Op zoek naar het paradijs, een pelgrimsreis

door Marieke den Hartog en Wim de Jong op 1 oktober 2021

Dag Marieke,

Drie weken geleden sloot ik een lange voetreis naar Assisi af. Je zou kunnen zeggen: een pelgrimage, hoewel ik me niet zozeer een pelgrim voelde, zeker niet in de oude zin van het woord. In mijn beleving is een pelgrim iemand die naar een heilige plaats gaat om daar een heilige te vereren of om boete te doen.
Beide elementen speelden geen rol op mijn tocht. Toch was het niet zo maar een wandeling.

De eerste weken trokken we langzaam zuidwaarts, soms een stuk Pieterpad, maar vaak ook regionale paden, die ons slingerend nieuwe streken deden verkennen, totdat het mogelijk was de grens over te steken. Nog steeds zuidwaarts, via de oude pelgrimswegen in Noord Frankrijk omdat we graag een bezoek wilden brengen aan de communiteit van Taizé en ook verlangden naar wat zon en warmte. Want de eerste paar weken gebruikten we alle kleren en regenkleding die in onze rugzakken zat.
Verlangen, dat werd ook het sleutelwoord van de reis. Een verlangen om op weg te zijn, om te lopen, met aandacht voor de natuur en alles wat er op je pad komt, een verlangen om mensen te ontmoeten, een verlangen om verhalen te horen, een verlangen om je geen zorgen te maken over waar je ’s avonds zou slapen, wat je zult eten, een verlangen om…………

Ik kwam niet alleen sterk van mijn hoofd naar mijn hart, maar voelde ook grote verbondenheid met de aarde. De grond waarover ik liep, de bomen langs het pad, de bloemen, de vruchten, de insecten (die ons niet altijd goedgezind waren). Verbondenheid met alles wat op ons pad kwam, niet in de laatste plaats de mensen die wij tegenkwamen, de gastvrijheid die we ontvingen.
Frits de Lange schreef in 2017 het boekje Heilige Onrust, waarin hij de moderne pelgrimage als metafoor gebruikt voor een nieuwe theologie. Een theologie die net zoals Abraham wegtrekt uit de gestolde religies. Waarin de spiritualiteit zijn wortels heeft in het verlangen, maar ook in dankbaarheid en verwondering.
Ik begreep dat jij de laatste jaren je vooral verdiept in de groene theologie, waar de relatie met de grond waarop wij wonen, waarvan wij leven een belangrijke rol speelt. Juist verbondenheid in plaats van wegtrekken.
Ik ben benieuwd hoe deze twee bewegingen: groene theologie en pelgrimage zich tot elkaar verhouden. Staan ze op gespannen voet met elkaar of vullen ze elkaar aan? En om het bijbels te zeggen: Hoe verhoudt de zoektocht van Abraham zich tot de scheppingsverhalen?

Ik ben benieuwd naar je reactie!

Vrede en alle goeds, Wim de Jong

Beste Wim,

Dank voor je brief.

Spannend dat wij, zonder elkaar te kennen, samen een bijdrage mogen geven aan het digitale leerhuis van PaRDeS.

Een leerhuis waar ik helaas nog nooit aan heb meegedaan, maar waar ik me alleen al door de naam en de geschiedenis van het instituut mee verbonden voel. (Ik was sinds het begin van mijn theologiestudie leerling van de grondlegger, rabbijn Yehuda Aschkenasy, zijn gedachtenis zij tot zegen!)

PaRDeS betekent hof of park. In het bijbels Hebreeuws komt het slechts een enkele keer voor, zo bijvoorbeeld in Hooglied 4,13 waar het gaat over een pardes rimonim: een hof van granaatappelbomen. Piet Oussoren vertaalt het in zijn Naardense bijbel met: een paradijs van granaatappels. ‘Mijn zuster, mijn bruid’ wordt daarmee vergeleken. Zij is bovendien een ‘vergrendelde tuin, een vergrendelde hof, een verzegelde welput’ (Hooglied 4,12). Kortom: het liedje van verlangen is begonnen!

