Waarom moraal cruciaal is voor een menswaardige samenleving

door Bas van den Berg op 28 augustus 2021

Over menselijke waardigheid als existentieel, moreel en spiritueel thema (Jonathan Sacks)

Urgent gesprek over goed samenleven

Filosoof, theoloog en religieus leider van de Joodse gemeenschap in Engeland, Jonathan Sacks,  overleed onverwacht in 2020. Zijn laatste boek, Morality, Restoring the Common Good in Divided Times, was net verschenen. Het is het slot van een indrukwekkende reeks van meer dan 30 boeken die deze geleerde en begenadigd schrijver en spreker publiceerde. Hij schreef zowel intrigerende commentaren op de Tora en over Joodse rituelen, gebruiken en gebeden als ook over allerlei maatschappelijke vragen die in Engeland, en breder en in de internationale wereld, aan de orde waren.

De onschatbare waarde van de Tora

In zijn boek over Moraal komt hij bij een kernthema dat voor hem meeklonk in ieder boek dat hij schreef: de verhalen, rituelen, geschiedenissen, denkbeelden en gedragsregels zoals vertolkt in de Hebreeuwse Bijbel, de Tanach, en zoals becommentarieerd in de Talmoed en andere Joodse bronnen zijn van het grootste belang in de hedendaagse zoektocht naar zin en betekenis, zowel op persoonlijk vlak, maar vooral op maatschappelijk niveau. Dialoog en debat over het inrichten van een democratische samenleving, het echt serieus nemen van de klimaatcrisis, het tegengaan van armoede, ongelijkheid, het vechten voor gelijkwaardigheid, menselijke waardigheid en het instaan voor vrijheid en waarheid, al deze zaken gaan terug op morele principes die voor een belangrijk deel ontleend zijn aan de monotheïstische tradities van Jodendom, Christendom en Islam.

Een brede universele blik

En Sacks had als filosoof en theoloog steeds een brede, universele blik. In al zijn boeken doet hij recht aan waardevolle inzichten en ervaringen, neergelegd in de grote levensbeschouwelijke tradities  van de Griekse filosofie, humanisme, socialisme, liberalisme tot aan Hindoeïsme en Boeddhisme. Ik ken weinig schrijvers die zo breed belezen waren, en die inzichten uit natuurwetenshappen, sociale, cultuur- en menswetenschappen en religiewetenschappen moeiteloos en verantwoord met elkaar konden verbinden. Wat Sacks typeert is een volstrekt heldere stijl in denken en schrijven, voortdurend in dialoog met wetenschappers, kunstenaars, filosofen, theologen, politici en beleidmakers uit diverse maatschappelijke regionen.

Zeven morele principes

Jonathan Sacks was allereerst moraalfilosoof. Zijn leven lang dacht hij na over moreel handelen en de ethische bezinning op dat handelen binnen alle vormen van gemeenschapsleven: in het onderwijs, de zorg, de politiek, het bedrijfsleven en binnen culturele instellingen. De vraag naar een goede, rechtvaardige samenleving was sinds Aristoteles tot op vandaag de hoofdvraag in die ethische bezinning. Alle religieuze en seculiere bronnen werden betrokken in die bezinning met als doel om een breed beraad over verantwoord handelen in alle sectoren van de samenleving op gang te brengen en te houden. In het wereldwijde gevecht tegen onrecht, armoede en uitputting van natuurlijke hulpbronnen - drie zaken die centraal staan in het huidige maatschappelijke debat – dienen we te spreken vanuit een aantal morele basisprincipes. Sacks noemt er zeven in zijn boek: 1) Het denken vanuit de ander die gelijkwaardig is aan jou; 2) Het verwelkomen van  de vreemdeling en de vluchteling; 3) Luisteren naar de schreeuw van de machtelozen; 4) Het wereldwijd verlossen van de armen van hun armoede; 5) Het zich druk maken om ieders waardigheid, ongeacht kleur, klasse of gender; 6) Bewerken dat de rijken hun bezit en geld delen met de armen; 7) Vechten tegen onrecht.

