Een Ernstige Zaak

Een Ernstige Zaak

Archieven

Nieuws

Door Marcel Poorthuis op 17 juli 2023

In de Nacht van de Theologie van 2022 vond een onverwacht evenement plaats. Behalve de verkiezing van de theoloog van het jaar was er de toekenning van de oeuvreprijs aan de theoloog Bram van de Beek.

Deze in de omgang sympathieke theoloog heeft inderdaad een groot oeuvre, maar ik herinnerde mij dat ik zijn bekendste boek De kring om de Messias. Israël als volk van de lijdende Heer (2002) halverwege had dichtgeslagen. Het leek me een onontwarbare kluwen van filosemitisme en anti-Joodse theologie.

Ik dacht er verder niet over na totdat Ruben Vis, secretaris van het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap mij onlangs deelgenoot maakte van zijn verontwaardiging. Hij had de moeite genomen om het boek grondig te lezen. Nu vind ik het altijd spijtig dat kritiek op theologie over Israël van Joodse zijde moet komen, dus ik haastte me om mijn kennismaking te hernieuwen.

En inderdaad, het boek is uiterst bedenkelijk. Op p. 138 wordt geopperd dat het Jodendom de Sjoa te wijten heeft aan gebrek aan geloof. Het zou dus om een Godsgericht gaan. Welk huiveringwekkend godsbeeld hier naar boven komt laat zich raden. Dat er chassidische rabbijnen zijn die iets dergelijks zeggen – ook daar bestaan dwalingen - wil al helemaal niet zeggen dat christenen dat kunnen overnemen. De “vrienden van Job” wisten ook heel goed Job te beschuldigen! Bovendien, een profetische vermaning kan alleen op jezelf worden betrokken, niet op de ander, in casu het Jodendom.

Dat Van de Beek vervolgens de heidenen ook zwavel en vuur toewenst kan de ontsporing niet goedmaken. De theoloog Wentsel wordt als medestander aangehaald (nadat Van de Beek die eerder had afgewezen), hetgeen duidelijk maakt in welk vaarwater Van de Beek is terecht gekomen. Wentsel had maandenlang protest en ontzetting in Joodse kring veroorzaakt met zijn theorie dat de Sjoa straf voor de zonde was. Van de Beek ziet de uitverkiezing van Israël vervolgens als uitverkiezing niet uit het lijden (zie de Exodus), maar tot het lijden. Hoe pervers wil je het hebben? De bizarre vergelijking tussen opstanding en Sjoa begeleidt Van de Beek door te stellen: ”voor beide zijn goede argumenten aan te voeren dat ze hebben plaatsgevonden” (p.45). Dat de eerste een geloofsact veronderstelt en de tweede geen argumenten nodig heeft, omdat het een verifieerbaar feit betreft, ontgaat Van de Beek.

De Jodenzending komt uiteraard weer als dure plicht van de kerk aan de orde, negerend dat Paulus zelf geen christen was, maar Joods bleef en dus een binnen-Joods debat voerde, waar de heidenchristelijke kerk zich niet zomaar in kan mengen. Maar dat zijn te bediscussiëren zaken.

Ernstiger zijn de vele ontsporingen die niet goedgemaakt worden door vervolgens weer verbondenheid met het Jodendom te belijden. “Zijn bloed kome over ons en onze kinderen”, een tekst die aanleiding is geworden om een blijvende schuld op het Jodendom te laden, is een noodlottige uitleg die door het Tweede Vaticaanse concilie is herroepen. Van de Beek onderneemt echter een rehabilitatie van deze uitleg en schuift de Joden weer de schuld voor de kruisiging in de schoenen (p.146).

Dat de holocaust door Van de Beek gezien wordt als bewijs voor het bestaan van God, let wel, niet ondanks maar dankzij de holocaust, geeft wel aan in welk sadistisch universum deze theologie zich beweegt. 

Misschien toch even opletten als er onverwacht een evenement wordt ingelast in de Nacht van de Theologie!

Marcel Poorthuis

Em. Professor interreligieuze dialoog

Nieuwe Gracht 65

3512 LG Utrecht

Tel. O35-6835437

©2024 Stichting PaRDeS | Privacy | Disclaimer
envelopephoneclockmagnifiercrossmenu