Daarnaast staat PaRDeS in de Joodse traditie voor de viervoudige Schriftuitleg. Het is dan een acrostichon (een afkortingenwoord) van de uitlegmethoden van P-R-D-S: Pesjat (‘letterlijke’ uitleg), Remez (aanwijzing, hint), Derasj (midrasj, zoekende, vertellende uitleg) en Sod (geheim: mystieke uitleg). Samen vormen zij de PRDS, de PaRDeS, het paradijs, waarin je al spelend de Schrift mag uitleggen.

Wij in het westen kennen het woord vooral dankzij het paradijsverhaal: Genesis 2 en 3. Daar zul je het Hebreeuwse woord pardes trouwens tevergeefs zoeken. Daar gaat het over de Hof van Eden die in het Grieks van de Septuaginta dan paradeisos wordt. In het Nieuwe Testament komt dit woord slechts driemaal voor en verwijst het alle drie keer naar...de hemel, het hiernamaals! Denk maar aan Jezus aan het kruis, die tegen zijn medegekruisigde zegt (trouwens alleen volgens Lucas!): vandaag nog zul je met mij in het paradijs zijn (Luc.23,43).

Ik vind het toch zo jammer dat het paradijs op die manier van de aarde naar de hemel is getransporteerd!

Gelukkig hebben we nog de prachtige verhalen over het aardse paradijs.

Ik herken, tot op zekere hoogte, je enthousiasme over het pelgrimeren. Ook ik trok lang geleden op de fiets naar Santiago de Compostela. Toen was het voor mij en mijn medestudenten vooral een sportieve en een culturele onderneming. Toch was het natuurlijk ook een tocht vol ontberingen, waarin we onze afhankelijkheid van de aarde, de elementen, van elkaar (en van God?) opnieuw uitvonden. In die zin was het een spirituele reis waarop je de rest van je leven terug kunt zien.

Het boek van Frits de Lange, Heilige Onrust, ken ik niet en je maakt me er nieuwsgierig naar. De thema’s van verlangen, verwondering, dankbaarheid als kenmerken van een nieuwe spiritualiteit spreken mij aan. Ik zou ze willen ‘aarden’ of toetsen aan bijbelse verhalen en bijbelse teksten (zoals de Psalmen) om te onderzoeken hoe het toch komt dat wij hier in het westen religie zozeer vergeestelijkt hebben. Zou dat de reden zijn dat we zo vervreemd zijn van onze diepste verlangens, dat we een gemakkelijke prooi zijn geworden van de reclamemakers die ons van alles laten consumeren dat we helemaal niet nodig hebben? Dat we ons (al of niet onbewust) laten opjagen in de destructieve ratrace naar altijd maar meer, meer, meer…?

Ik ben misschien vooral benieuwd naar het verschil tussen onrust en heilige onrust.

Wat drijft ons weg uit het oude en vertrouwde?

Als je maar genoeg gereisd hebt, kun je je dan overal thuis voelen?

Maar als je gedwongen wordt je thuis te verlaten door oorlog of andere vormen van dreiging, hoe voelt het dan om ‘eeuwig’ in den vreemde te verkeren? Door mijn werk (en dankzij twee Iraanse pleegzonen, beiden vluchteling) kan en wil ik deze vraag er niet buiten laten: er is een groot en essentieel verschil tussen noodgedwongen reizen c.q. vluchten en reizen uit vrije wil.

Misschien kunnen we samen het spanningsveld rond Heimweh/Fernweh verkennen en ook het spanningsveld tussen het aardse (paradijs) en het hemelse/geestelijke (paradijs).

Je eindigt met een indringende vraag: ‘hoe verhoudt de zoektocht van Abraham zich tot de scheppingsverhalen?’