Centrale stelling

In zijn laatste boeken komt Sacks voortdurende terug op de volgende stelling: onze wereld in de 21e eeuw wordt gedomineerd door de markteconomie èn door een neoliberale politiek. Beide zijn nodig voor het inrichten van een vrije samenleving, maar volstrekt onvoldoende om te werken aan een goede samenleving. Economie gaat over geld. Politiek gaat over macht. Er is een derde pijler nodig die nu node ontbreekt en die cruciaal is in de strijd om recht en gerechtigheid: moraal, ethiek. In de wereld van pandemie, klimaatcrisis, maatschappelijke ongelijkheid en toenemende agressie en onvrede is morele bezinning een hoofdzaak, geen randversiering. Sterker nog: zonder moreel beraad ontsporen economie en politiek. Dan ontstaat er geen samenleving meer waarin de één leert in te staan voor de ander en oog te hebben voor anderen en het andere (zowel natuur als cultuur) en voor de wereld die groter is dan jij. En een dergelijke ethische bezinning wordt gevoed door verhalen uit de grote religieuze en levensbeschouwelijke tradities waarin een groot reservoir aan wijsheid en inzicht opgeslagen ligt die mensen in de 21e eeuw kunnen helpen bij het vormgeven van een menswaardig leven in een sociale samenleving op een leefbare aarde.

Menselijke waardigheid

Eén van de zeven morele principes in het boek belichten we kort in dit artikel: menselijke waardigheid.
In Hoofdstuk 17 van het boek staat dit principe centraal. In dat hoofdstuk analyseert Jonathan Sacks de dominante wetenschappelijke visie op de werkelijkheid, zoals die in de Westerse wereld, in de Sovjet Unie en in China overheersend is geworden, eigenlijk wereldwijd. Hij gaat in gesprek met de Israëlische historicus Yuval Harari, die in zijn laatste boeken, Homo Deus en 21 lessen voor de 21e eeuw beweert dat de mensheid slechts een rimpeling in de kosmologische datastream is en dat het leven op aarde geen zin en betekenis heeft. Wij zijn een onooglijk onderdeel van een ‘dataprocessing algoritme, een organisme zonder vrijheid of verdienste, heilig noch uniek. Wat in het verhaal van Harari totaal ontbreekt is het verlies van het besef van de grootsheid en kwetsbaarheid van de mens. Woorden als ziel, geest, keuze, waarden, zin en betekenis komen niet voor in deze puur wetenschappelijke redeneertrant.

Oorsprong

Hoe is deze wijze van denken en doen ontstaan, vraagt Sacks zich af. Die is begonnen met de ontdekking van Copernicus, dat de aarde niet het middelpunt van het heelal is, maar slechts een stofje gemeten op de schaal van de oneindigheid. En wat geldt voor de ruimte, geldt ook voor de tijd. De aarde is slechts 4,5 miljard jaar oud in een universum van melkwegstelsels dat al 13,8 miljard jaar oud is.  De gehele geschiedenis van de mensheid is één keer knipperen met de ogen vanuit het perspectief van de eeuwigheid.  De aarde bestond immers miljarden jaren zonder de aardmens. Hoe kunnen wij dan beweren dat de mens de kroon van de schepping is?

Bepaald

Volgens Spinoza zijn wij als fysieke wezens onderworpen aan fysieke wetten die allemaal noodzakelijk zijn. De vrijheid van de mens en een verbinding met God of het goddelijke is een illusie beweert hij. Ons leven wordt bepaald door determinerende factoren, zo beweren grote denkers en wetenschappers als Charles Darwin, Karl Marx en Sigmund Freud. Volgens Darwin zijn mensen een specifieke soort van de primaten, bepaald door biologische driften; een soort die vooral gericht is op het overleven van de sterkste. Religie miskent dat mensen biologische wezens zijn. Volgens Marx wordt de menselijke geschiedenis bepaald door het botsen van economische krachten en is de mens niet meer dan een kostenpost daarbinnen. Religie is opium van het volk in zijn ogen, wel nodig  maar maakt mensen niet vrij. En volgens Freud worden we gedreven door doodsdrift en lustdrift. Godsdienst is een obsessieve neurose volgens hem, die mensen niet vrij kan maken. Kortom: mensen stellen niets voor binnen het geheel van ruimte en tijd, en de planeet aarde stelt niets voor binnen het geheel van het universum. Ons bestaan is hooguit een lichtflits in de tijd, een ademtocht. Er bestaat geen vrijheid volgens deze denkers, alleen toeval en bepalende factoren. Er is geen waarheid, alleen een anonieme stroom gebeurtenissen, waar je naar kunt kijken, maar waar je niet veel aan kunt veranderen.

