
Op diverse plaatsen, zo las ik in de Engelstalige versie van de Israëlische krant Yediot Acharonot, is door Joodse Israëli’s zoetigheid uitgedeeld vanwege de dood in Iran van Ismail Haniyeh, één van de hoogste, zo niet dé hoogste leider van Hamas. Daarmee hebben ze de Palestijnse gewoonte om dat te doen na aanslagen, overgenomen. Formeel zwijgt de Israëlische regering over enige betrokkenheid bij het ombrengen van de Hamasleider. Maar haast iedereen is ervan overtuigd dat er maar één (land) achter deze aanslag kan zitten en dat is Israël.
Het is allerminst een Joodse gewoonte om je te verheugen over de dood van je vijand. Je kan hem haten als geen ander, je kan je gedwongen voelen om hem uit zelfverdediging om zeep te helpen, zijn dood vieren is een brug te ver. Deze terughoudendheid is terug te voeren tot het verhaal over de uittocht uit Egypte. Als de Egyptische soldaten en masse verdrinken in de Rietzee bij de achtervolging van de Joodse slaven, dan past het niet om feest te vieren. Aldus de rabbijnen.
In The Jerusalem Post van 1 augustus 2024 zag ik wat dat betreft passende artikelen, waarin dat nog eens sterk werd benadrukt. Eén ervan had als kop “Satisfaction, but no joy, in demise”. De andere kop luidde “Hate Ismail Haniyeh, but don’t celebrate his death”. Het heldere antwoord waarom je niet wordt geacht de dood van je vijanden te bejubelen, staat erbij. God was ontstemd toen de net uit Egypte bevrijde Joodse slaven een overwinningslied zongen, want de Allerhoogste had met lede ogen aangezien dat zijn schepselen, de Egyptische soldaten, waren omgekomen.
De ‘God van de Joden’, is niet de God van de Joden alléén, Hij (of Zij) is een universele Godheid, de God van iederéén - die het weten wil. Het is één van de paradoxen waar het Jodendom rijk aan is. God bestáát, maar je kan Hem niet zien of horen. Hij is hier én overal. Hij is vader én koning tegelijk, dus nabij en veraf.
De Bijbel begint universeel met het scheppingsverhaal waarin uit de doeken wordt gedaan dat God alles schept. Daarna zoomt het Bijbelverhaal in op de Joden. Die hebben een zware opdracht gekregen, uitverkoren heet dat, om God extra te dienen. Maar ook anderen, horen dat te doen. Vandaar dat al degenen die niet-Joods zijn zich aan zeven zogenaamde Noachidische geboden en verboden dienen te houden. Heel wat minder dan de 613 geboden en verboden die de Joden opgelegd kregen.
Joden mogen zich om die reden niet méér voelen. Zij horen zich nog beter te gedragen dan anderen (613 is nu eenmaal meer dan 7), doch dat wil niet zeggen dat ze beter zijn. En zelfs als ze het kunnen opbrengen om zich aan alle geboden en verboden te houden dan hoort dat de gewoonste zaak van de wereld te zijn.
[Het doet me denken aan een slogan die ik tijdens mijn werk hanteerde toen het kwaliteitsbeleid in de organisatie werd ingevoerd: Be Good and Tell It! Je moet niet alleen goed zijn, je moet het ook uitdragen! Een van de psychotherapeuten vond het een arrogante kreet, totdat ik haar duidelijk maakte dat er staat Be Good en niet You Are Good. Dat laatste moet je wel nastreven, het is niet gezegd dat je het al bent.]
Overigens denk ik dat veel antisemitisme hiermee te maken heeft: wie denken die Joden wel dat ze zijn? Denken ze soms dat ze beter dan zijn dan anderen? Joden denken zeker dat ze onfeilbaar zijn, maar kijk eens naar al die fouten die Joden maken! Ze komen overal mee weg!
De haat van Haniyeh tegen alles wat met Israël te maken had, was echter niet daarop gebaseerd. Die had te maken met het onwrikbare geloof van Hamas en veel Palestijnen dat Joden niet de baas mogen zijn in hún islamitische Palestina. Zelfs niet in een déél ervan - op basis van de eeuwenoude, niet te ontkennen Joodse band met het land. Ook de Koran maakt daar onomwonden melding van.