Een mooie vraag, waar ik graag met je over wil nadenken. In die dialoog hoop ik teksten in te brengen en open vragen te stellen die ons misschien verder helpen bij het maken van keuzes waar het gaat om de toekomst van onze planeet en de mensheid…?

Hartelijke groet,

Marieke den Hartog

Dag Marieke,

Dank je wel voor je antwoord. Ik werd direct geraakt door jouw opmerking dat er een verschil is tussen noodgedwongen je huis moeten verlaten en op weg gaan uit vrije wil. Ik heb me dat ook tijdens onze tocht meermalen gerealiseerd. Wat dat betreft staan de beelden van de mensen uit Syrië die over de Oostenrijkse Autobahn liepen mij nog scherp voor ogen. En heel concreet werd het in een dorpje vlakbij Sienna waar een pater vluchtelingen opvangt die vanaf Lampedusa over Italië worden verspreid. We brachten daar de nacht door en hij vertelde verhalen over de successen, waar hij vluchtelingen kon helpen aan papieren, een opleiding en een baan, maar ook over de schrijnende situatie van mensen zonder papieren die worden uitgebuit in de tomatenteelt. Ze sterven er soms letterlijk van het werk in de hitte zonder water en voedsel tegen een schijntje. Vandaar dat de tomaten zo goedkoop op de Europese markten liggen.

Noodgedwongen op weg. Om bij de verhalen van de aartsvaders te blijven, Jakob moest noodgedwongen op reis, op de vlucht voor de (terechte) woede van zijn broer. En zo komt hij weer terug op de plek waar zijn grootvader Abraham eens vertrok. In Genesis 12 horen we alleen dat hij een stem hoort, voelt, die hem op weg zet. Vanuit de Midrasj is er het bekende verhaal dat hij niet meer geloofde in de versteende religie van zijn tijd, het met een knuppel stuk sloeg en vertrok.

Jakob lijkt weer terug bij af, maar ook hij voelt het verlangen om op reis te gaan naar dat beloofde land. In één bijbels figuur zien we dus beide redenen om te reizen: angst, levensgevaar én verlangen naar iets/een plek waar het beter is.

Frits de Lange schrijft in zijn boek ‘Heilige Onrust’:

“In dit boek fungeert de Compostella-ganger, de pelgrim 2.0, als een model voor geloof. Als je de religieuze mens stript van alle franje (leerstellingen, instituties, voorschriften, rituelen, maar ook: de voorstelling van een God met menselijke trekken), stuit je op het besef dat de essentie van ons menselijk-zijn rust in dat iets maakt dat we de ene voet voor de andere willen blijven zetten. Dat maakt ons, in figuurlijke zin, allemaal tot pelgrims in spe, pelgrims nieuwe stijl, voor wie de reis zelf de bestemming is, of zonder beeldspraak: voor wie het doel van dit leven ligt in dit leven zelf. Dit boek gaat daarmee ook over mijn eigen heilige onrust, de harde, maar fragiele kern van mijn geloof in over-leven, voller, anders waarachtiger leven.” (blz. 22).

Geloof in dit leven. Frits de Lange wil de gerichtheid op een leven na de dood hierboven veranderen in een gerichtheid op het toekomende leven op deze aarde. Van boven naar voren is zijn devies. Hij herkent dat in de Joodse spiritualiteit, waarin de messiaanse tijd een grote rol speelt.  En hij herkent het in het weg trekken van Abraham. Deze notie van een toekomstige tijd hier op deze aarde brengt ons dan ook direct bij de vraag hoe die aarde er dan uit ziet, of er nog wel leven is op deze aarde.

Maar, en dan komen we bij onze vraag, hoe verhoudt zich het wegtrekken van Abraham en het steeds maar verder trekken tot de verbondenheid met de plaats waar we wonen, de verbondenheid met de grond, de natuur, de mensen die er leven. In de theologie na Auschwitz zijn we behoorlijk beducht geraakt voor een theologische binding met onze ‘bodem’ en terecht.

