
Twintig jaar geleden werd de cineast, interviewer en columnist Theo van Gogh door Mohammed Bouyeri vermoord in naam van de islam. De islam kent, als ik het goed begrijp, de regel dat op belediging van de Profeet de doodstraf staat. Bouyeri voegde de daad bij het woord. Van Gogh beschimpte de religie van Bouyeri en anderen moslims regelmatig op uiterst botte wijze. Dat deed hij ook als het om het christendom ging en over Joden was hij eveneens bepaald niet vleiend met collega-cineast en auteur Leon de Winter als kapstok. Theo van Gogh kon dat doen, zo zei hij, want christenen noch Joden zouden hem daarvoor om het leven brengen. Hij dacht dat ook moslims hem zouden sparen, want hij was slechts een ongevaarlijke clown.
In Het Parool van 2 november 2024 las ik een artikel met de reacties van diverse bekende moslims over de moord in relatie tot de islam. Zo wordt gezegd door Fatima Elatik, die ik enigszins heb leren kennen via het Joods-Marokkaans Netwerk Amsterdam, dat zij toentertijd bang was. Net als “de witte mensen”, zoals zij het omschrijft. Ze was bang dat het om een Marokkaanse dader ging, wat dus het geval bleek te zijn. Angst is een slechte raadgever, gaf ze aan, maar dat gevoel moet je niet proberen te dempen. Dat moet eruit. En tot mijn verbazing zei zij in het Parool-stuk ook dat je op zo’n moment vooral niet moet zeggen wat goed of fout is.
Dat deed Ahmed Aboutaleb wel. Zonder omwegen. Hij gaf na de moord aan verzamelde moslims in de Al Kabir-moskee aan de Amstel - hoe vaak ben ik daar niet geweest om overleg te plegen met welwillende moslims? - te kennen dat ze beter hun biezen konden pakken als ze zich niet konden conformeren aan de Nederlandse samenleving.
Ook een andere bekende komt langs: Ahmed Marcouch, nu burgemeester van Arnhem, in die tijd woordvoerder van de Unie van Marokkaanse Moskeeën in Amsterdam en Omgeving. Een sympathieke man, gelovig moslim evenals Aboutaleb, en best eerlijk. Hij gaf toe tijdens een bijeenkomst in het Bijbels Museum - waar ik een rol speelde - dat de term “Jood” een scheldwoord is in Marokkaanse en moslimkring.
Rasit Bal is een andere moslim die werd geïnterviewd. Hij is van Turkse huize en was een tijd voorzitter van het Contact Orgaan Moslims en Overheid. Na weer één of andere aanslag door moslims ergens in de wereld vroeg hij mij of moslims in Nederland daar afstand van moesten nemen. In zijn kring wilde men dat niet, want wat hadden moslims in Nederland daarmee te maken? Ik raadde hem aan om dat toch maar wel te doen. Liever te vaak en te veel afstand nemen van degenen die menen terreurdaden uit naam van de islam te moeten doen dan stil blijven. Bal is de meest uitgesproken geïnterviewde als het gaat om duidelijk distantiëren van zulke verwerpelijke daden. Tot mijn vreugde. Helaas geeft Rasit Bal aan dat het niet echt helpt, moslims worden niet geloofd als ze zeggen dat het om gekken gaat die de naam van de islam misbruiken. Maar zijn het wel gekken? Redeneer je het daarmee niet toch weg?
Anders dan Bal vond Sheher Khan, fractievoorzitter van Denk in de Amsterdamse gemeenteraad, het als jongere niet nodig om afstand te nemen van de moord op Van Gogh. Hij is inmiddels wat bijgedraaid, maar van harte gaat het nog steeds niet om zich te distantiëren van de misdaad door Bouyeri. Waarom worden dat soort dingen altijd aan moslims gevraagd, zo luidt zijn motivatie om het liever niet te doen.
Columniste en schrijfster Lale Gül, die weinig op heeft met de islam vanwege haar islamitische opvoeding, stelt dat er in twintig jaar weinig is veranderd. De integratie is niet echt opgeschoten; schoolprestaties wel net als taalbeheersing en ook de economische situatie is wel verbeterd.
Als iemand uit Joodse kring een soortgelijke gruweldaad of erger zou plegen, zou het me geen enkele moeite kosten om daar ondubbelzinnig afstand van te nemen. De veelvoudige moord op 30 biddende moslims door de extremist Baruch Goldstein in 1994 in de Ibrahim moskee in Hebron werd van alle kanten volstrekt verworpen en in de meest harde bewoordingen veroordeeld door Joden overal ter wereld. Hij werd om het leven gebracht door woedende moskeegangers na zijn terreurdaad en daarmee ontliep hij de straf die hem zonder twijfel was opgelegd door de Israëlische rechter. Hij deed het niet met zoveel woorden uit naam van het Jodendom, al was hij zeer gelovig. De overgrote meerderheid van de Joodse Israëli’s vond het ronduit beschamend. Al moet gezegd worden dat hij tot mijn verbijstering door niet weinig extreme Joden nog steeds wordt vereerd.
Extremisten moet je niet de kans geven om ermee weg te komen door te zwijgen.