Onvervreemdbare waardigheid

In de universele verklaring van de rechten van de mens (1948) staat: ‘alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren.’ En in enkele grondwetten van Westerse democratieën staat dat ‘menselijke waardigheid een onschendbaar mensenrecht is. Waar komt het concept van de menselijke waardigheid vandaan?  Er zijn bronnen die wijzen naar Griekenland, waar door de Socratische wending in het Griekse denken het ideaal van heldendom vervangen werd door de deugd van de wijsheid. Anderen wijzen naar de Romeinse  staatsman en filosoof Cicero, die de waardigheid van een mens als kwaliteit beschouwde. De bron die vaak vergeten wordt, maar die door Jonathan Sacks in het middelpunt wordt geplaatst, is de Hebreeuwse Bijbel. Die bibliotheek aan geschriften spreekt over een vrije, niet door natuur of cultuur bepaalde God, de Ene, die de mens schept naar zijn beeld en tot zijn gelijkenis (Gen. 1:26-28), en die hem om die reden dezelfde vrijheid toedicht. Het hele bijbelse project, van begin tot einde – en dat geldt ook voor de Messiaanse Geschriften in het Tweede Testament staat in het teken van een waardige invulling van die vrijheid. Zowel in het opbouwen van persoonlijke relaties, in familieverbanden, in culturele gemeenschapsvormen, en binnen volkeren. De bijbelse moraal en ethiek is de moraal van vrijheid tot verantwoordelijkheid. Haar politiek is de politiek van vrijheid tot verantwoordelijkheid voor het algemeen welzijn en welvaart van de gehele gemeenschap. En haar theologie en filosofie is een theologie van de vrijheid van mens, gemeenschap en aarde in verantwoordelijkheid. Vanuit deze bijbelse optiek hebben alle mensen een unieke en gelijke menselijke waardigheid omdat mensen in vrijheid kunnen kiezen, ook in moeilijke omstandigheden (Viktor Frankl).

Uniek vermogen

Veel wat uniek is aan het menszijn – onze verbeeldingskracht, dat we kunnen dromen over werelden die er nog niet zijn, dat we ons komende generaties kunnen inbeelden, dat we diepgaande dialogen met elkaar kunnen voeren, bruggen kunnen slaan naar anderen die we niet kennen en waarmee we in onmin leven, het leren dealen met onze verschillen, het zijn allemaal zaken die niet wetenschappelijk geanalyseerd kunnen worden, maar die cruciaal zijn om te ontdekken, iedere generatie opnieuw, wie we zijn en voor welke uitdagingen wij staan. Mensen zijn in staat om de wereld niet alleen vanuit eigen perspectief te zien, maar ook vanuit dat van anderen. Hieraan danken we het voorrecht en de verantwoordelijkheid dat we morele wezens zijn. De enigen in het universum, voor zover wij weten. Sommige diersoorten zijn ook sociale wezens, maar er is geen ander wezen bekend dat je als moreel wezen, een wezen dat kan kiezen tussen goed en kwaad, kan omschrijven. Wij zijn geen rimpelingen in de kosmische flow zoals Yuval Harari beweert, geen insecten, slijmzwammen of schuimvlokken zoals andere wetenschappers beweren. We zijn weliswaar stof van de aarde, maar de adem van de Verborgen Aanwezige, ademt in ons, zo vertelt ons de bijbel op allerlei manieren.

Bas van den Berg

Jonathan Sacks (2020) Moraal, waarom we haar nodig hebben, en hoe we haar kunnen vinden. Utrecht: KokBoekencentrum.

©2021 Stichting PaRDeS | Privacy | Disclaimer
envelopephoneclockmagnifiercrossmenuarrow-right