Maar daar mag ons gesprek niet eindigen, want de meeste mensen wonen op één plek of verlangen naar de plek vanwaar ze hebben moeten vluchten. De meeste mensen zijn geen nomaden en hebben ook niet de mogelijkheid of de aardigheid om naar Assisi of Santiago te lopen. Het gaat dus om een pelgrimshouding, om het ‘geestelijk’ in beweging blijven.

Frits de Lange schrijft in zijn slothoofdstuk over het einde van de pelgrimsreis: “Wie pelgrimeert, wordt tot zijn essentie teruggebracht. ‘Mijn oude ik had ik als een versleten jas van me af laten glijden, schrijft een pelgrim”……..Pelgrimeren is afscheid nemen van dikdoenerij en het laten varen van illusies over de wereld, over anderen, over God en jezelf. Wie ben ik? Ik weet niet wie ik ben – en dat ben ik. Wie is de ander? Een gastvrije metgezel, maar soms ook een pijnlijk raadsel. Wie of wat is God? Een stem die me wegroept bij mezelf.’ (blz. 137).

Het is deze pelgrimshouding die de valkuil van een theologie van ras, bloed en bodem volledig vermijdt. En daarmee kom ik toch weer terug op Abraham, die gezeten voor zijn tent, drie vreemdelingen voorbij ziet komen en ze gastvrij binnenhaalt. Deze gastvrijheid en openheid voor het vreemde en letterlijk voor de vreemdeling leidt er toe dat hem een zoon wordt beloofd. Geen plekje in de hemel, maar een toekomst hier op aarde in zijn nageslacht, in een komende tijd.

Komt deze houding van Abraham ook niet voort uit het feit dat hij de grond waar zijn tent staat niet als zijn bezit beschouwt? Dat het leven niet om zijn ‘ik’ draait, maar om toekomst? Hierin herken ik ook de nederige houding van Franciscus van Assisi die de mens als één van de schepsels van God ziet en zich niet boven hen gesteld heeft. Dat doet je anders kijken naar de plek waar je woont, die je deelt met dieren en planten.

Maar ik hoor graag van jou of je deze ‘nederigheid’ verder nog in de Tenach tegenkomt.

Ik moest overigens bij jouw stukje over de Pardes denken aan het verhaal van de vier rabbi’s uit de Talmoed die kans zien de verboden Pardes weer binnen te trekken. Ze weten de engel met het vlammend zwaard te omzeilen en komen ieder met hun eigen vraag in de Pardes. De één verliest zijn leven, de ander zijn verstand, de ander zijn geloof. Alleen de vierde, rabbi Akiba, komt er met grotere vreugde uit dan hij was binnengegaan. Zijn vraag was namelijk wat er in de toekomst voor ons mensen verborgen is.

Voor dit moment Vrede en Alle goeds,

Wim

Dag Wim,

Dit wordt mijn laatste bijdrage, helaas.

Ik moet op integratiestage naar Wallonië en moet daar nog het nodige voor voorbereiden…

Over vluchtelingen aan de rafelranden van Europa die uitgebuit worden bij de tomatenpluk in Zuid-Italië maakte de Zwitser Milo Rau (die nu bij het NT Gent werkt) een indrukwekkende film als dubbel passieverhaal: ’The New Gospel’.  Hij doet dat op dezelfde manier en op dezelfde plaats als Pasolini in 1964 met ‘Il Vangelo secondo Matteo’. De Jezus in dit passiespel is een Kameroenees die al is begonnen voor en met deze mensen als een soort vakbondsleider op te treden. Het is een verhaal van ondergang en opstanding. Je kunt hem zeker ergens online wel bekijken. Zeer de moeite waard!

