeving. Vele herinneringen aan de verlossing uit Egypte, oproepen tot dankbaarheid en gehoorzaamheid wisselen elkaar af met de recapitulatie van belangrijke voorschriften en de introductie van enkele nieuwe. Het lijkt wel of er meerdere beginnen zijn (4:1,4:44, 5:1), wellicht terug te brengen op het feit dat een oertekst met de kern van wetsbepalingen telkens wat is uitgebreid.
Als prelude klinkt het verzoek van Mosjee om toch mee de Jordaan over te mogen steken, wat de Eeuwige niet toestaat, maar wel mag hij het Cis-Jordaanse landschap, dat hij nooit zal betreden, aanschouwen vanaf de bergtop van de Pisga (1).
Dan volgen een aantal fundamentele teksten, met als hoogtepunt de Tien Woorden in een in detail afwijkende versie van Exodus 20. Ook de tekst van het Sjema – het centrale dagelijkse Joodse gebed - is hier te vinden en de regels, op grond waarvan de geboden om gebedsriemen (tefillin) te gebruiken en om mezoezot aan de deurpost te slaan, zijn gebaseerd. De oude leider voorziet overigens al, dat ooit zijn volk in de fout zal gaan en verstrooid zal worden onder vele volken. Maar dan zult u daar de Eeuwige, uw God, zoeken en u zult Hem vinden, als u Hem met heel uw hart en met heel uw ziel zoekt (4,29). Tenslotte verbiedt de Eeuwige exogamie en laat hij bij monde van Mosjee even het nobele ethische standpunt varen en laat Hij zijn oude stammengodgezicht zien in het gebod om de zeven Kenäanitische volken te doden (7:2, of met de ban volstaan, de vertalingen verschillen) of vernietigen/doden (7:16, in de volgende parasja Ekev).
Kan je je op de Tora beroepen voor Israëls grenzen?
Die verovering is overigens nooit honderd procent gelukt. De Israëlieten hebben zich altijd moeten handhaven tussen andere volken. De Filistijnen waren hun aartsvijanden die woonden in de kustgebieden van Gaza en Asjdod. Maar ook Ammonieten. Moabieten, Misjanieten en vele andere stammen waren steeds te bestrijden vijanden. En ook onderling hadden de stammen Israëls vaak ruzie. Na de verovering van Jeruzalem op de Jebusieten door koning David bereikte het koninkrijk Israël zijn hoogtepunt en strekte het rijk zich allengs uit over grote gebieden inclusief het Transjordaanse en delen van het huidige Syrië. Dan spreken we over plm. 900 BC. Na koning Salomo splitste het rijk zich in het noordelijke gedeelte (dat werd Israël genoemd) en een zuidelijk gedeelte, Judea genoemd, voornamelijk bewoond door de stam Juda en Benjamin. Het noordelijk rijk Israël ging ten onder in de 8ste eeuw BCE en de bewoners werden door de Assyriërs weggevoerd en doken in de geschiedenis niet meer op. Wat wij Joden noemen stamt af van de stam Juda en Benjamin en de vele bekeerlingen die zich in de loop van de geschiedenis bij het Joodse volk hebben gevoegd. Jeruzalem is vele malen verwoest en de Joden zijn merendeels uit hun land verdreven, met name na 70 en 135 CE. Maar er zijn ook altijd Joden blijven wonen, zoals in de Talmoed is te lezen. Er zijn altijd gemeenschappen van Joden in wat we Palestina zijn gaan noemen (naar de Romeinse naam van die provincie). Mijn voorvader Mozes Cassuto, juwelenhandelaar in Florence, bracht rond 1730 een van zijn zonen naar Jeruzalem naar zijn oom, want de traditie eiste dat er altijd een Cassuto in het heilige land moest wonen. Hij combineerde dat met een grote handelsreis via de Joodse gemeenschappen in Hebron, Jeruzalem, Tsefat en hij reisde door via steden in het Ottomaanse rijk, waar hij Joodse gemeenschappen bezocht, en via Oostenrijk-Hongarije terugkeerde naar Florence 2.
Altijd hebben de Joden tweeduizend jaar lang hun verlangen vanuit de diaspora in gebed en gezang geuit. Een rechtvaardiging van de claim op een gebied in het beloofde land, zo zwaar bevochten vanaf de 19e eeuw, is dan ook alleszins gerechtvaardigd. Een beroep op de Tora en de grenzen van het rijk van koning David van drieduizend jaar geleden heeft alle grond verloren. De Tora is er om een morele grondslag te geven aan het menselijk handelen en heeft als historische landkaart voor Joodse claims geen enkele gelding meer. De extreem nationalistische, vaak ultrareligieuze geluiden, die je nu in Israël hoort en die een funeste invloed hebben op de politiek en vaak fascistoïde bijklanken hebben, verhullen mij met angst en schaamte. De grenzen van Israël zijn gebaseerd op een politieke overeenkomst in 1948 en impliceren de erkenning van het bestaansrecht van Arabische inwoners en buren, al hebben die in weinig opzichten een wederzijdse erkenning kunnen opbrengen.
Een paar dagen geleden was het Tisja be-Av, de gedenking van de ellende die er over Israël en de Joden is gekomen in de loop der eeuwen. Vandaag is de herdenking van het werkelijke einde van de Tweede Wereldoorlog met de capitulatie van Japan, het land dat mijn (groot)ouders en mij drie jaar lang gevangen en uitgehongerd hield. Is het toeval dat de moderne tijd is begonnen met de Eerste Wereldoorlog die gestart is met de oorlogsverklaringen op Tisja be-Av in 1914?
Vandaag, 15 augustus, zijn er belangrijke onderhandelingen gestart tussen Israël, Egypte, Qatar en de US over termen om de oorlog tussen Israël en Hamas te beëindigen. Ik hoop en bid dat er geen nieuwe aanleidingen bijkomen om Tisja be-Av te herdenken.
Noten
1 In mijn boek Reizen door de Tora, deel 2 en en elders op de website van stichtingpardes.nl ben ik uitgebreid ingegaan op de andere aspecten van Wa-etchanan
2. Lees een uittreksel van zijn dagboek op https://www.robcassuto.com/documentsmoz.html