Wajechi

commentaar BIJ Berésjit
- Wajechi
17 Tevet 5781

De beenderen van onze voorouders

door 
Stichting PaRDeS

Sjabbat 2 januari 2021 / 18 Tewet, Wajechi, Beresjiet/Genesis 47:28 - 5-26

               Tanach blz.  101 -108

Haftara: Jesjajahoe 38: 9 - 20

               Tanach blz. 863 - 864

Vertaler: Benjamin Cohen

Commentaar: Rabbijn Anthony Fratello is de rabbijn van Temple Shaarei Shalom, in Boynton Beach, Florida.

Oorspronkelijke Engelse tekst: https://reformjudaism.org/learning/torah-study/torah-commentary/bones-our-ancestors  

__________________________________________________________________________

Toen hij [Joseef] zijn einde voelde naderen, zei hij tegen zijn broers: “God zal zich jullie lot aantrekken: Hij zal jullie uit dit land leiden en je naar het land brengen dat hij onder ede aan Awraham, Jitschak en Jaäkov heeft beloofd. Zweer me dat jullie, wanneer God zich jullie lot aantrekt, mijn lichaam van hier zullen meenemen.” Joseef stierf toen hij honderdtien jaar was. Hij werd gebalsemd en in een sarcofaag gelegd, in Egypte (Beresjiet 50: 24-26).

Misschien heeft u wel eens het cowboylied gehoord dat als volgt gaat: "O' bury me not on the lone prairie, where the wild coyotes will howl over me." Oftewel: "Begraaf me niet op de eenzame prairie, waar de prairiewolven om me zullen huilen." Als we aan dit lied denken, stellen we ons onwillekeurig een western voor, waarin de eenzame cowboyheld de nacht doorbrengt bij een langzaam uitdovend kampvuur. Hij zingt een zoete klaagzang, die zachtjes wegsterft, terwijl de zon ondergaat.

Als we onze nostalgische gevoelens even opzij zouden zetten en de tijd zouden nemen om na te denken over wat deze woorden eigenlijk betekenen, zouden we dit nummer misschien anders zien. Dit is een lied van angst, een lied dat spreekt over de vrees van de cowboy om zijn dagen te eindigen op een vreemde plek waar niemand hem kent, niemand om hem geeft en niemand eraan zal denken zijn graf te verzorgen. De zanger is bang om te worden vergeten en achtergelaten in de wildernis, verstoken van alles en iedereen die hij ooit heeft gekend.

Dit is geen unieke klaagzang. Onze voorvader Joseef zegt in wezen hetzelfde aan het einde van sidra Wajechi. Hoewel hij zijn lied van angst en klacht niet op muziek zet, wil ook hij, net als onze cowboy, niet achtergelaten worden, een vreemdeling in een vreemd land, vergeten op een plek waarvan hij weet dat zijn volk er uiteindelijk weg zal trekken. In lijn met het Egyptische leven dat hij als volwassene heeft gekend, stemt hij ermee in om in Egypte te worden gebalsemd en begraven, maar hij wil niet dat dit zijn laatste rustplaats is. Hij kwam als gast en gast zal hij blijven. En daarom laat hij de Jisraëlieten zweren dat wanneer God aan hen zal denken en hen uit Egypte zal leiden, ze zijn beenderen mee zullen nemen.

Mosjé treedt op als zijn plichtsgetrouwe erfgenaam en vervult dit laatste verzoek: ‘Mosjé had het lichaam van Joseef meegenomen, omdat Joseef de Jisraëlieten plechtig had laten zweren dat te zullen doen. “God zal zich jullie lot aantrekken,” had hij gezegd, “en dan moeten jullie mijn lichaam van hier met je meenemen"’ (Sjemot/Exodus 13:19). Daarna verliezen we het lichaam van Joseef uit het oog, maar we vinden de volgende vermelding ervan in het boek Jehosjoea/Jozua: ‘De beenderen van Joseef, die het volk van Jisraëel uit Egypte had meegevoerd, werden begraven in Sjechem, op het stuk land dat Jaäkov voor honderd kesita had gekocht van de zonen van Chamor’(Jehosjoea 24:32). Jehosjoea voltooit de taak die hem door Mosjé is opgedragen, en Joseef heeft eindelijk vrede.

In onze moderne beleving lijkt dit verhaal over het ronddolende lijk van Joseef misschien griezelig of zelfs weerzinwekkend. We zouden er nooit over denken de beenderen van onze voorouders mee te nemen, terwijl we van plek naar plek trekken. Ik durf echter te beweren dat dit precies is wat wij Joden altijd al hebben gedaan.

Mijn vrouw heeft een paar zilveren kandelaars, het enige bezit dat haar overgrootmoeder uit Wit-Rusland meebracht toen ze naar de Verenigde Staten emigreerde, op zoek naar een nieuw leven vol kansen en religieuze vrijheid. Ik ben er zeker van dat veel Joden soortgelijke waardevolle bezittingen hebben die van generatie op generatie zijn doorgegeven. Maar zulke kostbare voorwerpen zijn niet beperkt tot zilveren en gouden voorwerpen, of zelfs koper, papier of stof. Voor ons allemaal zijn de prachtige literaire werken waar onze voorouders hun hele leven aan besteedden, heel dierbaar. Tweeduizend jaar Joods denken zijn óók aan ons nagelaten, en wij bezitten dat als onderdeel van ons Joodse erfgoed. Rituele voorwerpen, boeken, heilige gedachten en mijmeringen - zijn dit niet de metaforische beenderen van onze voorouders?

We zijn wie we zijn en we doen wat we doen, omdat we de beenderen van onze voorouders met ons meedragen - en dat hebben we in feite altijd al gedaan. Waar anderen afhankelijk waren van een heilige plek, een speciale stad of zelfs een heel land om hun voortbestaan te garanderen, hebben Joden zoiets nooit nodig gehad. We zijn erin geslaagd om gedurende al die generaties te overleven met alleen herinneringen aan onze heilige plek, onze speciale stad en ons eigen land. We hebben het overleefd omdat onze religie draagbaar was, vervat in de beenderen van onze voorouders - een religie die we in een rugzak konden stoppen en van de ene plaats naar de andere konden dragen.

Ik vrees echter dat dit niet langer het geval is. Nu we in een tijd leven waarin zoveel van de hoop en dromen van ons volk zijn uitgekomen, vinden we het steeds makkelijker om de beenderen van onze voorouders naar een laatste rustplaats te sturen. Of, erger nog, we begraven ze op plaatsen waar we niet wonen en in graven die we nooit bezoeken. Nu we voor zoveel uitdagingen van het Joodse leven in de moderne wereld staan, moeten we ons er opnieuw toe verplichten om de beenderen van onze voorouders mee te dragen. We moeten ons weer overgeven aan hun leer, hun denken, hun erfenis, en die erfenis een actief en zinvol onderdeel van ons moderne leven maken.

Die taak is misschien niet makkelijk te volbrengen. Maar als het ons lukt, zal de nalatenschap van onze voorouders ons tot steun zijn, zoals die talloze generaties tot steun is geweest. Dan zullen we overleven, niet alleen in onze tijd, maar ook in de komende generaties.

©2021 Stichting PaRDeS | Privacy | Disclaimer
envelopephoneclockmagnifiercrossmenuarrow-right