Dan: je citaat uit ‘Heilige Onrust’: ‘Iets maakt dat we de ene voet voor de andere willen blijven zetten. De niet te stillen onrust die dit teweegbrengt, noem ik heilig.’

Maar wie is de ‘we’ hier? Er zijn toch genoeg mensen (waarschijnlijk de meerderheid) die, als ze het kunnen betalen, al lang weer het vliegtuig pakken om elders op de wereld even twee weken te gaan rondstappen of fietsen om daarna weer in de bekende tredmolen van werk en andere verplichtingen verder te gaan? De vakantie als vlucht, letterlijk, weg uit je gewone leven? Wat is daar voor heiligs aan? De mobiliteit zit na corona alweer op het oude niveau. Niets hebben we geleerd van de coronacrisis. Klimaatverandering? Après nous le déluge, ofwel: na ons de zondvloed! De mensen die door dit type Fernweh gedreven worden, zijn toch wel een heel ander type reizigers dan Frits de Lange bedoelt…

Dan voel ik me meer aangesproken door Claudia De Breij, die aan het begin van de coronacrisis zoiets zei als: ik ken mezelf. Ik wil te veel reizen. De overheid zou mij moeten stoppen omwille van de klimaatcrisis: maximaal één Europese vliegreis per jaar, en maximaal één intercontinentale vliegreis per vijf jaar. Zo zouden we de uitstoot van broeikasgassen moeten beperken. Een overheid die ons consumentisme beperkt. Noodzakelijk! Maar tegelijkertijd: een overheid die ons gedragsregels oplegt? Kan dat in een liberale democratie? Wat dat oplevert aan antivaxxers, aan complottheorieën….Maar als we die zelfdiscipline niet hebben? Ik kan zelf besluiten om nooit meer in een vliegtuig te stappen (en dat heb ik me ook voorgenomen) maar als dominee heeft het weinig zin dit vanaf de kansel te roepen, want dan ben je de nieuwe moralist die we in de kerk juist hoopten kwijt te zijn….

Inmiddels ben ik het natuurlijk wel eens met de Langes devies dat we minder naar boven en meer naar voren zouden moeten kijken. In mijn vorige brief zei ik het jammer te vinden dat het paradijs in het Nieuwe Testament van de aarde naar de hemel is getransporteerd (zie bijv. Lucas 23,43).

Dat brengt mij bij de vraag aan het eind van je eerste brief: hoe verhoudt de zoektocht van Abraham zich tot de scheppingsverhalen? Ik vond een interessant antwoord op die vraag in de bundel ‘Grond. Een pleidooi voor aards denken en een groene stad’ van de filosoof Jan-Hendrik Bakker (Amsterdam/Antwerpen 2011). Volgens hem speelt in de bijbel op de achtergrond een controverse tussen herders en sedentairen:

‘Aan de basis van de controverse tussen herders en sedentairen staat het Bijbelverhaal over Kaïn en Abel. In Genesis 4 staat hoe de zachtzinnige herdersjongen Abel door Kaïn in een opwelling van jaloerse drift wordt doodgeslagen als deze ziet dat God zijn brandoffer niet accepteert en dat van Abel wel. De cultuurhistorische achtergrond van deze broedermoord is mogelijk geweest dat Kaïn de herdersnomade Abel zijn grond wilde ontnemen om daar landbouw op te kunnen bedrijven. Kaïn staat verder te boek als de stichter van de eerste stad op aarde. Het verband is dus al snel gelegd. God kiest voor het herdersvolk en tegen de stedelingen van Mesopotamië. …. Tot op heden vindt het verhaal een brede weerklank, ook bij – in het geheel niet religieus geïnspireerd - anarchistisch links, waar veel sympathie bestaat voor ‘natuurvolkeren’. In een seculiere uitleg is deze mythe kritiek op de materialistische, stedelijke cultuur van het Westen. En ook in een religieuze uitleg kan daar de nadruk op komen – een pleidooi dus voor een eenvoudig leven.’  (p. 227)

Abraham is een nomade en blijft dat ook.  Als we met Psalm 23 zingen ‘De Heer is mijn herder’ dan zijn we in geestelijk opzicht nomaden geworden. Maar wie is zich daarvan bewust?

