Wajisjlach

Wajisjlach

commentaar BIJ Berésjit
- Wajisjlach
18 Kislev 5784

Het litteken van Jakob

door 
Rob Cassuto

Genesis/Beresjiet 32:4 – 37

Jakob is op de terugreis vanuit Charan naar de tenten van zijn jeugd. Zijn broer Esau, die hij tweeëntwintig jaar geleden ontvlucht was, trekt hem tegemoet. Beiden zijn welvarend geworden. Met angst en beven ziet Jakob de ontmoeting met zijn vermoedelijk wraakzuchtige broer naderen en hij vreest het ergste. Verschillende preventieve maatregelen treft hij. Hij verdeelt zijn mensen over verschillende plaatsen, zendt rijke geschenken aan vee vooruit. Vlak voor de ontmoeting overnacht hij in zijn eentje aan de beek Jabbok en vecht met een onbekende man.

Een nieuwe identiteit

De nacht van Jakobs worsteling met de ‘man' (iesj) ontpopt zich als een beproeving. De paradox is dat de duistere kracht die Jakob aangrijpt en het op zijn ondergang voorzien lijkt te hebben, hem kwetst aan zijn heupspier. En zich in de loop van het gevecht onthult als engel van licht die Jakob kan zegenen en hem een nieuwe identiteit (als ik dat beperkte woord kan gebruiken) in leidt. Het is Jakob die zijn inzet ten volle moet geven, maar als hij dat dan ook doet, wil de tegenstand wijken en blijkt daarachter de goddelijke zegen schuil te gaan.

Een afrekening

In zijn jonge jaren was Jakob jaloers op Esau, hij wilde de macht en de ongeremde spontaniteit van de door de vader zo geliefde Esau hebben en aan het ziekbed van zijn vader kleedde hij zich zelfs in Esau's kleren, wilde als het ware in zijn schoenen staan. Nu vindt hij zijn werkelijke identiteit en zijn missie: man te zijn van de geest, die het primaat heeft boven de illusie van fysieke macht en materiële rijkdom. Het nachtelijk gevecht betekent ook de rekenschap die Jakob zich moet geven over zijn leugenachtige en jaloerse gedrag tegenover zijn vader en zijn broer, een ‘ chesjbon hanefesj', een afrekening op diep psychisch niveau; Jakob heeft ommekeer –  tesjoeva  – gedaan. Van een Jaäkov, een hielenvolger, een bedrieger, is hij een Godstrijder, Israël, geworden.

Jakobs heupspier verwond; een oude rabbijnse uitleg

Toch is Jakob er niet zonder ‘kleerscheuren' vanaf gekomen.
Hij is gewond geraakt aan zijn dijbeen, meer speciaal aan de zenuwpees die over de heup loopt, de  nervus striaticus. Hebreeuws gied nasjee, je zou kunnen zeggen een variant van de Achilleshiel.  Daar op die plek wist de nachtelijke man/engel, - net nog voor het ochtendgloren - toen hij ‘op verlies' stond, Jakob nog te raken. De rabbijnen associëren dit met een stukje kwaad, dat Jakob zo met zich meenam en (zelfs dat dit mystiek gezien een opening bood voor rampzalige gevolgen als de verwoesting van de tempel), een denkwijze die doet denken aan soort van negatief ‘karma', dat toch aan de gelouterde aartsvader bleef kleven. Het staat dan voor de zwakke plek die wij allemaal hebben om te bezwijken voor destructiever hartstochten, die ons op een onbewaakt ogenblik kunnen overweldigen. Gied nasjee, letterlijk ‘de zenuw van het vergeten', want wanneer die zwakke plek – volgens de Zohar niet voor niets vlak bij de schaamstreek - eenmaal geraakt is, kunnen we alle morele scrupules en al het rationele denken vergeten, overboord zetten. Zo verklaart men het taboe, dat de Tora geeft voor het eten van de heupzenuw 2 .

Een blijvend litteken

Als alternatieve uitleg zou je ook kunnen zeggen, dat Jakobs kwetsuur op indringende wijze weergeeft, dat alle intens ingrijpende ervaringen van fysiek en psychisch geweld een trauma nalaten. Het is onderdeel van de menselijke conditie. Jakob hield er een mank been aan over. Feitelijk kan vrijwel niemand vermijden dat het leven hem of haar op een bepaalde manier of op een zeker moment  verwondt, soms lichamelijk, soms psychisch, soms allebei, soms in overkomelijke mate, soms overweldigend.  Iedereen heeft zijn eigen litteken dat hem of haar herinnert aan de worsteling om de crisis die hem of haar heeft getroffen te overkomen. De overwinning is nooit absoluut. Je kan er overheen komen, of er zelfs rijker uitkomen, maar een litteken blijft schrijnen.

Noten

1.  Verschillende commentaren op de parasja Wajisjlach zijn te vinden in mijn boek    REIZEN DOOR DE TORA    , deel 1 Genesis en Exodus.

2.  zie een uitgebreide kabbalistische behandeling door Isaiah ben Abraham Horowitz (c. 1555 – 24 maart 1630) ofwel de Shelah in  Shney Luchot Habrit  op sefaria.org

RC bewerkt 1 dec 2023

Archives

©2024 Stichting PaRDeS | Privacy | Disclaimer
envelopephoneclockmagnifiercrossmenuarrow-right