Zijn wij bereid, net als Abraham pelgrims, nomaden te blijven?

Er gaapt uiteraard een wereld van verschil tussen de pelgrim en de nomade. De pelgrim heeft (zeker tegenwoordig) meestal een huis om naar terug te keren. De nomade is altijd onderweg, want die is zonder vaste woon- en verblijfplaats (net zoals zovele vluchtelingen voor wie hetzelfde geldt, maar dan onvrijwillig).

Het hierboven aangeduide boek ‘Grond’ herlas ik in de scheppingsperiode. Dat is in de maand september tot en met 4 oktober, de naamdag van St. Franciscus. In die periode bezinnen katholieken en protestanten zich in België op schepping, klimaat en duurzaamheid. In onze gemeente hadden wij als overkoepelend thema de vraag ‘Waar ligt het paradijs?’

Zo maakten we een boeiende zoektocht naar het paradijs in Schrift en traditie.

De ‘heilige’ onrust van pelgrims die, net als Abraham ‘grondeloos’ willen worden om hun persoonlijke roeping in het leven (opnieuw) te ontdekken is één ding.

Iets anders is de urgentie van de klimaatcrisis. Hoe brengen we die profetisch onder de aandacht van de wereldwijde samenleving?

Zou verandering niet bij verwondering moeten beginnen? En bij verantwoordelijkheidsbesef?

God schiep ons een grandioos paradijs. Daarin plaatste Hij de mens om die ‘te dienen en te bewaren’ (Genesis 2,15). Het is er nog steeds, maar we zijn in een rap tempo bezig het te verwoesten. Wat kunnen we doen? Als Jona Nineve ingaan en oproepen tot omkeer? Vluchten, zoals Jona eerst deed?  Wat doet dat verantwoordelijkheidsbesef, die profetische roeping met ons?

Ik eindig met een aangrijpende parabel die Elie Wiesel vertelt in ‘The Testament’ en die ik las als motto boven een artikel dat mijn leermeester Yehuda Aschkenasy ooit schreef samen met Marcel Poorthuis:

Éen van de rechtvaardigen kwam naar Sodom, vastbesloten om de inwoners van zonde en straf te redden. Dag en nacht liep hij door de straten en op de pleinen en protesteerde tegen de hebzucht en diefstal, leugens en apathie. In het begin luisterden de mensen en glimlachten ironisch. Toen luisterden ze niet meer; ze vonden hem zelfs niet grappig meer.

De moordenaars bleven moorden, de wijzen zwegen alsof er geen Rechtvaardige in hun midden was. Op een dag kwam een kind dat medelijden had met de ongelukkige leraar naar hem toe en zei: ‘Arme vreemdeling, je roept, je schreeuwt, zie je niet dat het hopeloos is?’

‘Ja, ik zie het’, antwoordde de Rechtvaardige. ‘Waarom ga je dan door?’

‘Dat zal ik je zeggen. In het begin dacht ik dat ik de mensen kon veranderen. Vandaag weet ik dat ik het niet meer kan. Ik roep vandaag nog en ik schreeuw, omdat ik de mensen wil verhinderen om tenslotte mij te veranderen.’

 (geciteerd in: Marcel Poorthuis, Hamer op de rots, B. Folkertsma Stichting voor Talmudica, Hilversum 1989, p. 60)

Volgens velen is de situatie met het klimaat inmiddels zo dramatisch. Mooier kunnen we het niet maken.  Er is geen planeet B! Waar is onze heilige onrust?

Groet, 

Marieke den Hartog

©2021 Stichting PaRDeS | Privacy | Disclaimer
envelopephoneclockmagnifiercrossmenuarrow-right